Van sportaccommodatie naar sportpark is soms een koorddans-act
10 maanden ago Guy Oldenkotte
De breed gedragen wens om sportaccommodaties naar sportparken om te zetten is lang niet zo eenvoudig te realiseren als velen denken. De gemeente Beverwijk speelde in 2018 al met dat idee voor de herinrichting van sportcomplex Adrichem in het stadscentrum. Wat volgende was een delicaat proces met als resultaat een stevig gewijzigde eindversie.
De roep om sportaccommodaties zo in te richten dat deze meer een sportpark worden, klinkt steeds luider. In sportparken kan men naast sporten ook recreëren of bewegen zonder actief lid te hoeven zijn van een vereniging. Daarnaast zijn de sport- en beweegvoorzieningen ook meer in balans met de flora en fauna. De locatie is daarmee niet langer het exclusieve domein voor leden van een vereniging maar is meer een integraal onderdeel van de maatschappij.
In 2014 benaderde hockeyclub BHC Overbos de gemeente met de vraag om een extra veld. De gemeente Beverwijk greep dat aan om een nieuwe toekomstvisie voor het hele complex te ontwikkelen. Sportcomplex Adrichem werd namelijk ook benut door een voetbal-, atletiek, tennis- en korfbalclubs. Bovendien vormt het complex onderdeel van landgoed Adrichem. Met de herinrichting en het combineren van sport en recreatie wilde de gemeente zo een groene oase in het stadcentrum creëren. “Je wilt eigenlijk het sporten in een park brengen en het park in de sport,” zo motiveert Senior Beleidsadviseur Accommodaties bij de gemeente, Conrad Oud, hun destijds vooruitstrevend idee. Na uitvoerige gesprekken met alle betrokken werd het Definitief Ruimtelijk Ontwerp (DRO) in 2021 door de gemeenteraad goedgekeurd. Maar één jaar later waren er problemen omtrent de financiering en de viel de gemeenteraad. De komst van een nieuwe coalitie bracht nieuwe vertragingen. Hun visie stond haaks op de plannen die al waren uitgewerkt waardoor alle partijen terug aan de tekentafel werden gedwongen. Daarmee liep het onderling vertrouwen ook een stevige deuk op.
“Je wilt eigenlijk het sporten in een park brengen en het park in de sport”
Conrad Oud, Senior Beleidsadviseur Accommodaties gemeente Beverwijk
Externe adviseur
Om het project vlot te trekken werd een externe adviseur aangetrokken. Bas de Wit van Sport IJmond Noord zegt daarover: “Je wilt een onafhankelijke blik van buiten de gemeente omdat er tussen alle betrokkenen altijd wel een spanningsveld is. Daarnaast wil je dat de plannen goed worden doorgerekend: zowel voor de clubs als de gemeente.” Malsen Sport en Civiel kreeg de opdracht om dingen opnieuw uit te werken. “We hebben heel veel gesprekken gevoerd met betrokkenen om eerst hun individuele wensen weer duidelijk te krijgen voordat we naar de algehele wensen en de mogelijkheden zijn gaan kijken,” zo herinnert Mark de Jong van Malsen Sport en Civiel zich. Hij meent dat men zo’n traject vooral positief moet insteken. “Je moet niet aan bedreigingen denken maar juist naar de kansen kijken.”
Openbare toegankelijkheid laat zich dus lastig combineren met de wens voor hoge kwaliteit sportaccommodaties vanuit de sportverenigingen. Zelfs nu veel van het werk is gerealiseerd, blijft het onderbrengen van fietsers op het complex een punt van discussie. “Een van de clubs heeft de wens voor een fietsenstalling uitgesproken. Ons idee is om deze naast de club maar in de openbare ruimte te realiseren. Daardoor kan deze ook gebruikt worden door mensen die op de fiets komen om het nabijgelegen bos te bezoeken. De club wil dat juist liever niet en wil het op eigen terrein hebben waar het alleen toegankelijk is voor de leden. De gesprekken voor die fietsenstalling lopen dus nog,” aldus Oud.
Er werd gekozen om het hele project op te knippen in kleine deelprojecten. In het nieuwe plan bleef een vijver alsnog behouden maar moest het plan voor het verleggen en herinrichten van een belangrijke fietsverbinding radicaal worden gewijzigd. “We wilde die tussen twee voetbalvelden door laten lopen. De sporttechnische eisen die aan de velden gesteld werden maakten dat echter onaantrekkelijk,” stelt De Jong. Die eisen schrijven namelijk voor dat het hekwerk langs het pad 5-meter hoog moest zijn. “Dat zou fietsers het idee hebben kunnen geven dat ze over een gevangenisterrein fietsen.” Het fietspad was ook problematisch om andere redenen. “Er is weinig sociale controle op het complex waardoor openbare toegankelijkheid niet door iedereen werd gewenst,” zo stipt Oud aan. Clubs gaven aan bevreesd te zijn voor inbraken of vernielingen. Daarnaast hadden ze al de ervaring dat er regelmatig rommel en afval werd achtergelaten op de velden. Volgens Mark de Jong is dit een groot knelpunt. “Wie iets kapot wil maken, krijgt het toch wel kapot,” merkt hij op. “Maar los daarvan: als je een sportpark openbaar toegankelijk wilt maken dan verlies je bijvoorbeeld ook de controle op met welk schoeisel een kunstgrasveld betreden wordt. Op termijn zal dat invloed hebben op de levensduur van die mat. Dat zal dus in de plannen moeten worden meegewogen.”
