Goede (bouw)grond wordt steeds schaarser en als die er al is, dan zijn er heel wat projecten die boven sport voorrang hebben om deze grond te bestemmen. Maar ook op een vervuilde ondergrond kan een sportveld worden aangelegd. Zelfs een natuurgrasveld, zo is bij SC Victoria’04 in Vlaardingen aangetoond.
Het complex van SC Victoria’04 ligt in de Broekpolder, een gebied waarvan al sinds de jaren ’70 bekend is dat het verontreinigd is met een zes meter dikke laag verontreinigd havenslib. Omdat het verwijderen van dit slib het gebied vanwege de dikke laag voor lange tijd zal verwoesten, en omdat het financieel niet haalbaar is, heeft de gemeente Vlaardingen ervoor gekozen om dat niet te doen. Door deze toe te dekken met een laag grond van een betere kwaliteit wil het een zogeheten leeflaag creëren. Deze moet voorkomen dat verontreiniging in het ecosysteem terecht komt.
Het complex van SC Victoria’04 ligt in de polder. In 2001 is het sportpark opnieuw ingericht en uitgebreid met enkele grasvelden. Destijds is er ook een sanering uitgevoerd en zijn op de nieuwe velden schone leeflagen aangebracht. Toen in 2023 werd besloten om het bestaande grasveld te renoveren bleek dat dat veld in 2001 niet was gesaneerd. De gemeente werd dus weer geconfronteerd met een voor hen bekend probleem: hoe toch een grasveld te realiseren in deze vervuilde omgeving? “Om goed vast te stellen hoe groot deze keer de uitdaging zou zijn, heeft een ingenieursbureau eerst de situatie nadrukkelijk in kaart gebracht en meerdere bodemmonsters genomen. Op basis van hun onderzoeksresultaten hebben zij een Plan van Aanpak geschreven,” zegt Evert Mandemaker van B.A.S. Sport die het toezicht- en directievoerding deed op het project. Het PVA is ook aan het bevoegd gezag voorgelegd, de milieudienst DCMR.
De situatie in de Broekpolder is aangemerkt als een ecologisch risico. Er is kans op doorvergiftiging in het ecosysteem maar voor recreatief gebruik is er geen risico. Bij werkzaamhedenin of op de verontreinigde grond, is er altijd sprake van saneringswerkzaamheden en dient er met de verontreiniging rekening te worden gehouden. Dat weerhield het ingenieursbureau en B.A.S. Sport er niet van om voor de aanleg van het veld, hoog in te zetten.
Alleen met certificering
Vanwege de complexiteit van het project werd het meervoudig onderhands aanbesteed. Mandemaker’s advies is om bij dit soort projecten altijd om de voorbereiding en onderzoeken zo hoog mogelijk in te zetten qua verwachtingen. “Als er een drainage op 60 cm diepte ligt dan raad ik aan om tot 1 meter diep te inventariseren hoe de kwaliteit van de bodem is. En zelfs wanneer de conclusie is dat de vervuiling vooral impact op het milieu kan hebben, toch rekening houden met dat deze ook schadelijk voor de mens kan zijn. Want mocht dat pas tijdens de uitvoering gaan blijken, dan ben je vaak te laat met het opschalen van je maatregelen. Dan loop je tegen extra kosten aan of is het onmogelijk om op korte termijn de te volgen stappen te voltooien. Daardoor kan het hele project fors uitlopen.”
Dick Nootenboom van Nootenboom Sport kent de uitdagingen waar Mandemaker over spreekt. “Ons zusterbedrijf Infra Holland staat regelmatig voor dit soort uitdagingen waardoor wij in het verleden ervoor gekozen hebben om alle certificeringen in orde te maken en deze tijdig te vernieuwen,” zo merkt de sportveldenbouwer op. “Dat varieert van speciale filters op sommige van onze machines tot gezondheidscertificaten voor onze medewerkers.” Zonder zo’n medische keuring mag niemand tijdens de aanleg of ombouw van dergelijke projecten, zich op de locatie begeven. “In de plannen was ook meegenomen dat er on-site een deco-unit aanwezig moest zijn,” zo stipt Mandemaker aan. Zo’n decontaminatie-unit is een mobiele ontsmettingseenheid en beschikt over een speciale ‘vuile ingang’ en ‘schone uitgang’ met daartussen een douche mogelijkheid. “Zo’n unit kost je EUR 100 per dag. Wanneer je planning in orde is dan hoef je die maar voor een korte tijd te huren waardoor de kosten beperkt blijven. Maar als je gaandeweg tegen een probleem aan loopt of wanneer je deze op het allerlaatste moment moet gaan regelen, dan kunnen de kosten flink oplopen.”
Goede communicatie
Een project zoals bij SC Victoria’04 trekt of vereist de aandacht van meerdere instanties. “De DCMR keek bij de bouw van het veld voortdurend mee,” zo herinnert Nootenboom zich. Zij lieten zich bijstaan door ABC-T voor de naleving op de BRL 6000 en BRL 7000. De Beoordelingsrichtlijn 6000 is een certificeringsrichtlijn voor bedrijven die installaties ontwerpen, aanleggen en onderhouden in de gebouwde omgeving. De Beoordelingsrichtlijn 7000 is dan weer een certificeringsrichtlijn voor bedrijven die werken met bodemsanering en ingrepen in de waterbodem. Deze heeft als doel ervoor te zorgen dat de werkzaamheden op een veilige en milieukundig verantwoorde manier worden uitgevoerd.
“De betrokkenheid van zoveel partijen, en zeker van partijen die niet regelmatig te maken hebben met de aanleg van een sportveld, vraagt om een duidelijke communicatie. Iedereen moet goed op de hoogte zijn van wat er van hen wordt verlangd en wanneer,” zo vult Mandemaker aan.
"Je wilt op het ergste voorbereid zijn zodat je geen onnodige vertraging oploopt wanneer je tijdens het werken op aanvullende problemen stuit"
Evert Mandemaker, B.A.S. Sport
Rekening houden met de natuur
Omdat het bij SC Victoria’04 om een grasveld betrof, moest de kalender nadrukkelijk in de gaten worden gehouden. “Een klein voordeel is dat je dit soort projecten wilt uitvoeren wanneer het vochtig is,” zo stipt Mandemaker aan. “Dit tegen eventuele verstuiving van een droge, vervuilde bodem.” Gezien de droge condities die uitzonderlijk waren voor de tijd van het jaar, moest Nootenboom Sport de locatie tijdens de werkzaamheden toch beregenen. Nadat de vervuilde grond was afgegraven en afgevoerd werd deze vervangen door ‘schone grond’. Uitendelijk is het veld in oktober ingezaaid waardoor de club nu vanaf de winterstop weer over het veld kan beschikken.
Mandemaker’s advies is om tijdig aan plannen voor dit soort projecten te beginnen. “De voorbereiding vergt maanden omdat je eerst bodemmonsters moet nemen en die moet analyseren voordat je kunt beslissen wat het vervolg wordt. Vaak vereist dat een extra ronde voor aanvullende bodemmonsters. Wanneer alles duidelijk in kaart is gebracht en de plannen zijn uitgewerkt, moet je deze ook aan de milieudienst voorleggen. In het geval van DCMR vergt een reactie tot acht weken. Daarna kun je een bestek gaan opstellen en dat vergt ook een paar weken. Pas daarna kun je het gaan aanbesteden. In dit geval was de aanbestedingsperiode zes weken. Je bent dus al snel een jaar verder.” Maar wie die stappen goed doet, kan dus ook op een vervuilde bodem een natuurgrasveld realiseren.
