Wat is beter: borstelen of raken?

De meningen over of borstelen of juist het raken van kunstgrasvelden beter is, zijn verdeeld. Gerrit de Koe van de gemeente Amsterdam liet dankzij een subsidie van het ministerie van VWS de BSNC en de Noorweegse voetbalbond, onderzoeksinstituut ERCAT van de Universiteit van Gent deze materie onderzoeken. Nu liggen er wetenschappelijk onderbouwde uitkomsten maar de conclusies worden niet alom gedeeld.

Borstelen of raken

De meningen over of borstelen of juist het raken van kunstgrasvelden beter is, zijn verdeeld. Gerrit de Koe van de gemeente Amsterdam liet, dankzij een subsidie van het ministerie van VWS, de BSNC en de Noorweegse voetbalbond, onderzoeksinstituut ERCAT van de Universiteit van Gent deze materie onderzoeken. Nu liggen er wetenschappelijk onderbouwde uitkomsten maar de conclusies worden niet alom gedeeld.

Anno 2022 en met bijna 2400 derde generatie kunstgrasvelden rijker is er, klaarblijkelijk, nog altijd verdeeldheid in ons land over wat nu het beste werkt om de infill los te houden. Niet alleen over de effectiviteit van de één of de ander maar óók voor wat betreft de wijze van uitvoering. ”Ik krijg nog regelmatig cursisten die het eigenlijk plichtmatig doen maar niet weten wat ze doen en waarom ze dit doen,” stelt Gerrit de Koe. Regelmatig deelt hij zijn jarenlange kennis over kunstgrassystemen nog in specifieke cursussen aan derden. “Dan vraag ik ze om twee of drie stroken van een veld op een specifieke manier te bewerken en na afloop het verschil te beoordelen. Eén keer een veld raken is bij vercompacteerde velden vaak niet genoeg.

Tekst loopt door onder deze advertentie


“Voordat het onderhoudstoestel over de proefstroken mocht rijden, werden de proefstroken eerst 100 cycli door een lisport XL zonder abrasieplaten bewerkt. Daarna werden er 110 cycli met het onderhoudstoestel over de stroken gereden” Gerrit de Koe, gemeente Amsterdam

Twee keer maakt bij 60 mm poolhoogte al meer verschil, drie keer raken en het veld voelt weer als nieuw. Maar je moet voelen en zien wat je doet. Het resultaat is altijd een wereld van verschil.” John van Gennip van sportveldenbouwer J&E Sports herkent dat beeld. “Ik ben altijd harstikke druk met borstelen en benadruk steeds dat de persoon die straks het onderhoud uitvoert, met z’n neus op het werk moet zitten en niet in de lucht.” Desondanks komt het regelmatig voor dat de mensen van J&E Sports moeten terugkomen om ook het onderhoud te doen. “Het werk oogt eenvoudig en weinig veeleisend maar er zijn ontzettend veel details waar je op moet letten. Als het dan onvoldoende wordt gerespecteerd, dan worden de problemen alleen maar erger.” Wijnand Hendriks van Henko Adhesives & Tools deelt die mening. “Je moet één worden met het veld zodat je alle karakteristieken ervan begrijpt,” zegt de man die alleen al over de borstelkeuze, een hele middag kan vullen.

