Axel Geerinck: “Gooi boerenverstand niet overboord”

Het grasteam van Club Brugge heeft twee stadionvelden onder haar hoede die elk door twee clubs worden gebruikt. Toch verkiezen groundsman Axel Geerinck en zijn team hun kennis en ervaring boven de afhankelijkheid van technologie en data voor het bepalen van het onderhoud. Ook met die aanpak behalen zij resultaat.

Met 66 betredingen, 60 wedstrijden en zes officiële trainingen van Europese teams, kende het stadionveld van het Jan Breydelstadion vorig seizoen het hoogste gebruik van Europa. Het stadion is de thuishaven van zowel Club Brugge als Cercle Brugge, twee clubs die afgelopen seizoen ver rijkte in zowel de Belgische competitie, de Belgische bekercompetitie, de Play Off’s als de Europese competities. Daarnaast is het uit zeven man bestaande team ook verantwoordelijk voor de trainingsvelden van Club Brugge en het veld van het Schiervelde stadion in Roeselare. Hier spelen Club Brugge B en SK Roeselare. Beiden betalen Club Brugge een vergoeding voor het veldonderhoud. “Voorheen werden de velden altijd door de gemeentelijke dienst onderhouden maar omdat die niet werken op de avond of in het weekend, heeft Club Brugge die verantwoordelijkheid voor het onderhoud naar zich toe getrokken. De club wil competitief voetbal spelen en weet dat dat de noodzaak voor goede velden inhoudt,” zo stelt Geerinck.

Minimale belasting

Ondanks die wens, of eigenlijk daarom, trachten Geerinck en zijn team het gras juist zoveel mogelijk te sparen. “Aangezien we maximaal vijf dagen hebben tot de volgende thuiswedstrijden op elk stadionveld, is ons uitgangspunt het gras zoveel mogelijk met rust te laten. Elke activiteit beschadigt namelijk de grasplant en geeft het stress. Ons streven is om dat eigenlijk te minimaliseren.” Op wedstrijddagen blijven de werkzaamheden daarom beperkt tot het trekken van de lijnen, het herstellen van de speelschade en het maaien. Dat laatste wordt handmatig gedaan. Een activiteit zoals het wiedeggen bijvoorbeeld wordt alleen maar gedaan in de periode dat het gras actief is en er dus voldoende groei is zodat het gras sneller herstelt van deze bewerking. “Door het veld het gewicht van machines zoveel mogelijk te besparen, krijgt het gras meer de kans op natuurlijk herstel,” zo licht hij toe. “Gras is een heel sterk plantje dat veel aan kan. Maar een afhankelijkheid van techniek en het kunstmatig bijdragen aan een herstel terwijl, aan de andere kant, het veldgebruik verder wordt verhoogd, maakt dat we dat plantje eigenlijk verkrachten. Op die manier gebruiken we de natuur niet langer maar vechten we er juist tegen. Ik vind dat ongezond.”

Copyright: Chivista, https://de.m.wikipedia.org/wiki/Datei:FC_Br%C3%BCgge_Choreografie_2011.JPG

Goede renovatie als basis

Zes jaar geleden is het veld van het Jan Breydelstadion versterkt met kunstgrasvezels. Geerinck benoemt dat als de reden waarom het veld de hoge gebruiksintensiteit aan kan. “Dankzij die kunstgrasvezels blijft het veld vlak en stabiel. Voor ons zijn dat de twee belangrijkste uitgangspunten voor een goed veld,” zo merkt hij op.

