Gemeente Waadhoeke verkiest maatwerk voor onderhoud hybridevelden

De gemeente Waadhoeke investeerde de afgelopen paar jaar in vier hybridevelden. Afgelopen zomer zijn die voor het eerst aan groot onderhoud onderworpen. Daarbij koos de gemeente voor twee verschillende benaderingen.

Sinds de duurzaamheid en milieu impact van kunstgras een maatschappelijk thema zijn geworden, staan gras of hybride sportvelden nog nadrukkelijker bij de gemeente Waadhoek in Noordwest Friesland op de radar wanneer een veld toe is aan een vervanging of een verbetering. “Veel clubs binnen onze gemeente zijn relatief klein qua aantal leden. Wij denken daarom dat gras of hybride sportvelden ook een oplossing bieden. Dit soort velden zijn minder milieubelastend dan kunstgras,” zo verklaart René Kamstra de koers. Kamstra is verantwoordelijk voor het gemeentelijk sportveldenbeheer. Hij streeft naar een jaarlijks gebruik van 400 uur op natuurgras- tot 800 uur op hybride velden. “Veel kunstgrasvelden zijn in het verleden vooral vanuit prestige aangelegd. In het nieuwe beleid wordt bij de vervanging van een kunstgrasveld de argumentatie voor de toplaag nadrukkelijker gewogen.” Zodoende liggen er nu al vier hybridevelden in de gemeente. “Na een proef in 2023 hebben we vorig jaar nog eens drie velden laten aanleggen.” Nu dit jaar het moment aanbrak om die velden voor het eerst in een zomerstop echt aan te pakken, koos Kamstra voor twee verschillende onderhoudsbenaderingen.

In Waadhoeke is voor twee verschillende benaderinge gekozen

Onderhoudsvraag

Kamstra motiveert dat besluit als volgt: “na de aanleg van het eerste veld in Minnertsga, in 2023, dachten we dat één fieltopmaker-beurt per twee jaar voldoende zou zijn. Dit bleek niet zo te zijn.  De grondlaag daar was ideaal voor een gezonde grasmat. Daarnaast bleek dat het minder intensief werd gebruikt dan vooraf was ingeschat.” Die combinatie van factoren had tot gevolg dat spelers vorig najaar begonnen te klagen over een gladde ondergrond. Het gebrek aan voldoende bespeling had de groei van straatgras in de hand gewerkt. “Vandaar dat we de hele grasmat deze zomer twee centimeter hebben afgeschraapt en opnieuw hebben ingezaaid.” Het onderhoud van de andere drie velden was milder. “Hier hebben we gekozen voor een lightversie waarbij we minder diep wegfrezen. Zo blijft er meer gras staan en is het veld eerder hersteld. Wel kan het opgebouwde organisch materiaal zo uit deze velden worden verwijderd.” De velden zijn het afgelopen seizoen veelvuldig gebruikt. Bovendien zijn ze in die periode nadrukkelijker schoongehouden en bemest op basis van een uitgebalanceerd mestplan.”

Toplaagrenovatie

De kaasschaafmethode die voor het veld in Minnertsga werd toegepast, wordt ook vaak ‘Koro-en’ of ‘Fieldtop-maken’ genoemd. Dat is een verwijzing naar de Koro Fieldtopmaker-machine die in 2005 hier specifiek voor is bedacht. GKB Machines was bij die ontwikkeling nauw betrokken maar heeft deze doorontwikkeld. “Ook de freesmessen van onze Combinator snijden de toplaag van het veld af zonder de wortels van het gras aan te tasten,” stelt Jan-Willem Kraaijeveld van GKB Machines. “Door de voorrol en achterrol middels een pendelsysteem te koppelen, doet deze dat echter voor het hele veld op dezelfde hoogte. Daardoor zijn er minder kansen op fouten of dat de messen in de bodem ‘happen’.” Dat laatste wil bij andere machines nog wel eens voorkomen omdat beide rollen daar elk afzonderlijk moeten worden afgesteld. 

De machine is multi-inzetbaar doordat deze voorzien kan worden van verschillende slijtdelen. “Je kunt er zowel freesmessen als vertimessen als freesbeitels in plaatsen. Vandaar dat de machine daardoor gebruikt kan worden voor zowel het frezen, verticuteren als verwijderen van de gras- of hybride toplaag.” En wanneer men de rotor door een borstelrotor vervangt, dan kan deze ook ingezet worden om de infilllaag van een kunstgrasveld los te maken.

