De inzet van robotmaaiers kan het onderhoud vereenvoudigen en de beheerder veel winst opleveren nu deze niet langer zelf repeterende werkzaamheden hoeft uit te voeren. Maar velden die gemaaid worden met robots blijven aandacht vergen en vragen ook een ander onderhoudsregime.
Of het nu gaat om golfbanen, sportclubs, gemeenten of aannemers: de omarming van robotmaaiers neemt een ware vlucht. “De techniek wordt steeds beter,” zo motiveert Fabian Storm van Husqvarna die ontwikkeling. Sinds de animo ook voor het sportveldbeheer afneemt, ontzorgt de autonomie van robotmaaiers doordat er meer tijd is voor de beheerder om zich op andere aspecten van het sportveldbeheer te richten. “Ons uitgangspunt is dat het gras driemaal per week gemaaid wordt. Dat kunnen we doen door klanten een robotmaaier per veld te adviseren of hen erop wijzen om een grote robotmaaier te nemen die voldoende capaciteit heeft om meerdere velden te maaien of dat juist te laten doen door een combinatie van robotmaaiers.”
Het is een gegeven dat het regelmatig kortwieken van de grasspriet de kwaliteit van de grasmat ten goede komt. Doordat de grasplant continue wordt gemaaid én op een hoogte waar het het minst gevoelig is en het snelst herstelt, ervaart de plant minder stress. Daardoor stopt het grasplantje meer energie in haar wortelgestel. Ook zijn de afgesneden grastoppen beter verteerbaar en bieden ze zo de mat extra voeding. Een gezonde, dichtgegroeide mat kent een lagere onderhoudsbehoefte. Maar gevraagd of dat betekent dat de beheerder zich, dankzij de inzet van een maairobot, minder op een veld hoeft te begeven, antwoord Storm ontkennend. “Nee. Wij raden altijd aan dat iemand tenminste eens in de twee weken het veld inspecteert.” Het is een advies dat Bob Westhoven van Sportbedrijf Arnhem deelt. Het sportbedrijf zet al zo’n vijf tot zes jaar robotmaaiers in. “Wij blijven de velden wekelijks bezoeken om zo een beeld te blijven houden van hoe ze erbij liggen.” Hij heeft gemerkt dat, sinds de komst van hun robotmaaiers, de velden ander onderhoud vergen. “Omdat we de velden nu minder vaak met een zware machine betreden, moeten we het vaker rollen.” Zowel Westhoven als Storm geven aan dat de inzet van een robotmaaier er ook toe kan leiden dat er vaker gewiedegd moet worden. “Doe je dat niet, dan zal de mat dichttrekken,” zo stelt Westhoven. “Daarnaast is het ook mogelijk dat een veld vaker geverticuteerd moet worden omdat er meer vilt in kan zitten.” Want hoewel robotmaaiers slechts het topje van de grasspriet afscheren, bestaat de kans dat de omstandigheden niet (langer) voldoende gunstig zijn om dat maaisel snel en voldoende te doen verteren.
"Wij raden altijd aan dat iemand tenminste eens in de twee weken het veld inspecteert"
Fabian Storm, Husqvarna
Hand in hand
Westhoven’s ervaring is dat hij, sinds de inzet van robotmaaiers, af kan met minder bemesting en minder vaak beluchten. “Maar alles hangt sterk af van de omgeving en de omstandigheden.” Ook Arnhem kent sportcomplexen in zowel open- als beboste omgevingen net als sportvelden op zand- of kleigronden. “Beluchten blijft, net als bezanden en onkruidbeheer, essentieel voor een goed sportveld,” zegt Jan-Willem Kraaijeveld van GKB Machines daarover. De machinebouwer wijst erop dat voor elk van die werkzaamheden, gekozen kan worden uit meerdere machines. “Je hoeft niet steeds heel diep te beluchten maar kunt ook kiezen voor het doorprikken van de toplaag of om de zode wat op te schudden door het wrikken.”
Hoewel de inzet van robotmaaiers ertoe kan leiden dat de mat sneller vol is en zo vol met de gewenste sportgrassen zit, zijn er ook onkruiden die, als die zich eenmaal in het veld gevestigd hebben, juist gedijen bij de omstandigheden. Wit struisgras is daarvan een goed voorbeeld. Dit laaggroeiend onkruid profiteert van het feit dat de bodem door de lichtgewicht robotmaaier, niet verdicht. “Nu MCPA niet langer is toegestaan, zal de beheerder toch zelf moeten prikrollen, wiedeggen, snijden, verticuteren of de toplaag in z’n geheel affrezen,” zegt Kraaijeveld daarom terwijl hij verwijst naar het verbod op de inzet van herbicide bij het onkruidbeheer. Bij het gebruik van robotmaaiers is het raadzaam om dat affrezen slechts eens in de zoveel jaar te doen. De goede mat maakt het niet direct noodzakelijk.
