Geïntegreerd sportgrasbeheer wordt nu bijna ’n jaar actief gepushd als ‘het grasveldbeheer van de toekomst’. Waar staan we nu en wat moeten we, of gaat er nog veranderen?
Geïntegreerd sportgrasbeheer is vooral een aanscherping van goed planmatig beheer, gericht op structurele speelkwaliteit. ‘Wie vooruit ziet, die regeert’. Hoofddoel blijft het creëren van een optimale grasmat in de gebruiksperiode, maar wel op een duurzame wijze. Door meer gebruik te maken van natuurlijke processen en te focussen op preventie van problemen. Klimaatverandering, pesticidenvrij beheer en veranderend veldgebruik zijn belangrijke randvoorwaarden waarmee nadrukkelijk rekening wordt gehouden.
Beheerders die het gebruik van chemie toch nog achter de hand willen houden, zijn wettelijk verplicht om geïntegreerde gewasbescherming (IPM) toe te passen. Het ligt dan voor de hand om Integrated Turf Management (ITM) te omarmen. “Geïntegreerd Pest Management (IPM) is namelijk onderdeel van ITM,” zo licht Koen Beelen toe. Beelen is vanuit NOC*NSF projectleider/kwartiermaker voor de Routekaart Verduurzaming Sportsector, een nationaal initiatief waarin de overheid, sport, markt en industrie samenwerken om de sport (in de breedste zin van het woord) te verduurzamen. Sinds enkele jaren doet het dat voor geïntegreerd sportgrasbeheer. “Er bleek namelijk nog altijd behoefte te zijn aan ondersteuning bij de implementatie van pesticidevrij sportgrasbeheer.” En de noodzaak van deze vorm van aanpak wordt alleen maar groter. “Momenteel loopt er een internetconsultatie om de Regeling Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden aan te passen. Als de beoogde plannen doorgaan, dan worden de mogelijkheden voor het gebruik van chemie op zowel sportvelden als golfbanen, vanaf april dit jaar nog verder teruggebracht.”
Informatie gebundeld
De vraag naar ondersteuning is door de Routekaart Verduurzaming Sportsector ingevuld door vooral bestaande kennis te bundelen. “In de Nederlandse golfsector leeft het al een paar jaar, maar om ook gemeenten en groenverzorgers te helpen, hebben we zoveel mogelijk relevante informatie op één plek samengebracht.” Beelen doelt daarmee op de website www.sportinfrastructuur.nl. “In de Kennisbank is een themadossier Sportgrasbeheer aangemaakt. Die is gratis toegankelijk en bevat een schat aan informatie.” Behalve voor de toegang, vormgeving en inhoud, is er ook nadrukkelijk een plan gemaakt om de informatievoorziening op de lange termijn te waarborgen. “We hebben met de natuur te maken en dus blijft het een actueel thema. Daarnaast wordt er al gewerkt aan andere themadossiers. In het belang van het draagvlak voor de website is daarom een plan opgesteld dat moet garanderen dat deze actueel blijft en dat deze, waar mogelijk, regelmatig wordt aangevuld.”
Behouden belangrijkst
De situatie ‘bijhouden’ is eigenlijk ook waar het bij geïntegreerd sportgrasbeheer om draait. “Het uitgangspunt is dat je je beheerinformatie op orde brengt en houdt. Dat geldt voor de organisatie, de statische veldgegevens en alle beschikbare informatie ten behoeve van beheer en onderhoud, zoals onderzoeken en adviezen. Kern van ITM is een actueel beheer- en onderhoudsplan, de reisgids op weg naar structurele speelkwaliteit. Vanuit IPM is het belangrijk om aan te geven hoe preventie, mechanische en biologische bestrijding van onkruiden, ziekten en plagen wordt aangepakt. ITM gaat echter ook over zorgvuldige communicatie met betrokken partijen over het onderhoud, de veldkwaliteit, het veldgebruik en de werkzaamheden door de verengingen. Een belangrijk punt van ITM is een jaarlijkse kwaliteitsmonitoring in een vast periode. Op basis van enkele vaste parameters maak je de veldkwaliteit meetbaar. Zo kan je bepalen of het uitgevoerde onderhoud effectief was of dat bijstellen van het onderhoudsplan noodzakelijk is.” stelt Ernst Bos. De grasexpert schreef mee aan tal van documenten omtrent geïntegreerd sportgrasbeheer en Integrated Pest Management en geeft regelmatig cursussen over het thema. “De sportveldenbranche kan leren van de golfsector, waar begrippen als structurele speelkwaliteit, monitoring en ITM al enkele jaren geleden werden geïntroduceerd.” zo merkt hij op. Bos pleit er voor dat betrokkenen regelmatig bij elkaar op bezoek gaan. “Om te kijken en te horen hoe die ander dat aanpakt. Daar steek je altijd wat van op.”
