De Sportproductenlijst kent zo’n 400 verschillende kunstgrassystemen voor voetbal maar slechts drie daarvan zijn mineraal gevulde systemen terwijl het eerste non-fillconcept nog door de verplichtte praktijkkeuring moet komen. Hoe komt dat, want de wens vanuit de markt lijkt toch wel overduidelijk?
Vraag een ambtenaar sport of sportveldbeheerder waar zijn voorkeur ligt qua kunstgras voor voetbal en het antwoord zal veelal luiden; bij de non-fill / mineraal gevulde oplossingen. Als motivering wijzen ze op de beperkte impact op het milieu vanwege het ontbreken van polymere infills en, bovenal, de vermeende verminderde noodzaak voor onderhoud. Maar volgens Patrick Balemans van de KNVB is juist die noodzaak voor onderhoud de reden waarom het aantal goedgekeurde systemen nu nog beperkt is. “We zien dat de mineraal gevulde velden meer onderhoud nodig hebben dan dat aan de voorkant werd gedacht. Men moet toch frequent en intensief onderhoud plegen om aan de norm te voldoen.” Volgens hem blijkt dat velden die onvoldoende onderhouden worden, op termijn op meerdere aspecten niet door de keuringen komen. Zowel Edel Grass als Tarkett Sports die met één, respectievelijk twee mineraal gevulde systemen inmiddels in de Sportproductenlijst zijn opgenomen, stellen dat het stabilisatiezand onderin de mat ‘frequent’ met een aerator moet worden los gehouden. Zij spreken van een frequentie van tenminste één keer per maand. Balemans meent dat die frequentie nog wel hoger mag. “Anders verhardt je systeem waardoor de spelers kunnen gaan klagen.” Zijn inzet is daarom een herhaling van de geschiedenis te voorkomen toen begin deze eeuw kunstgras aanvankelijk werd weggezet als ‘een sportveld dat geen onderhoud vraagt’. Een claim waarop de leveranciers later moesten terugkomen en die de acceptatie van kunstgras voor sport onnodig heeft vertraagd.
Onduidelijke discrepanties
Behalve de vaststelling dat de mineraal gevulde systemen frequent(er) onderhoud nodig hebben, loopt men bij veel innovatievelden ook tegen een ander probleem aan. “We hebben nu gevulde systemen met kurk, hout of maïs die bij metingen allemaal voldoen aan de norm en die als benchmark moeten dienen. Maar de speler ervaart elk systeem anders. Er zijn dus zaken die we niet goed meten of die we onvoldoende meten,” zo merkt hij op. Voor de KNVB is dit belangrijk omdat zij juist het belang van de speler voorop wil stellen in plaats van nu overhaastte beslissingen nemen die juist het belang van de leveranciers dienen. Balemans zou het liefst daarom extra testen toevoegen. “Iedereen heeft het over hardheid, maar dat is juist een aspect dat we op dit moment niet meten,” zo noemt hij als voorbeeld. Maar of die er ook gaan komen, kan hij niet te zeggen. Nederland zou niet de enige zijn die overweegt om aan bestaande procedures of normen te tornen. Sportvelden.Magazine begrijpt dat FIFA, ondanks de vrijgave van haar Handboeken voor testmethodes en Testvoorwaarden eerder dit jaar, óók overweegt om deze op sommige aspecten alsnog aan te passen om zaken zo beter op elkaar af te stemmen. Onlangs heeft de Programmaraad een taakgroep ingericht die juist moet gaan kijken wat we in Nederland uit die handboeken kunnen overnemen. Misschien dat dat een internationale discussie kan opstarten over de vraag welke testmethodes heroverwogen moeten worden, of moeten worden toegevoegd.