De kwaliteit van het veld gedurende het seizoen wordt eigenlijk al door de grote renovatie tijdens de zomer, bepaald. “De kwaliteit van die werkzaamheden legt de basis. We beginnen daarmee daags na de laatste wedstrijd omdat we maar zes weken hebben totdat de competitie weer start.” De festiviteiten na het kampioenschap van Club Brugge na het seizoen 2023-2024, liet hij dan ook bewust aan zich voorbijgaan. “We hebben elke minuut hard nodig omdat je het veld echt wilt strippen tot op de hybridevezels zodat je die weer kunt laten samenwerken met het gras. Daarna moet het weer worden ingezaaid en moeten we hopen dat de mat vol en stevig genoeg is bij aanvang van de nieuwe competitie.” De korte periode die ze ter beschikking hebben is ook de reden waarom het veld met 100% Engels Raaigras wordt ingezaaid. “Met veldbeemd inzaaien heeft hier weinig nut omdat het niet voldoende tijd krijgt om op te komen.” Bij zijn keuze laat hij zich adviseren door experts van buiten. Wel beschouwt hij mengsels uit de Grasgids als bepalend. “Het mengsel moet vooral ziekteresistent zijn. Het is voor ons minder belangrijk dat het fijnbladig is en daardoor mooier oogt. Hier telt de gebruikservaring, niet het plaatje.”

Gedurende het seizoen wordt het veld maandelijks doorgezaaid. Daarbij accepteert het grasteam dat slechts een klein deel van het ingezaaide gras, helemaal op komt. “Wij zijn al blij als zo’n 10% daadwerkelijk opkomt. Maar omdat een ton graszaad, naar verhouding, niet zoveel kost durven we het risico aan,” zo verklaart hij de onbalans in input versus resultaat.

Gebalanceerd mesten

Na de zomerse inzaai worden er organische meststoffen aangebracht. Daarna leunt het grasteam in Brugge op minerale meststoffen. “Dat is meer omdat dat organische meststoffen, gedurende de winter, minder effectief zijn.” Beluchten wordt, over het algemeen, eens per maand gedaan. “Dat doen we dan acht tot dertien centimeter diep. Twee à drie keer per jaar beluchten we dan met pennen van 20 centimeter.” Qua ziektebeheer is het uitgangspunt om dat vooral pesticidenvrij te doen. “Dankzij onze collectieve ervaring binnen ons grasteam durven we lang te wachten. Maar eerlijk is eerlijk; we houden de fungiciden voorlopig nog achter de hand want helemaal pesticidevrij is vooralsnog onmogelijk gezien de gebruiksintensteit van de velden. We hebben onvoldoende tijd om voldoende preventief te kunnen werken dus houden we graag een rigide noodoplossing achter de hand.”

“De kwaliteit van die werkzaamheden legt de basis. We beginnen daarmee daags na de laatste wedstrijd omdat we maar zes weken hebben totdat de competitie weer start.”

Voorbereid de winter in

Nu de winter eraan komt worden er biostimulanten aangebracht. “Het is nu zaak zoveel mogelijk organisch materiaal uit de toplaag te halen en het gras vol te stoppen met voeding.” Ook gaat binnenkort de veldverwarming aan zodat de omstandigheden voor de wortels optimaal blijven. “We hebben het erg getroffen met een management dat hoge eisen stelt maar dat zich er ook bewust van is dat dat een keerzijde kent.” Om die reden beschikken Geerinck en zijn grasteam over een set grasgroeilampen die ze, zonder beperkingen, kunnen plaatsen. De enige beperking is de speelkalender die het soms belet onze lampen te gebruiken (veel wedstrijden kort na elkaar).

Schaduwvorming beperkt zich in het Jan Breydelstadion tot één van de doelgebieden en de lange zijde aan de overkant van de dugouts. “Eerder dit jaar is ons de kans geboden om het aantal units uit te breiden maar daar heb ik, vooralsnog, van af gezien. Ik wil eerst zien en ervaren wat ik er mee kan voordat ik besluit welke techniek en hoeveel daarvan, we aanschaffen.” Met name in de techniek van grasgroeilampen gaan de ontwikkelingen momenteel razendsnel. “Tegelijkertijd praat je daarbij over forse investeringen. Ik wil daarom niet over één nacht ijs gaan. Bovendien laat de huidige infrastructuur ook niet meer groeilampen toe.”