Belangrijk met het oog op ECHA

Terug naar het onderzoek. Na microplasticvervuiling van polymerische infill, ligt de focus van het Europees Chemisch Agentschap (ECHA) nu op microplasticvervuiling van vezelslijtage. Gerrit de Koe zag daarom een noodzaak om dat voor kunstgrasvelden te onderzoeken. “ERCAT heeft een onderhoudstoestel ontwikkeld dat in de laboratorium omgeving volledig autonoom over het veld kan rijden en waarbij de druk op de borstels en rakes ’n constante 38g/cm2 is.” Het onderhoudstoestel werd voorzien van drie verschillende borstels waarvan de vezeldiktes varieerden van 1,5 tot 3mm, óf met rakes met tanden van 3mm. Voor zijn het onderzoek bekeek De Koe ERCAT zowel ‘n derde generatie kunstgrassysteem dat is ingevuld met SBR als ’n systeem ingevuld met kurk. Ook onderzocht men een zogenaamde non-filledmat. “Voordat het onderhoudstoestel over de proefstroken mocht rijden, werden de proefstroken eerst 100 cycli door een lisport XL zonder abrasieplaten bewerkt. Daarna werden er 110 cycli met het onderhoudstoestel over de stroken gereden.” Met behulp van microscopische metingen werden zowel het oppervlak als de dikte en breedte van de vezels na afloop bekeken. “Het beeld dat we zagen, was heel divers. Het grootste deel van de vezels was niet of nauwelijks beschadigd maar er was weldegelijk schade aan de vezel te zien.” De Koe wijt dat aan de borstels die over de vezels hebben gewreven. “Vezels met inkepingen of groeven werden, onder invloed van borstels, juist hariger. Dat komt omdat de dunnere delen van de filamenten gevoeliger zijn voor afbreken of vervorming. Ik ben van mening dat grove borstels te hard zijn voor deze dunne filamenten en adviseer daarom om géén borstel met vezels van 3mm of meer te nemen.” Voor wat betreft de rake, is het belangrijk dat er op de verschillende pinnen geen bramen zitten. “Behalve die scherpe kantjes, had de rake namelijk geen invloed op de vezel.”

“het zijn twee activiteiten die je om verschillende redenen uitvoert. Maar als een veld regelmatig genoeg geborsteld wordt, dan zou decompacteren eigenlijk niet nodig hoeven zijn” John van Gennip, J&E Sports

Naast de impact van de borstel of rake, trok ERCAT ook een conclusie over de infill. “Zachtere soorten infill materialen lijken te zorgen voor een iets hogere slijtage van de vezels in vergelijking met rubber invulling, maar het verschil in dit onderzoek was niet significant,” zo stipt hij aan.
De Koe: “Het onderzoek is gedaan op nieuwe kunstgrasvezels. Ik verwacht dat als ook veroudering van de vezels door, bijvoorbeeld, invloed van UV en het gebruik en beheer wordt meegenomen, dat de slijtage door beheer met voornamelijk borstels exponentieel zal toenemen.”

Belang borstelen overtrokken?

Het borstelen van kunstgrasvelden wordt door alle sportveldenbouwers in hun onderhoudsmanuals besproken en aanbevolen. Toch meent Gerrit de Koe dat borstelen in 80% van de gevallen nul zin heeft. “Borstelen decompacteert de infill niet maar is alleen effectief wanneer je de infill aanvult,” zo merkt hij op. “Met raken trek je de infill juist wel los. Daarnaast biedt raken het voordeel dat je in elke gewenste richting kunt werken terwijl je voor het borstelen eigenlijk juist tegen de vleug in moet rijden. Dat laatste gebeurt zelden omdat dat de meeste langzame procedure is omdat je dan in de breedterichting van een kunstgrasveld moet rijden. Dat vergt al met al meer tijd dan wanneer je het in de lengterichting doet.” Werksnelheid blijft het belang van kwaliteit dus nog altijd overstijgen. “Dat is ’n extra reden waarom wij extra grote rakes hebben aangeschaft.” John van Gennip van J&E Sports begrijpt de logica maar deelt niet helemaal De Koe’s mening. “Om te beginnen zijn het twee activiteiten die je om verschillende redenen uitvoert. Maar als een veld regelmatig genoeg geborsteld wordt, dan zou decompacteren eigenlijk niet nodig hoeven zijn.” Als voorbeeld wijst hij op het stadionveld van de BVO Top Oss. “Daar wordt door de selectie de hele week twee uur per dag op getraind en om het weekend spelen ze hun wedstrijd. Dat veld blijft goed terwijl er van vezelslijtage geen sprake is.” Ook plaatst Van Gennip vraagtekens bij de noodzaak van het raken van de zogenaamde 45mm systemen. “De laag performance-infill in dat soort systemen is zo dun dat die nauwelijks kan compacteren.” Als er dan toch geraket wordt, doe het dan met beleid, zo waarschuwt Van Gennip. “Meer, is niet altijd beter. Zeker bij een grotere, dus zwaardere rake staan de pinnen gelijk op de backing. Je loopt dan de kans dat je bij het raken een naad of belijning te raken waardoor je zo de hele mat lostrekt. Daarom is het belangrijk dat je altijd een rake gebruikt die in hoogte versteld kan worden en dat je de rake op de juiste hoogte instelt.” Volgens Van Gennip moet de rake hoog genoeg staan als het alleen door de sporttechnische infill en niet door het stabilisatiezand wordt getrokken.