Zelf maaien
Bob Westhoven meent dat het, bij tijd en wijle, zelf maaien van de sportvelden onontkoombaar blijft. “Een veld dat even niet gemaaid is door de robotmaaier, vergt drie dagen om weer een goed maaibeeld te hebben.” Zo’n situatie kan zich voordien bij het (onverwacht vroeg) aandienen van het voorjaar wanneer de grasplant (onverwacht) een groeispurt kent. Hij heeft er ook voor gekozen om de velden tijdens het groeiseizoen, eens in de drie weken, zelf te maaien. “Ook robotmaaiers verdienen onderhoud waardoor ze even niet kunnen werken. Maar we doen het vooral voor het maaipatroon,” zo merkt hij op. Fabian Storm begrijpt dat. “Robotmaaiers kunnen heel veel maar omdat de mesjes ronddraaien in de maaikop waardoor ze het gras willekeurig raken, kun je het gras geen vleug geven.” Voor het zelf maaien van de sportvelden gebruikt Sportbedrijf Arnhem dan weer niet een kooimaaier zoals wel gedaan wordt door veel van de collega’s, maar heeft het geïnvesteerd in een klepelmaaier. “Die is minder kwetsbaar en kan eigenlijk door iedereen bediend worden.” Westhoven kan dus niet helemaal af met een medewerker minder, maar heeft wel meer flexibiliteit qua inzet van zijn personeel. Zelf maaien betekent wel dat men ervoor moet zorgen dat de kooi, of in het geval van Sportbedrijf Arnhem, de klepels scherp zijn. “Hoe scherper de mesjes, kooi of klepels, hoe schoner de snede. Een schone snede voorkomt dat ziektes de grasplant kunnen binnendringen,” stelt Storm. “De mesjes voor onze robotmaaiers zijn afgewerkt met een speciale legering waardoor ze langer scherp blijven.” Afhankelijk van de omstandigheden moeten de mesjes om de drie weken verwisseld worden. “Dat is een karweitje van slechts enkele minuten en vereist alleen maar een inbussleutel.”
Anders (door)zaaien
Voor Sportbedrijf Arnhem betekent een dichte mat ook een andere aanpak qua (door)zaaien. “Wij proberen nu juist in april al door te zaaien zodat we het groot onderhoud van het sportveld kunnen uitstellen tot eind augustus. Als het dan een beetje mee zit, hoeven we alleen maar de doelgebieden aan te pakken.” Voor dat doorzaaien kan Sportbedrijf Arnhem nu af met minder kilo’s graszaad. Ook voor het in- of doorzaaien bestaat er een keur aan machines. Volgens Jan-Willem Kraaijeveld werkt een spijkerrol ideaal in goedgevulde grasmatten. “Wij plaatsen de twee spijkerrollen in onze Combiseeder uit lijn en prikken zo’n 1800 gaatjes per vierkante meter. Dat geeft een betere grasbezetting.” Een slim doseersysteem zorgt ervoor dat elk gaatje gevuld wordt met graszaad. “De diepte waarop gezaaid wordt, is instelbaar.”
Volgens Westhoven maakt het voor de robotmaaier niet zoveel uit met welk gras er wordt in- of doorgezaaid. “Wat we wel merken is dat het gras, zodra het eiwit- en suikerrijk is, meer blijft plakken aan de maaier. Dat betekent dat we dan meer tijd kwijt zijn met het schoonhouden van de maaier.” Sportbedrijf Arnhem gebruikt géén robotmaaiers van Husqvarna, zo blijkt uit Fabian Storm’s reactie. “Onze robotmaaiers zijn aan de onderkant zo afgewerkt zodat je deze met een tuinslang kunt schoonspuiten,” zo merkt hij op. Een kleine demo toont dat aan. Met niets meer dan een slang en een borstel, is het aangekoekte maaisel snel verwijderd. Het schoonhouden van de robotmaaier is even eenvoudig als het schoonmaken van de robuuste machines die worden ingezet voor het mechanisch sportgrasbeheer.
Sportvelden maaien met robots biedt vele voordelen. Tegelijkertijd blijft het belangrijk dat de velden regelmatig worden geïnspecteerd. Want hoewel het gras nu autonoom wordt gemaaid, kan dit ertoe leiden dat het om andere onderhoudsaandacht vraagt.
