Sportvelden

Waar sport, innovatie en maatschappelijke

infrastructuur samenkomen

Warmtewinning uit kunstgras een stap dichterbij

De nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening moet de warmtemarkt eerlijker, duurzamer en betrouwbaarder maken. De wet biedt de winning van warmte uit kunstgras sportvelden nu ook een eerlijker speelveld.

Aangemoedigd door de Provincie Overijssel is de kunstgrassector in 2018 aan de slag gegaan met warmtewinning uit kunstgras sportvelden. Eén van de knelpunten die de diverse bedrijven sindsdien ervaren is niet zozeer de hoeveelheid warmte die aan kunstgras kan worden onttrokken maar juist de beperkte afzetmogelijkheden voor die warmte. “Op dit moment wordt men gedwongen om met iedere afnemer een afzonderlijk contract aan te gaan wat een enorme uitdaging is bij een nieuwe ontwikkeling zoals het Collectorveld,” zegt Teun Wouters van sportveldenbouwer Finovi. Wouters is een pionier op het gebied van warmte uit kunstgras sportvelden. Hij roept al langer dat projectontwikkelaars en beleidsambtenaren al in een heel vroeg stadium met elkaar om de tafel moeten gaan en dat men kunstgrasvelden als warmtebron centraal moeten stellen bij hun discussie over de ontwikkeling van een Positieve Energie District (PED).

Met ingang van 1 januari 2026 kan dat gaan veranderen wanneer de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) ingaat. Eén van de belangrijkste aanpassingen van deze wet ten opzichte van de Warmtewet uit 2014 is dat warmtenetwerken voortaan als een essentiële nutsvoorziening worden beschouwd. Publieke partijen zoals gemeente of provincies zullen straks voor tenminste 50% eigenaar zijn van een warmtebedrijf. Er is daardoor goede hoop dat gemeentes en provincies warmtenetwerken sneller gaan omarmen. “Dat opent deuren voor zogenaamde Zeer Lage Temperatuur (ZLT) energie met een temperatuur van tussen de tien en 30 graden Celsius die op wijkniveau worden aangelegd,” stelt Robert Jan van Egmond van TKI Urban Energy. Het Topconsortium Kennis en Innovatie (TKI) maakt deel uit van het Topsectorenbeleid van de Rijksoverheid, een meerjarig missiegedreven innovatieprogramma. ZLT-netwerken kunnen lokaal worden gevoed en door een veelheid aan bronnen. Ook kan ZLT-energie, in vergelijking met Zeer Hoge Temperatuur (ZHT) energie, door een veel grotere groep afnemers worden benut, waaronder ook particulieren. Hij merkt op dat “het belangrijk is dat we circulair gaan denken over warmte en koude.”

Toenemend energievraagstuk

In 2022 werd naar schatting 24% van het totale energieverbruik van Nederland gebruikt voor het verwarmen en koelen van ruimtes in gebouwen. Sindsdien is de problematiek van netcongestie, waarbij er onvoldoende capaciteit is om alle aangevraagde energie te transporteren naar de afnemer, in veel regio’s niet langer een uitzondering maar de regel geworden. Van Egmond ziet daarom kansen voor een ZLT-basisinfrastructuur met daaraan verschillende soorten energiebronnen gekoppeld. “ZLT-energie wordt pas zo diep mogelijk in het netwerk opgewaardeerd. Met zo’n basis infrastructuur gooi je geen warmte of koude meer weg.” In zijn ogen kan dit soort infrastructuur per regio of zelfs woonwijk worden opgebouwd. “Denk daarbij aan warmte afkomstig uit productieprocessen, asfalt van de wegen of kunstgras sportvelden dat lokaal wordt verzameld en wordt opgeslagen om, vervolgens, op een later tijdstip aan het netwerk toegevoegd te worden wanneer de vraag naar warmte hoger is dan wat er direct beschikbaar is.”

“Het is belangrijk dat we circulair gaan denken over warmte en koude”

Uit een berekening van advies- en ingenieursbureau LBP|SIGHT blijkt dat op ZLT-gebaseerde netten ook een veel lagere Milieu Kosten Indicator score (MK- score) halen ten opzichte van andere bronnen die worden ingezet om te koelen of te verwarmen. et

“Bovendien maakt het winnen van warmte-energie uit kunstgras hinderlijke voorzieningen zoals luchtwarmtepompen per woning of pand, overbodig. De onttrokken energie is efficiënter, geluidloos en niet zichtbaar,” stelt Willem Biesheuvel van Aendless Energy. Zowel hun oplossing dat onder een deel van het kunstgras voetbalveld in Gouda is toegepast als het Collectorveld waar Finovi in Eindhoven mee heeft proefgedraaid, behaalde afgelopen winter een efficiëntie van ruim 400%. Daarmee bevestigdeN beide projecten de boodschap van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Milieu Centraal

maar ook die van technische universiteiten dat een bodemgebonden warmtepomp of WKO-systeem een betere prestatiecoëfficiënt (COP) heeft dan een luchtwarmtepomp die momenteel meestal worden toegepast.

