Sportvelden

Waar sport, innovatie en maatschappelijke

infrastructuur samenkomen

Het probleem van gladde of stroeve kunstgrasvelden

Spelers die net op een totaal nieuw kunstgrasconcept hebben gespeeld, merken vaak als eerste op dat ze het veld ’te glad’ of ’te stroef’ vinden. Het vinden van de juiste balans is ingewikkeld en omvat veel meer dan alleen het garen of het stekental.

Een voormalige tophockeyer die om een reactie werd gevraagd op het totaal nieuwe kunstgrasconcept dat geen beregening nodig heeft, beklaagde zich dat het veld te stroef was. Nederlandse voetballers die na hun wedstrijd op een nieuw non-filled of mineraal gevuld kunstgrasconcept werden geïnterviewd, gaven aan dat de ondergrond te glad was. Beide interviews werden gedaan in het kader van de verplichtte informatievergaring dat onderdeel is van het Innovatietraject van het Kwaliteitszorgsysteem.

Het noopte de KNVB om de afdeling Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam te verzoeken om vast te stellen waar de spelers op doelden. “Meerdere wedstrijden op dit soort velden zijn daarom op video opgenomen en de beelden hebben we laten analyseren door een wetenschapper. Die zag een groot aantal incidenten wanneer het veld vochtig was van de dauw of nat van de regen,” zegt Patrick Balemans van de KNVB. De incidenten werden gegroepeerd in tien verschillende categorieën, variërend van het overeind blijven tot volledig vallen, al dan niet met de bal, en of dit gebeurde tijdens het rennen, schieten, pasen of ontvangen. “Elke paar minuten constateerden we een incident, iets wat wij onaanvaardbaar vinden. Het type incident en incidentpercentage verschilde echter tussen de verschillende niet-gevulde en mineraalgevulde concepten en tussen de verschillende ondergronden in elke categorie, waardoor het nog moeilijker werd om overeenkomsten te vinden.”

Niet noodzakelijkerwijs een grasprobleem

Onjuiste of overmatige interactie tussen speler en veld komt niet alleen voor bij nieuw ontwikkelde kunstgrasmatten. In 2019 bepleitten professoren Paul Fleming en Steph Forrester van de Loughborough University dat er een nieuwe mechanistische benadering nodig is voor het bestuderen van de trekkrachten die worden gegenereerd tijdens interacties tussen de schoen en een derde generatie kunstgrasmat. Dit ondanks het feit dat dit concept al bijna 30 jaar wordt geinstalleerd. “Veel onderzoek was van oudsher empirisch, wat goed is voor benchmarking, maar niet verklaart waarom”, zegt Forrester op de vraag waarom zo’n essentieel vraagstuk dertig jaar na de adoptie van het concept, nog steeds wordt bestudeerd. In hun studie ‘Tractiekrachten gegenereerd tijdens interacties tussen schoenen en oppervlak met noppen op kunstgras van de derde generatie: een nieuw mechanistisch perspectief’ identificeerden Fleming en Forrester 39 variabelen die rechtstreeks van invloed zijn op de tractierespons. Dit omvatte de lichaamsmassa, beweging en intensiteit van de speler, de techniek, de locatie, de dynamiek van het kunstgrassysteem, het ontwerp van het derde generatie grasveld, de staat en geschiedenis ervan, en het ontwerp van de schoenen die de speler draagt. “Uitglijden bij het tackelen is vaak een gevolg van het feit dat een speler het niet goed doet. Een oplossing voor dit probleem zou kunnen worden gevonden in het ontwerp van de schoen,” voegt ze eraan toe. Daarmee wordt duidelijk dat het niet altijd de ontwerpers van kunstgrassystemen zijn die schuld hebben aan het probleem. Forrester wijst erop dat, ondanks het feit dat rubberingestrooide kunstgrasvelden de afgelopen dertig jaar op grote schaal zijn geinstalleerd, “er nog steeds ruimte is om kunstgrasschoenen voor derde generatie kunstgrasvelden te verbeteren.”

Nieuwe testapparatuur

De discrepantie tussen wat spelers ervaren en wat systeemontwerpers voor ogen hadden, kan ook worden toegeschreven aan nieuwe inzichten die voortdurend worden geintroduceerd. Eén daarvan zal er nu toe leiden dat de FIFA een aangepaste Advanced Artificial Athlete (AAA)-test in haar aankomende vesie van het Handbook of Test Methods gaat opnemen. In het artikel ‘Vergelijking van spelerspercepties met mechanische metingen van de derde generatie kunstgrasvoetbaloppervlak’ dat begin vorig jaar werd gepubliceerd, wijzen Fleming en Forrester, samen met David Cole en Jon Roberts (beide eveneens van Loughborough University), David James (testinstituut Labosport ), Mickael Benetti, Katharina Wistel en Johsan Billingham (allen van de FIFA) erop dat “de AAA een korte dynamische impactcurve produceert van  < 50 ms, met een gemeten piekkracht in het bereik van 2-3 kN om te voldoen aan de FIFA-standaardvereisten . Tijdens het hardlopen op derde generatie kunstgras piekt een typische voetafzet gedurende 250 ms rond de 1 à 2 kN. Er zijn echter verticale krachten van 3 kN onder de voeten gemeten tijdens het lopen. Bovendien lijkt de AAA-testvoet over het algemeen op de vorm en het gebied van de menselijke hiel, in tegenstelling tot de maximale contactkrachten van spelers die doorgaans optreden wanneer de hele of voorvoet in contact komt met het veld.

Continu aandachtspunt

Waar de auteurs voor hun onderzoek alleen derde generatie kunstgrasvelden onderzochten, worden, in het belang van de ontwikkeling van non-filledvelden zowel de AAA-test als de Rotational Resistance Test (RRT) nu geactualiseerd. Hoewel FIFA nog geen non-filled of mineraalgevulde systeem heeft goedgekeurd, bestaat er nog steeds de consensus dat dit de concepten van de toekomst zijn. Om die reden is Loughborough University samen met TenCate Grass een PhD-onderzoek gestart om zich verder te verdiepen in de vraag hoe non-filled kunstgras reageert op spelersinteracties, inclusief de kenmerken die samenhangen met schuif/tractie-gerelateerde (horizontale) spelers/mechanische bewegingen. testbewegingen en relevante aspecten van (verticale) impacts.

Bij het zogenaamde dry-turf kunstgras voor hockey ligt dat wat anders. Elders op deze website vindt u een artikel over de nieuwste ontwikkelingen omtrent dit concept. Toch heeft het eerste dry-turfveld dat voor officiële tests volgens de FIH-criteria werd aangelegd, een totaal andere tapijtconfiguratie dan de huidige standaard. In afwachting van een duidelijke indicatie van de toekomst voor dit type veld, moeten we misschien iets anders in gedachten houden. “Toen we eenmaal bewaterde kunstgrashockeyoppervlakken hadden ingevoerd, begonnen spelers te sliden en te duiken, wat niet het geval was bij zandgevulde systemen,” zegt de Facilities and Quality Program Manager van de International Hockey Federation (FIH), Alastair Cox, daar onlangs over. “World Rugby daarentegen kreeg te maken met de angst voor brandwonden toen zij kunstgras adopteerden. Zowel de FIH als de World Rugby staan nu toe dat spelers leggings of maillots dragen om de spelers tegemoet te komen.” De rationalisatie van Cox is ongecompliceerd: “Naarmate de zaken evolueren, erkennen we dat het vaak meer is dan het tapijt alleen.”

Gelabeld:

Laat een reactie achter