Programmaraad bekijkt probleem e-layer discrepantie

De Programmaraad is gevraagd een correlatieverschil te accepteren voor kunstgras hockeyvelden die zijn gebouwd op insitu shockpads. Sinds de aanpassing van de sporttechnische voorschriften naar die van de International Hockeybond FIH, wordt er getwijfeld of dit soort velden de laboratoriumwaardes nog kunnen halen.

Het gaat hierbij om kunstgrasvelden die op een e-layer of ET-layer zijn gebouwd. 

Het vermoeden bestaat dat, omdat de uitgeharde constructies in het laboratorium getest worden op een betonnen ondergrond, nieuwgebouwde constructies op een ongebonden onderbouw, bij oplevering niet de beoogde waarden kunnen halen.

Behalve het verschil in onderbouw, vergt een insitu shockpad na aanleg, tijd om uit te harden. Meestal vergt het uitharden langer dan 30 dagen.

Die meetwaardes van het lab vormen echter het uitgangspunt wanneer de sporttechnische kwaliteit van een gebouwd veld wordt vastgesteld. Sportveldenbouwers die zo’n veld onmiddellijk na realisatie laten toetsen aan het sporttechnisch voorschrift voor zo’n veld, lopen dan de kans dat de veerkracht van de insitu shockpad afwijkt van die waarop de constructie is getoetst in het lab.

Het gevolg kan zijn dat het veld niet de vereiste veldkeuring haalt.

Neem de tijd

Het probleem met e-layers en ET-layers is niet uniek. Ook bij kunstgrasvelden met infill kunnen de meetwaardes onmiddellijk na oplevering, anders zijn dan die zijn vastgesteld in het lab.

De infill vergt tijd om in te klinken en zich te zetten.

In principe heeft het Kwaliteitszorgsysteem dit soort situaties al ondervangen. Bouwers wordt namelijk aangeraden om een veld bij oplevering alleen te laten toetsen op basis van de gebruiksnorm. De verplichtte vaststelling van de sporttechnische kwaliteit kan op een later moment worden gedaan. Dit moet echter wel binnen 3 maanden.

Bouwers zijn hier vaak niet happig op omdat klanten de betaling koppelen aan de ontvangst van een goedkeuringscertificaat van de keuringsinstantie.  

Omdat er tot op heden nog onvoldoende cijfers zijn over de correlatie tussen de toetsing op een gebonden fundering in het laboratorium en de praktijk op een ongebonden fundering, wordt de programmaraad gevraagd om op korte termijn, bij een te groot correlatieverschil, een uitzondering voor hockeyvelden op insitu shockpads aan te nemen.

Daarnaast wordt de programmaraad gevraagd om voor de langere periode een taakgroep te vormen die oplossingen gaat onderzoeken waarbij hockeyvelden aan de nieuwe sporttechnische voorschriften kunnen voldoen.

De Programmaraad buigt zich hierover op 11 juli.

Geef een reactie