Rendement bij lage temperatuur

Bodemgebonden energie is efficiënter in de winter en de brontemperatuur is vaak constanter dan bij een luchtwarmtepomp. “De ervaring leert dat je tot een buitentemperatuur van vijf graden Celsius nog warmte uit een kunstgrasmat kunt halen,” stelt energieconsulent Tim Aalten van ToekomstEnergie. Hij wijst erop dat het belangrijk is om warmte (in de bodem) op te slaan. “De vraag naar warmte vanuit woonhuizen alleen al is dermate hoog dat er eigenlijk meer warmte onttrokken wordt dan dat er wordt opgeslagen. De capaciteit zal dus verhoogd moeten worden.”

De eerdergenoemde kunstgrasvelden in Eindhoven en Gouda die al warmte hebben gegenereerd, betroffen relatief kleine veldjes. “Ons Collectorveld in Eindhoven is onder een kunstgras korfbalveld aangebracht,” zegt Wouters. Zo’n veld meet zo’n 4.500 vierkante meter. De Aendless Energy techniek die Antea Sport onder het kunstgras voetbalveld in Gouda heeft aangebracht, omslaat een kleine 650 vierkante meter. “Vooralsnog is het stuk ter breedte van de middencirkel, geactiveerd. Dat geeft voldoende warmte zodat de kantine van de voetbalclub afgekoppeld kan worden van het gasnetwerk,” stelt Biesheuvel. Sport.Gouda, de autonome organisatie die de sportvoorzieningen in de stad beheert en exploiteert, is nog in overleg met andere, mogelijke, afnemers van de productie. “In principe kun je bij de aanleg of de renovatie van een kunstgrasveld(je) onder het hele veld alvast plaatsen maar deze in fase activeren, naar gelang de vraag,” zo voegt Biesheuvel toe. Het rendement door vertalen naar vastgoedeenheden, is niet zo makkelijk. “In Eindhoven zijn er 200 woningen door de aansluiting op het kunstgrasveld van het gas af gehaald,” stelt Wouters. “Omdat in Gouda een echt afzetgebied nog moet worden gerealiseerd wordt de warmte nu vooral door de club zelf benut. In vier maanden tijd bespaarde die ruim 3.000 kuub aardgas want hen een financieel voordeel van ruim EUR 1.700 opleverde. Ook is er ruim 6.000 kg minder CO2 de lucht in gebracht,” zegt Biesheuvel. Luisterend naar beider motivaties kan geconcludeerd worden dat veel afhangt van het soort woningen (appartementen vs vrijstaande woningen) en de woningdichtheid. “In theorie is het zelfs mogelijk om zo’n 800 appartementen met één kunstgrasveld te verwarmen.”

Benodigde infrastructuur

Robert Jan van Egmond wijst erop dat de basisinfrastructuur voor een ZLT-netwerk niet erg complex is vergeleken met systemen die momenteel worden toegepast. Wel vereist het vooraf een meer gedegen planning. “Het vereist een distributienetwerk met geïsoleerde kunststofleidingen. Vanwege de lage temperatuur kan met minder zware materialen en dunnere isolatie worden volstaan”. Omdat het temperatuurverschil klein is, moeten leidingen efficiënt ontworpen zijn om verliezen te minimaliseren. Dat netwerk dient zowel een aanvoer als een retour te hebben. “Dezelfde techniek helpt je dan ’s zomers de ruimte te koelen en ’s winters te verwarmen,” zo zegt hij terwijl hij verwijst naar z’n eerdere uitspraak om circulair te denken.

Die leidingen worden dan aangesloten op een warmtepomp die de inkomende warmte die door de warmtebron zoals het kunstgras is aangemaakt (en die mogelijk, tijdelijk in een buffer is opgeslagen), opwaardeert naar de hogere temperatuur waar de verwarming om vraagt of naar de wettelijk vastgelegde temperatuur van 60°C voor warm tapwater.

Met het hoge rendement uit een relatief klein kunstgrasoppervlak kunnen sportgras sportvelden en zelfs trapveldjes een rendabele energiebron worden voor toelevering aan een Zeer Lage Temperatuur netwerk in de wijk. De activering van de nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening zou het omarmen van deze energiebronnen vanaf 1 januari 2026 méér kunnen gaan aanjagen. Reden genoeg voor beleidsmedewerkers, sportveldbeheerders en vastgoedbezitters om nadrukkelijk(er) samen te gaan zitten.

Noodzakelijke componenten

Voor het winnen en benutten van energie uit een kunstgras toplaag, zijn de volgende componenten noodzakelijk:

Veldcollectoren

Onder de kunstgrastoplaag dient techniek te worden aangebracht die de warmte uit die kunstgrasmat onttrekt en naar een bron afvoert. Vanwege de sporttechnische eisen die in Nederland aan een kunstgrasveld worden gesteld, dient de laag waarin die techniek is geplaatst, onder het hele veld te worden aangebracht. Clubs en gemeenten kunnen er echter voor kiezen om de techniek zelf niet onder het hele veld te plaatsen of om slechts een deel van die techniek te activeren op basis van de (voorlopige) afname.

Een buffer

De warmte uit de kunstgras toplaag kan rechtstreeks worden ingezet voor het verwarmen van water voor de douches, de centrale verwarming of (keuken)kranen. De warmte kan ook (tijdelijk) worden opgeslagen in een speciaal gebouwde buffer of in de aardlaag.

Een distributienet

Het netwerk waarlangs de verzamelde warmte wordt getransporteerd naar afnemers.

Een warmtepomp

De techniek die gevoed wordt met behulp van de aan een kunstgrasmat onttrokken warmte en die deze verder opwerkt tot de gevraagde temperatuur.

Gelabeld:

Laat een reactie achter