Gedegen onderzoek
Het zijn die geconstateerde afwijkingen die het voor TenCate Grass zo moeilijk maken om haar non-fillconcept te ontwikkelen. “Of je het nu hebt over FIFA of over de KNVB, de meeste normen en standaarden zijn gebaseerd op rubbergevulde systemen,” zo merkt Colin Young van TenCate Grass op. “Door de jaren heen zijn die normen verder aangescherpt maar nu we proberen weg te gaan van dit soort systemen, komen we er achter dat sommige daarvan wel goed werken, maar andere niet.” TenCate Grass probeert nu in het KNVB-innovatieproces meer duidelijkheid te krijgen. “In dat proces ontvangen we veel feedback van de spelers en coaches maar verzamelen we ook biomechanische gegevens. Daarnaast voeren we zelf extra testen uit en we proberen die kennis nu toe te passen in ons non-fill concept.” TenCate Grass gelooft nog altijd heilig in non-fill kunstgras als oplossing voor voetbal. “In aanschafprijs is dit duurder maar vanuit Total Cost of Ownership oogpunt zal zo’n veld straks veel voordeliger zijn dan velden met organische, of met minerale infill,” zegt Rutger Schuijffel van CSC Sport. Hij rekent voor dat de prijs per speeluur uit komt op bijna 16,50 euro voor een veld waarvan gedurende 36 jaar, de toplaag drie keer vervangen wordt. “Onze mat met minerale infill kost dan 18,44 euro terwijl onze mat met kurk-infill uit komt op 19,91 euro.” In zijn berekening zijn ook de kosten voor de shockpad en voor de verwerking van de toplaag bij een erkende verwerker opgenomen. “Dat doet de prijs voor de verschillende toplagen aanzienlijk stijgen.” Waar Schuijffel een verwerkingsprijs van 3,50 euro voor de mineraal gevulde mat en zelfs 4,50 euro voor de mat met kurk infill hanteert, gebruikt hij een negatieve prijs voor de non-fill mat. “Die zal straks namelijk eenvoudiger verwerkt kunnen worden. Daarnaast kunnen, vanwege de hoge zuiverheidsgraad, de teruggewonnen materialen straks makkelijk weer opnieuw in de markt gezet worden.” Maar voordat het zover is, moet de tandem TenCate Grass, GreenFields, CSC Sport hun concept eerst nog door zowel de lab- als innovatieprocedures krijgen.
De lat te hoog?
Domo Sports Grass heeft die verplichtte labtest inmiddels wel doorlopen en zit in de laatste fase waarin momenteel twee pilotvelden worden getoetst. Bas Reinds is optimistisch dat hun product nog voor het einde van het jaar op de Sportproductenlijst verschijnt met de status ‘Goedgekeurd’ maar plaatst toch een aantal kritische kanttekeningen bij het doorlopen van het pilotproces. “Het zou ons als leverancier goed helpen als de procedure duidelijk zijn en deze niet wijzigen tijdens de pilotfase. Zo’n nieuw concept veld wordt namelijk gedurende het eerste jaar vier keer gekeurd en wordt dan geacht om steeds dezelfde waardes te halen die het geacht wordt te halen bij oplevering.
[pms-restrict subscription_plans=”1946, 4891″]
Dat terwijl dat veld gedurende dat jaar volledig wordt bespeeld. Als je op ook maar één aspect één keer een onvoldoende scoort, dan wordt dat veld afgekeurd.” De diverse testen worden op elk veld op minimaal acht plekken uitgevoerd. Patrick Balemans kan zich niet helemaal vinden in die kritiek. “Ze hebben al zo vaak aangetoond dat ze het kunnen, dan zou het nu ook moeten lukken,” zegt hij terwijl hij wijst op de huidige lijst met 400 kunstgrasopties voor voetbal. “Veel hangt af van hoe dicht je bij het randje wilt balanceren. Elke meting kent een bandbreedte. Als je niet genoeg marge wilt aanhouden, dan loop je het risico dat je een keer boven of onder de toegestane bandbreedte zit.” Hij merkt op dat zo’n nieuw product op slechts één veld door de keuring moet komen om aan de Sportproductenlijst te worden toegevoegd. “Eigenlijk zou de toelating tot de Sportproductenlijst moeten afhangen van positieve testresultaten op meerdere locaties. Dan weet je zeker dat zo’n nieuw product getest is op basis van verschillende situaties.” Of het zover komt, valt nog te bezien. Volgens Bas Reinds zijn de leveranciers best terughoudend geworden om in één keer meerdere pilotvelden te gaan bouwen. “De risico’s moeten voornamelijk gedragen worden door de leverancier. Dat is kostbaar voor de leveranciers terwijl de clubs en gemeenten daar ook niet op zitten te wachten.”