Schoonhouden

Een zogenaamde ‘toplaagrenovatie’ wordt bij stadionvelden nagenoeg elk jaar gedaan. Met een prijskaartje van tussen de tien tot 20 duizend euro per jaar, is dit voor amateurvelden relatief kostbaar. Kamstra concludeert echter dat het onderhoud van dit soort velden in de breedtesport niet in vergelijking staat met dat bij een BVO. “In de breedtesport worden velden vaker betreden waardoor het veld aan het einde van het seizoen schoner is en er dus minder schoongemaakt hoeft te worden. De kosten zijn dan lager dan bij een BVO,” zo motiveert hij. Die lagere kosten zit ‘m vooral in feit dat er minder materiaal wordt afgevoerd. “Het is essentieel dat je de mat gedurende het seizoen goed schoon houdt en dat je het organisch materiaal dat zich tussen de vezels ophoopt, zoveel mogelijk verwijdert,” zo merkt hij op.

“Door de voorrol en achterrol middels een pendelsysteem te koppelen, doet deze dat echter voor het hele veld op dezelfde hoogte. Daardoor zijn er minder kansen op fouten of dat de messen in de bodem ‘happen’.”

De verschillende machinefabrikanten hebben daar tegenwoordig speciale onderhoudsmachines voor hybridevelden voor geïntroduceerd. De gemeente Waadhoeke valt vooral terug op de kriebeleg. “Dat vergt slechts zo’n 30 minuten per veld en we doen dat daarom vaker. Ook spuiten we een biostimulant om de afbraak van dat organisch materiaal te bespoedigen. Daarnaast worden ze regelmatig geverticuteerd en belucht.” Het beluchten wordt maandelijks door een aannemer gedaan. “Twee keer per jaar brengen we een klein beetje zand aan om de toplaag schraal te houden.” Kamstra heeft het daarbij over zo’n acht kuub zand per keer. Tijdens het onderhoud van dit jaar is dat verschralen extra nadrukkelijk gedaan.

Juiste meststoffen

Achteraf bezien wijdt Kamstra de gladheid van het veld in Minnertsga ook aan de meststoffen die ze aanvankelijk op het veld hadden aangebracht. “We zijn destijds met organische meststoffen gestart maar vorig jaar zomer zijn we op langwerkende minerale meststoffen overgestapt. De directe opname van de minerale meststoffen biedt voor hybridevelden een beter resultaat.” Omdat hij er minder van aanbrengt, schat hij dat de totale kostenpost voor langwerkende minerale meststoffen vergelijkbaar is met de organische meststoffen die ze aanvankelijk hadden aangebracht.

Het bemestingsplan is opgesteld in nauw overleg met Gertjan Hilarius. De groundsman van SC Heerenveen is adviseur voor verschillende clubs en gemeenten in Friesland en houdt er een eigen bemestingsadviesbureau op na. “Ik adviseer om 100% minerale meststoffen aan te brengen in een combinatie van langzaam werkende en snelwerkende stoffen. Die laatste kunnen met een spuit worden aangebracht.” Ook in het Abe Lenstrastadion ligt een hybrideveld. “Gezien de opbouw van het veld in Minnertsga heb ik echter aanbevolen om daar vooral voor langzaam werkende stoffen te gaan.” De rijke bodem aldaar biedt het gras al een stevige basis aan voedingsmateriaal. “De grote uitdaging zit ‘m in het juist timen van de gift vanwege de hoeveelheid stikstof die je aanbrengt.”

Kamstra laat de velden regelmatig kriebelen.

Uit onderzoek van branchevereniging BSNC bleek dat grassen die stikstof vrijwel geheel benut. “Om het juist giftmoment vast te stellen leun ik bij SC Heerenveen sterk op de resultaten van bladsap-analyses. De kosten daarvoor zijn bij een BVO snel terugverdiend. Daarnaast gebruik ik de data van bodemsensoren.” Ook in de velden in de gemeente Waadhoeke zijn die aangebracht. “Elk veld heeft twee sensoren die ons de EC-waarde en bodemtemperatuur vertellen,” erkent Kamstra. De EC-waarde geeft belangrijke informatie over de voedingsbalans en het zoutgehalte in de bodem. Beiden zijn direct van invloed op de gezondheid van het gras. “We gebruiken de vergaarde data vooral als hulpmiddel.”