Onverwachte ontwikkelingen
Naast het integreren van belangen van de diverse stakeholders, werden de planners ook verrast door de ontwikkelingen bij de verenigingen. Zo fuseerde de voetbalclub plotsklaps. “Dergelijke gesprekken werden al jaren met andere clubs gevoerd maar die liepen altijd op niets uit. Dat het ditmaal wel lukte is goed voor hen maar verraste ons wel,” zo erkent Oud. Vanwege die fusie kwamen de plannen voor het voetbaldeel wederom en nadrukkelijker onder een vergrootglas. “Wel moet ik zeggen dat die fusie veel extra energie met zich meebracht,” stelt Bas de Wit. Uiteindelijk is het gelukt om de plannen volgens afspraak door te voeren. “We zijn continue alle partijen erbij blijven betrekken en hebben veel moeite gedaan om zo transparant mogelijk te zijn. Door ook nog eens op zoek te gaan naar gezamenlijke winstpunten, is het ons toch gelukt om iedereen voortdurend mee te krijgen,” merkt De Wit op.
Ook de hockeyclub ervaarde wat ingrijpende ontwikkelingen. “Waar in 2014 nog behoefte was aan een extra veld om de groei in leden te kunnen faciliteren, kampt de club nu met een kleine terugloop in leden. Corona laat hier nog altijd z’n sporen na,” stelt De Jong. Dat neemt niet weg dat hij de club roemt om haar proactieve houding. “Die heeft zeker geholpen om veel te bereiken.” Zo klaagden een aantal omwonenden over geluidsoverlast. De Jong en zijn team hebben dat opgelost door in plaats van nieuwbouw, het clubhuis te verduurzamen en de ingang van het pand te verplaatsen naar de andere zijde. “We zijn dat op een andere manier aan gaan vliegen maar besparen de club nu ook nog eens geld op de langere termijn.”
Sportpark in ruime zin
Inmiddels is de herinrichting van het sportpark voor een groot deel afgewerkt. Het biedt nu plaats aan hockeyvelden, een atletiekbaan, voetbalvelden, korfbalfaciliteiten en openbare fitnessapparatuur. Die laatste kan door iedereen naar wens worden gebruikt.
Wanneer Conrad Oud gevraagd wordt of sportcomplex Adrichem het sportpark is geworden zoals men in 2014 voor ogen had, merkt hij op dat zaken niet allemaal zo zijn uitgepakt als destijds voorzien was. “Voor dit complex bleek het een lastige uitdaging te zijn maar het is best mogelijk dat het elders wel goed had kunnen werken. Het kan per locatie echt enorm verschillen.” Ook Mark de Jong stelt dat openbare sportparken ingewikkeld zijn. “De openbaarheid van een sportpark is anders dan een weg openbaar maken,” zo zegt hij.
Bas de Wit ziet echter wel wat pluspunten. “Beverwijk heeft ook een sport- en beweegloket opgericht. Hierin brengen wij sportclubs met elkaar in contact om te zien waar ze elkaar kunnen versterken,” zo merkt hij op. Een mooi resultaat is dat de atletiekbaan nu ook wordt gebruikt door een ondernemende sportaanbieder, in goede samenwerking met de atletiekvereniging. Multifunctioneel gebruik wordt dus langzaam gemeengoed. “Er is voor elke gebruiker een demarcatielijst opgesteld waarin alle randvoorwaarden voor wat betreft het gebruik van de faciliteiten zijn vastgelegd,” zo stelt hij. “Het onderhoud van de velden en het groen doen we zelf maar het schoonhouden van het complex is een taak voor de gebruikers.”
Mark de Jong meent dat een brede benadering essentieel is om plannen voor een sportpark te doen slagen. “Je moet veel gesprekken voeren. Ook met sociaalmaatschappelijke partijen en jongerenwerkers. Die laatste groep spreekt juist de taal van een groep die je voor de meeste uitdagingen stelt,” zo merkt hij op. Daarnaast pleit hij ervoor om ook de armoede te bekijken. “Het is belangrijk dat mensen die zich geen lidmaatschap kunnen veroorloven, toch aansluiting vinden zodat ook zij een ‘eigenaar’ worden.”
Sportpark Adrichem in Beverwijk mag misschien dan niet geheel het openbare, groene en diverse park zijn volgens de definitie, het eindresultaat is wel een beweegomgeving dat Beverwijk toch verrijkt.