Niet afhankelijk van data

Ook voor wat betreft het omarmen van data, heeft Geerinck een zelfde instelling. “Ik ben zeker niet tegen meten maar je moet niet blindvaren op de meetwaardes. Er wordt in mijn ogen teveel ingezet op het verantwoorden van bepaalde onderhoudshandelingen terwijl ik juist van mening ben dat je juist moet voorkomen dat het zover komt.” Toch ontkomt hij er niet meer aan. Onlangs tekende competitieorganisator Pro League een overeenkomst met Raw Stadia. Clubs zijn nu verplicht om datasets op te bouwen. “Hun aanpak heeft vooral een meerwaarde voor de technische staf,” zo is zijn kritische mening over de afspraak. Een van de onderscheidende kenmerken van Raw Stadia is dat zij hun meetwaardes vertalen naar de fysieke impact op de spelers. “We moeten ervoor waken dat clubs straks een blessure gaan wijten aan de werkzaamheden van een grasteam of het mogelijk nalaten daarvan. Een blessure kent vaak meerdere oorzaken en de rol van het grasteam of de activiteiten die zij wel of niet hebben gedaan, is daar slechts één deel van maar zeker niet meteen dé oorzaak.” 

"Uiteindelijk is de bodem, de basis dus willen we juist daar op kunnen bouwen. De combinatie van de opbouw van het veld, de drainage en de beregening zijn, naar mijn mening, bepalend voor het resultaat."

Zelf monitoren

Die kritische houding jegens dataverzameling ten spijt, heeft hij zelf twee jaar geleden geïnvesteerd in een Hipster. Dit testapparaat verzameld data volgens een andere methodiek. “Deze gegevens geven ons een goed beeld van hoe een veld zich gedurende een seizoen verhoudt,” zo is zijn mening. Die gegevens worden vooral geanalyseerd op de aanwezigheid van trends of juist het ontbreken daarvan. “Dat bespreek ik met de persoon die verantwoordelijk is voor een specifiek veld waarna we de onderhoudsactiviteit nader bepalen.” Betrokkenen hebben alleen inzage in de data voor hun eigen veld(en). “Elk veld is uniek. Kennis over de conditie van andere velden kan leiden tot oneerlijke en oneigenlijke competitie tussen de leden van zijn team. Dat probeer ik juist te voorkomen.”

Vanwege de omvang en het gewicht van de Hipster wordt er nog onvoldoende gebruik van gemaakt. “Het laat zich lastig transporteren waardoor hij vaak op dezelfde locatie staat. Het is eigenlijk de locatie waar het staat, dat we daar de meeste data van verzamelen.” Club Brugge heeft velden verspreid over drie locaties. “Toch proberen we alle velden maandelijks in kaart te brengen.”

Analyses

Data waar Geerinck en zijn team wel op bouwen zijn de bladsapanalyses en de resultaten van de bodemmonsters. “In 2024 zijn we gestart met bladsapanalyses. Tot dusver zien we dat het vooral momentopnames zijn. Daarentegen leunen we al wel sterk op de resultaten van de bodemmonsters die we zelf steken maar laten analyseren door Eurofins. Uiteindelijk is de bodem, de basis dus willen we juist daar op kunnen bouwen. De combinatie van de opbouw van het veld, de drainage en de beregening zijn, naar mijn mening, bepalend voor het resultaat.” Daarna telt vooral de kennis en ervaring van het grasteam, zo is Geerinck van mening. “Data en technieken zijn daarbij ondersteunend. Zeker niet leidend.” De komende periode zal nog eens extra blijken hoe goed de resultaten zijn die de grasploeg van Club Brugge weet te behalen. “Club Brugge speelt de komende maanden tegen zowel Arsenal als FC Barcelona in de Champions League. Ook die clubs schenken heel veel aandacht aan hun stadionveld.” Het eindresultaat van die wedstrijden zegt straks dus zowel wat over de twee teams die op het veld staan, als over de kwaliteit van de grasmat die het grasteam heeft klaargemaakt.

Geef een reactie