Gevoelig bij keuring
Hoewel het bij het keuren van sportvelden om absolute waardes gaat, zijn er ook externe invloeden die het resultaat wel of niet de juist kant op kunnen laten vallen. “Het maakt veel uit of het op de dag van keuren warm of koud is of dat het veld, bijvoorbeeld, wel of niet vochtig is,” zo merkt Reinds op. Ook Colin Young stelt dat ze duidelijke verschillen waarnemen in hoe een veld gedurende de seizoenen zich gedraagd. “Soms hoor je lange tijd niemand totdat het weer kouder en vochtiger wordt. Dan begint men opeens te klagen over de schokabsorptie.” Bij lage temperaturen is plastic nu eenmaal minder flexibel terwijl enig vocht in de mat, dat proces nog verder kan beïnvloeden. Naast de weersinvloeden op het moment van keuren, kan het ook uitmaken welke keuringsinstantie of zelfs welke keurmeester het veld keurt. En dan is er nog de vraag of de procedure goed wordt uitgevoerd. Zo zag de Programmaraad voor het Kwaliteitszorgsysteem zich onlangs genoodzaakt om de energierestitutie van een aantal kunstgrassystemen opnieuw in het lab te laten testen. Uit onderzoek bleek dat de meetmethode voor het meten van energierestitutie (CEN/TS16717) op meerdere manieren geïnterpreteerd kon worden. Het gevolg was dat de keuringsinstituten afwijkende rapporten voor hetzelfde kunstgrassysteem inleverde. “De foutnorm die wij hanteren voor meetapparatuur maakt het extreem ingewikkeld om een kunstgrasveld goed door de pilot te krijgen,” aldus Reinds.
KNVB 2-15 norm
Eerder dit jaar maakte de Programmaraad bekent dat het voor de mineraal gevulde oplossingen die inmiddels op de Sportproductenlijst zijn opgenomen, toegestaan is om op hoofdvelden te bouwen. Zo’n veld krijgt dan tweemaal voor één jaar een certificaat. Gedurende elk jaar moet dat veld dan tweemaal voldoen aan de eisen zoals die in de KNVB 2-15 norm zijn opgenomen voordat het door mag naar de gebruikelijke hercertificeringstermijnen voor kunstgras voetbalvelden. Zodoende heeft Tarkett Sports dit seizoen al een hoofdveld met een mineraal gevulde kunstgrasmat afgewerkt. Diezelfde Programmaraad maakte half april tevens bekend dat het een taakgroep was opgestart. Die moest de Programmaraad gaan informeren over hoe om te gaan met de voorwaarde om te komen van de status ‘test’ naar de status ‘goedgekeurd’ op de Sportproductenlijst voor specifiek mineraal gevulde kunstgras voetbalvelden. Chris van Genugten van Tarkett Sports plaatste deze zomer een kritische kanttekening bij deze taakgroep. “Een aantal bedrijven zijn uitgenodigd deel te nemen aan die Taakgroep, behalve Tarkett Sports omdat wij er al in geslaagd zijn om aan de eisen te voldoen,” zo merkte hij op. Ergens valt het te begrijpen dat een bedrijf dat geslaagd is alle testen te doorstaan geen invloed mag uitoefenen op de eisen voor hen die volgen. Anderzijds: als we echt een ruimere keuze aan non-fill of mineraal gevulde systemen willen waarmaken, dan is alle kennis welkom. Zeker in een markt met slechts zeven producenten.
Het aantal pilot kunstgrasvelden voor voetbal groeit gestaag. Voor nu zijn het vooral de mineraal gevulde oplossingen maar ook non-fill komt er op enig moment aan. Door de hoge eisen en vele uitdagingen gaat dat echter allemaal wel wat langzamer dan de introductie van nieuwe systemen, de afgelopen jaren.
Meer schaafwonden?
Henk Mink van keuringsinstituut Kiwa Isa Sport vindt niet dat de lat te hoog ligt. “Die lat ligt ergens waar deze ooit met redenen is neergelegd. Als je die niet haalt, dan ga je inleveren. De vraag is: wil je eigenlijk wel inleveren?” Een van de feedbacks die zijn keurmeesters ontvangen, is klachten over schaafwonden op mineraal gevulde velden. “De huidige systemen zijn zeker nog niet het eindproduct. Men is nog altijd bezig met het ontwikkelen van een concept.” Mink wijt de schaafwonden onder meer aan de grofheid en hoekigheid van het gekozen zand. Dat type zand heeft echter de voorkeur van de sportveldenbouwers. “Het houdt de vezels overeind, heeft meer invloed op de balstuit en biedt torsie.” Maar ook hij merkt op dat de huidige mineraal gevulde velden meer onderhoud vergen dan we nu gewend zijn. “De balrol gaat omhoog omdat vezels plat gaan liggen en velden worden glad als het zand niet wordt los gehouden. Onderhoud wordt heel erg bepalend voor de blijvende kwaliteit van velden.”
Hij begrijpt daarom de kritische houding die nu wordt gehanteerd bij de beoordeling van de concepten. “Het is in het verleden een aantal keren misgegaan (bij de introductie van nieuwe kunstgrasconcepten). Dat kunnen we ons niet blijven veroorloven.”
[/pms-restrict]
