Sportbedrijf Arnhem behaalt trede 5 CO2-Prestatieladder

Zowel Sportbedrijf Arnhem als de gemeente Arnhem hebben als eerste sportbedrijf cq. gemeente de hoogste trede van de CO2-Prestatieladder behaald. Strikt genomen deden beide organisaties het onafhankelijk van elkaar maar voor een goed resultaat is samenwerking noodzakelijk.

De CO2-Prestatieladder biedt bedrijven en overheden een instrument waarmee ze zowel hun CO2-footprint als kosten kunnen reduceren. Door nu al een certificering na te streven, hebben beiden ‘extra lucht gekocht’. Vanwege bezuinigingen zal de steun aan de gemeenten vanuit de nationale overheid vanaf 2025 met zo’n 100 miljoen euro verminderen. Daar staat tegenover dat de druk om toch te blijven leveren, de komende jaren alleen maar groter zal worden.

Toch meent Leo Berrevoets van Sportbedrijf Arnhem dat de grootste uitdaging nu pas komt. “Nu is het de uitdaging om het te handhaven want we moeten onze ambities blijven waarmaken,” zo zegt de manager Vastgoed en Duurzaamheid van het sportbedrijf.

Grote zelfstandigheid

Het sportbedrijf is verantwoordelijk voor zo’n 60 locaties in Arnhem waaronder trap- en beweegveldjes, twee zwembaden, sporthallen maar ook hele sportparken. “Onze jaarbegroting is rond de 24 miljoen euro. Tweederde daarvan ontvangen we als gevolg van de opdracht van de gemeente voor het uitvoeren van beweegprogramma’s, sportevenementen en het onderhouden van de diverse faciliteiten en accommodaties. De overige inkomsten komen uit de verhuur van de accommodaties aan onderwijsinstellingen, particulieren, sportverenigingen en commerciële verhuur, voor bedrijven of evenementen. Dat stuk moeten we dus zelf bij elkaar verdienen.”

Dat doet het Sportbedrijf door haar locaties zo veel mogelijk en aan een zo groot mogelijk publiek beschikbaar te stellen. “Dat we over zoveel ruimte beschikken maakt ons een hele interessante partner voor veel partijen en organisaties.” Deels doelt Berrevoets daarbij op de scholen, bedrijven en instellingen die de ruimtes of kantoorfaciliteiten huren voor het aanbieden van lessen of faciliteren van bijeenkomsten. Maar hij kijkt ook naar zijn vele vierkante meters aan sportvelden. “Die kunnen zeker een rol spelen bij het opwekken van energie of het tijdelijk bergen van water,” zo merkt hij op. Het zijn twee voorbeelden van insteken die op deze website al vaker is gemaakt.

Veel laaghangend fruit

Tot dusver heeft Sportbedrijf Arnhem met name het laaghangend fruit geplukt. “Voorbeelden hiervan zijn zonnepanelen op de daken, het pakken van de fiets of  elektrische voertuigen in plaats van voertuigen op fossiele brandstof, robotmaaiers gebruiken waarvan de accu’s door zonne-energie worden geladen, of het ’s nachts beregenen van de velden op basis van een noodzaak die door watersensors in de bodem wordt bepaald.” Vanaf nu komen er echter de grote uitdagingen aan. Uitdagingen waarbij het sportbedrijf nog meer met de gemeente zal moeten gaan sparren. “Al het vastgoed en de grote technische installaties zijn eigendom van de gemeente Arnhem,“ zo licht hij toe. Juist daarom is het belangrijk dat ook de gemeente trede 5 van de CO2-Prestatieladder heeft behaald. “Omdat de gemeente daar zelf ook mee aan de slag moet, zijn we gelijkwaardige gesprekspartners voor elkaar. ”

Het sportbedrijf kijkt daarbij ook naar nabijgelegen wijken als mogelijk afzetmarkt.

“Het is aan de gemeente om wijken, bijvoorbeeld, zo energiezuinig mogelijk te maken maar met ons areaal aan sportvelden of zonnepanelen op onze daken, kan het sportbedrijf daar fors aan bijdragen. Zeker nu we niet langer de opgewekte energie mogen teruggeven aan het elektriciteitsnet.”

Breed dragen

De CO2-Prestatieladder kent vijf tredes: bewustwording, doelstelling, actie, aanpak van de keten en het leiden van de sector. Berrevoets noemt de ‘bewustwording’ het lastigste. “In projectorganisaties wordt duurzaamheid doorgaans niet breed gedragen,” zo merkt de man op wiens functienaam voorheen Manager Vastgoed en Exploitatie was.

Met de aanpassing naar Manager Vastgoed en Duurzaamheid heeft hij zaken zowel gecentraliseerd als gedecentraliseerd. “We hebben nu een werkgroep Duurzaamheid waarin alle afdelingen zijn vertegenwoordigd. Zo kunnen we snel schakelen. En nu we ook de verantwoordelijkheid hebben om onze hele waardeketen te overwegen, schuif ik altijd even aan voordat we een product of werk bestellen. Niet om te zien of mensen hun werk goed doen maar om gewoon even te sparren om te kijken of we ergens anders ook nog een winst kunnen behalen.”

Berrevoets denkt daarbij in ‘winsten’ als een lagere afhankelijkheid van nieuwe grondstoffen of een waarde toevoeging aan derden. Die insteek kan ook betekenen dat het Sportbedrijf een hogere financiële prijs betaalt voor een product of dienst. “Maar met een integrale aanpak en lange termijnvisie zul je ook daar uiteindelijk een winst mee behalen.”

Gevraagd naar een voorbeeld op basis van een sportveld, noemt hij het geplande basketbalveld. “Aanvankelijk kwam de leverancier met standaard plastictegels als ondergrond maar het bleek dat ze ook tegels van gerecycled kunstgras hadden. Die waren 10% duurder. Toch hebben we daarvoor gekozen om te voorkomen dat nieuwe grondstoffen aangeboord moeten worden. Ook hebben we nu een oplossing geboden voor de verwerking van een afgedankte kunstgrasmat.”

Geef een reactie