Een veelgehoorde klacht is dat het benodigde papierwerk niet uitnodigt om ermee aan de slag te gaan. Bos is het daar niet mee eens. “Wanneer je vanaf nul moet beginnen is het inderdaad een forse klus. De checklists uit de Handleiding Geïntegreerd Sportgrasbeheer zijn dan een nuttig hulpmiddel. Voor beheerders die het planmatige beheer op orde hebben zijn de checklists vooral afvinklijstjes. De monitoring is meer werk, maar ook heel belangrijk. De formulieren zijn behoorlijk uitgebreid, maar er is géén verplichting om continue de hele lijst langs te gaan. De gebruiker beslist zelf welke parameters en veldzones worden opgenomen. Met basisvaardigheid in Excel maak je met behulp van de tool op de website formulieren op maat voor je eigen situatie.” Wel raad hij aan om de eerste keer, wanneer de 0-meting wordt gedaan, grondig en zorgvuldig te werk te gaan. “Die kennis die je dan op doet, vormt namelijk de basis waarop je verder wilt gaan bouwen.” Zelf past hij het formulier regelmatig aan. “Ik monitor nu een aantal velden waar ik 10 jaar geleden een 0-meting heb uitgevoerd. Dat doe ik dan grondig met uitgebreide formulier. Maar ik heb ook sportparken waarvan de gemeente jaarlijks een rapportage verlangt. Die monitoring is minder intensief. Het is mooi om te zien als een beheerder de onderhoudsaanbevelingen opvolgt en de veldkwaliteit meetbaar verbeterd.”
Vraagt input van allemaal
Ook Patrick van der Weide van adviesbureau Loonstra en Van der Weide noemt het een misvatting dat het uitvoeren en invullen van een monitoring, veelomvattend is. Maar hij ziet ook wat anders. “De veldkwaliteit zou er op veel plekken sowieso al op vooruitgaan wanneer er aandacht zou zijn voor het plaggentrappen. In feite is dat de belangrijkste onderhoudsactiviteit. Helaas merken we dat, wanneer men besluit het onderhoud uit te besteden, dat vaak de eerste post is die wordt geschrapt. Dat is ontzettend jammer.” Van der Weide doelt daarbij op het herstellen van de speelschade. “Vroeger werd dat voornamelijk door de vrijwilligers op maandagochtend gedaan maar veel clubs kampen met vergrijzing of met een commerciële partij die de velden onderhoudt. Het kost nu eenmaal manuren.” Plaggentrappen zou echter ook prima, direct na afloop van de wedstrijd, door de spelers kunnen worden gedaan. “Geïntegreerd sportgrasbeheer is sowieso van ons allemaal. Als trainers hun intensieve oefeningen juist op de minder-bespeelde delen van een veld kunnen afhandelen of kunnen rouleren op een veld, dan krijgt de grasplant meer tijd om te herstellen.” En ook het opruimen van attributen en een veld vrijhouden van materialen zodat de onderhoudsploeg of -robot ongestoord z’n gang kan gaan, zal eveneens leiden tot een minder beschadigde, meer dichtgegroeide grasmat. Juist dat is het beoogde resultaat. “Een robuust veld is weerbaar tegen de gangbare grasziekten en is veel minder gevoelig voor de vestiging en ontwikkeling van onkruiden,” zegt Ernst Bos daarover.
Feeling is belangrijk
Net als Bos verzorgde Van der Weide vorig jaar een aantal workshops over het thema. “Die werden bijgewoond door een gevarieerd gezelschap maar ik was vooral blij dat daar ook mensen van diverse gemeenten bij zaten. Zij zijn de beleidsbepalers maar bij een sportveld moet je het zelf gezien hebben. Je moet de grond in je vingers voelen.” Ook Van der Weide meent dat het opnemen van de staat van het veld, niet heel veel tijd hoeft te vragen. “Meestal vergt het me zo’n drie kwartier tot een uur per veld.” Qua gereedschap vertrouwt hij daarbij op een schep, hole-cutter, handboor en penetrometer. “Die handboor is om net wat dieper onder de toplaag te kunnen kijken. Zeker als er een storende laag zit, is het belangrijk dat je die kunt vaststellen. De penetrometer is puur bedoeld voor de interpretatie van de data.” Vaak combineert Van der Weide de veldinspectie met het steken van een grondmonster voor een bemestingsonderzoek. “Zo’n bemestingsonderzoek voer ik elke drie jaar uit en het koppelen van de informatie geeft veel extra data.”
Mogelijke aanscherping
Behalve de aanpassingen qua percentages voor wie chemie wil toepassen, verwacht Ernst Bos dat de uitzonderingenlijst met onkruiden in de toekomst verder aangescherpt zal gaan worden. “Wanneer je grassportvelden voldoende en zorgvuldig bespeelt en onderhoudt, heb je volgens mij geen chemie nodig. Voorwaarde is wel dat je het onderhoud richt op robuuste velden en de planning afstemt op het veranderende klimaat in plaats van (alleen) op de competitie.” De parameters van de monitoringtool geven een maatlaat voor robuuste velden met structurele speelkwaliteit. Sterke en zwakke punten worden zichtbaar, zodat je beheer en onderhoud, daar waar nodig, kan aanpassen. “Het themadossier Sportgrasbeheer op www.sportinfrastructuur.nl blijft daarbij handig. Je hebt te maken met de natuur die steeds weer verandert. Juist daarom zal de informatie op de website regelmatig worden aangevuld of aangepast,” aldus Koen Beelen namens de Routekaart Verduurzaming Sport.