Zeoliet en sporenelementen

Naast meststoffen brengt Kamstra op zijn hybridevelden ook zeoliet en sporenelementen aan. “Zeoliet is een natuurlijk mineraal met bijzondere fysisch-chemische eigenschappen. Het verbetert vooral de structuur en chemische balans van de toplaag. Daardoor groeit het gras beter en is het ook beter bespeelbaar.” Het zeoliet houdt water maar ook positief geladen voedingsstoffen zoals ammonium, kalium, calcium en magnesium vast en geeft deze daarna langzaam af aan de wortelzone. Op die manier wordt een maximale opname en minimale uitspoeling bereikt. Daarnaast verlaagt het mogelijke pieken in de EC-waarde na een bemesting. “Die sporenelementen dragen bij aan een gezonde uitstraling van het gras, verbetert de fotosynthese en energieproductie. Dat resulteert in een betere celdeling waardoor het gras zich na betreding of schade beter herstelt. Ook stimuleren ze de omzetting van nitraat naar aminozuren in de grasplant waardoor het gras minder verlies en betere groei bij lagere stikstofgiften ervaart.”

Kamstra is nu tevreden met het grasbestand op het veld. “Na de renovatie hebben we het veld met 320 kg graszaad ingezaaid. Mocht doorzaaien nodig zijn, dan gebruiken we zo’n 45 kg per keer. We zaaien zo’n veld dan twee tot drie keer per jaar door.” Volgens hem is het onontkoombaar dat ook dit soort velden kale plekken vertonen. “Tijdens de winter zien we die vooral in de zestienmetergebieden.” Om de belasting tijdens, met name, de training te spreiden hebben de clubs elk een eigen set verplaatsbare goals ontvangen. 

“Het effect daarvan is eind afgelopen seizoen geëvalueerd en de conclusie is dat, hoewel de clubs tevreden zijn over de hybridevelden, we de clubs over het gebruik ervan nog wat beter moeten voorlichten.” Dat het spreiden van de activiteiten in het belang is van de levensduur van de grasmat, is nog niet overal geland.

Regelmatig toetsen

Het Kwaliteitszorgsysteem kent geen kwaliteitsnormen voor gras of hybride sportvelden. Kamstra volgt daarom samen met Hilarius de richtlijnen die de Eredivisie CV voor de Nederlandse stadionvelden heeft opgesteld. “De bedoeling is dat de inspecteurs van Kiwa Isa Sport elke drie jaar de kwaliteit van de velden vaststellen. Zo weten we precies waar we staan,” aldus Kamstra.

De hybridevelden in de gemeente Waadhoeke vragen zeker om aandacht. “We hebben 70 sportvelden, waarvan 34 voetbalvelden, te onderhouden. Vandaar dat we vijf dagen per week op de velden aanwezig zijn. Dat is veel maar, tegelijkertijd, ook de reden waarom we beschikken over veel onderhoudservaring.” Nu ze dat onderhoud voor de hybridevelden steeds beter in de vingers hebben, zou een uitbreiding van het aantal hybridevelden in de gemeente Waadhoeke, in dat opzicht, niet tot meer problemen moeten leiden.

De juiste keuze bij aanschaf

De vier hybridevelden in Waadhoeke zijn allemaal Tarkett Grassmaster-velden waarvoor Antea Sport de basis heeft gebouwd. Bij de keuze heeft Kamstra sterk geleund op het advies van PLANN ingenieurs. “Wij hebben hier bewust voor gekozen omdat Grasmaster-velden vergevender zijn bij het onderhoud,” stelt Kamstra. Volgens Jon Hesen van Tarkett Sports komt dat door hun keuze voor polypropyleen (PP) als grondstof voor de kunstgrasvezels. “PP-vezels blijven beter rechtop staan en kunnen tegen een stootje. Zowel tijdens het spel als tijdens het onderhoud. Je speelt daardoor altijd op de top van de vezels. Dat is ook de bedoeling want zo ervaart deze de minste slijtage.”

Waadhoeke wilde juist ook een geïnjecteerd hybrideveld in plaats van een backinggebonden hybridemat. “Het probleem met backinggebonden hybridematten is dat die heel nauwkeurig geïnstalleerd en onderhouden moeten worden. Gebeurt dat niet, dan loop je het risico dat een stuk van die mat bij het onderhoud opgetild wordt waarmee het veld forse schade oploopt,” zo verklaart Kamstra.

Geef een reactie