Daniel Klijn (RVVB): “kwaliteit van de accommodatie bepaalt mede de overlevingskans”

In de aanloop naar de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen had nagenoeg elke politieke partij iets over sport in haar verkiezingsprogramma staan. Dat was voor het eerst in de parlementaire geschiedenis. “Nu moet daar op doorgepakt worden want verenigingen zijn het cement van de samenleving. Zonder accommodatie kunnen zij echter niet bestaan,” zegt Daniel Klijn van het Register voor Verenigingsbestuurders (RVVB).

Nederland kent zo’n vijf miljoen sporters die bij ruim 22.000 verenigingen terecht kunnen. “Slechts 10.000 daarvan beschikt over een eigen accommodatie. De rest is afhankelijk van een externe aanbieder. Vaak is dat de gemeente en die moet haar middelen juist verdelen over heel veel projecten,” zo schetst Klijn het kader. Hij schat dat zo’n 60% van die eigen accommodaties verouderd is en nadrukkelijk aandacht vereist. “Maar nu de BOSA-subsidie wordt afgebouwd en deels vervangen wordt door de DUMAVA, lijkt dat steeds lastiger te gaan worden. De BOSA was specifiek bedoeld om de bouw en het onderhoud van sportaccommodaties te stimuleren. 

De DUMAVA is een regeling voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed. Dat is dus veel meer dan alleen sportaccommodaties. De sport moet daarom voorkomen dat het in de massa wordt opgenomen.” Volgens het Kadaster kent Nederland 85,5 miljoen vierkante meter aan maatschappelijk vastgoed. De 7,1 miljoen vierkante meter aan sportaccommodaties waar cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 2018 over repte, zijn dus nog geen 10% van dat hele portfolio. “En waar andere partijen kunnen terugvallen op externe consultants en adviseurs om hun aanvraag voor een DUMAVA-subsidie rond te krijgen zijn de sportverenigingen vaak afhankelijk van goedbedoelde vrijwilligers die veel minder bekend zijn met de materie.”

Wilt u verder lezen?

Registreer hier

 

Geef een reactie