“Werken met een driehoeksborstel is net als een schip door het water trekken. Zolang je er één gebruikt, gaat het redelijk voorspoedig. Moet je er meerdere door het veld heen trekken, dan vergt dat ook meer kracht. Dat is niet altijd goed voor de vezels” Wijnand Hendriks, Henko A&T

Meer is niet altijd beter

Meer is niet altijd beter is ook de reden waarom Wijnand Hendriks buikpijn krijgt als hij foto’s ziet van het borstelen met meerdere borstels tegelijkertijd. “Werken met een driehoeksborstel is net als een schip dat je door het water trekt. Zolang je er één gebruikt, gaat het redelijk voorspoedig. Moet je er meerdere door het veld heen trekken, dan vergt dat ook meer kracht. Dat is niet altijd goed voor de vezels omdat je dingen gaat forceren,” zegt de directeur van Henko Adhesives & Tools. “Je wilt juist onderhoud dat zo min mogelijk energie vergt.” Hendriks betwist de uitkomsten van het onderzoek van De Koe niet, maar wijst er wel op dat men zich eerst moet afvragen wat nu precies het doel is. “Wil je de toplaag vrij van blad, mossen en takken houden of wil je juist decompacteren en de vezels omhoog krijgen? Ligt dat veld in een boomrijke of juist kale omgeving? Als je dat allemaal weet, dien je ook eerst vast te stellen wat voor kunstgrassysteem je wilt gaan onderhouden: is het een veld met SBR of, bijvoorbeeld, met kurk-infill? Daarna kun je pas besluiten hoe je het wilt aanpakken. Als je een borstel neemt, dan wil je geen borstelvezel die gaat slepen. Die neemt niets op. Ook wil je ’n borstel waarvan de vezels zo staan, dat je tussen de steken van de kunstgrasmat door kunt werken.” Voordat hij zijn borstels ontwierp heeft Hendriks alle aspecten nauwkeurig onderzocht. “Met behulp van een high-speed camera hebben we gekeken hoe een borstel zich gedraagt. Pas daarna zijn we gaan tekenen.” John van Gennip wijst erop dat de keerzijde kan zijn dat, als je een borstel met een te dichte zetting neemt, de borstel juist vol granulaat gaat zitten. “In dat geval moet je om de zoveel meter stoppen om dat granulaat uit die borstel te kloppen.” Die keuze voor de juiste vezels meet dus nauw. “Het is dankzij de trillingen van die vezels dat het vuil zich een weg omhoog, in de borstel, werkt. Maar ook het aantal tufts en het totale gewicht van de borstel spelen daarbij ‘n rol,” stelt Hendriks. Los van de specs van de borstel, hangt het resultaat ook erg af van het moment dat het veld wordt geborsteld. “Een veld ’s ochtends met dauw, of juist borstelen op het moment dat de impact van de zon op z’n hoogst is, geeft ook een heel verschil.” Volgens hem is juist het groot-onderhoud met een roterende borstel killing voor het veld en verantwoordelijk voor microplasticvervuiling door vezelstukjes. “We weten allemaal dat ’s zomers de temperatuur op ’n kunstgrasveld tot zo’n 70 graden kan oplopen. Om dan met een roterende borstel op hoge snelheid over een veld te gaan, is vragen om problemen.” Dat het toch gebeurt is vooral een kwestie van onwetendheid. “Voor de meeste borstelfabrikanten is de kunstgrasmarkt een kleine markt. Daardoor is hun materiaal niet echt specifiek afgesteld voor het gebruik op kunstgrasvelden.” Hendriks meent daarom dat men juist moet accepteren dat een borstel voor een kunstgrasveld in twee jaar verslijt. “Je wilt juist dat de bostel slijt, niet de mat.”
Drie ervaringsdeskundigen, drie oordelen over de vraag wat nu beter is: borstelen of raken. Tezamen boden ze genoeg stof om meerdere artikelen te vullen. Over één ding waren ze echter eensgezind: zowel borstelen als raken wordt niet op waarde beoordeeld. Dat moet eerst veranderen. Dan zal het resultaat vanzelf al een heel stuk verbeteren.

Geef een reactie