Op 29 oktober vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. Op 5 november mocht leden van de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC) stemmen voor een nieuwe voorzitter. Beide evenementen kwamen te laat om de uitslag in deze printeditie op te nemen. Maar ik hoop oprecht dat alle kiezers voor beide verkiezingen hebben nagedacht waarom, waarvoor en op wie ze stemmen.
Want zowel het land als de sportveldensector zijn de komende jaren méér dan ooit gebaat bij daadkracht en leiderschap. Het nemen van harde beslissingen moet daarbij niet (langer) worden genegeerd. Een politiek van ‘pappen en nathouden’ creëert namelijk een drassige smurrie. Die biedt onvoldoende basis om echt op te kunnen voortbouwen. Notabene de sportveldenindustrie zal dat (uit ervaring) moeten weten.
Elders in deze editie leest u hoe Daniel Klijn van het Register van Verenigingsbestuurders opmerkt dat alleen de PVV sport niet als thema in haar verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen had opgenomen. Maar diezelfde PVV stond op het moment van schrijven, nog altijd bovenaan in de politieke peilingen. Het dient dus noch de sportverenigingen zelf, noch de sport(velden)sector, wanneer deze partij straks de formatie voor de nieuwe Tweede Kamer mag dicteren. Of het ook zover gaat komen valt echter nog te bezien. Met hun keuze om de stekker uit zowel Rutte I als Schoof I te trekken lijkt de PVV het verbruid te hebben bij veel van haar collega’s.
Branche politiek
Bij de verkiezingen voor de voorzitter van de Branchevereniging BSNC geldt eigenlijk het omgekeerde. Daar maken de politieke spelletjes en achterkamerpolitiek het haast onmogelijk om ‘de juiste persoon’ te kiezen. Enerzijds is dat inherent aan een tijd waarin het steeds lastiger wordt om (voldoende) vrijwilligers voor onbezoldigd vrijwilligerswerk te vinden. Anderzijds zijn de commerciële belangen tegenwoordig dermate hoog dat er maar heel weinig kandidaten overblijven die het vertrouwen zullen genieten dat zij juist de hele sector kunnen dienen. Het helpt de BSNC daarbij niet dat het zichzelf daarbij voortdurend anders positioneert of een wisselende definitie hanteert. Ooit werd de branchevereniging opgericht voor ‘het ontwikkelen en uitwisselen van kennis, informatie en best practices over de aanleg en onderhoud van buitensportvelden en -banen’.
Ooit werd de branchevereniging opgericht voor ‘het ontwikkelen en uitwisselen van kennis, informatie en best practices over de aanleg en onderhoud van buitensportvelden en -banen’
Inmiddels hebben de tennisbaanbouwers zich verenigd in de Vereniging van Tennisbaanbouwers Nederland (VTN) en die voor padel in de Vereniging van Padelbaanbouwers Nederland (VPN). Toen wilde het een tijdje lang ‘dé partij voor alle betrokkenen bij de sportinfrastructuur’ zijn. Daarbij sprak het ook openlijk over het omarmen van de binnensportsector. Afgaande op de aankondiging voor het aankomende jaarcongres, begin februari, lijkt de BSNC zich echter weer te beperken tot de buitensport. Maar in plaats van terug te vallen op de oorspronkelijke focus van een branche voor velden en banen, rept het nu van ‘het Nationaal buitensport congres; voor toekomstbestendige (buitensport) sportaccommodaties’. De onduidelijkheid blijft dus nog bestaan. Allereerst impliceert het namelijk dat de branchevereniging ook open staat voor zaken die niet per se de velden zelf aan gaan. Ook lijkt ze met die focus juist weer af te wijken van de trend die breed wordt gedragen door onder andere NOC*NSF, de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) maar ook de Routekaart Verduurzaming Sport waar ook de BSNC deel van uitmaakt.
Die praten namelijk liever over sportparken dan van sportaccommodatie vanwege de veel bredere insteek en waarde van sportparken. Elders in deze kunstgraseditie van Sportvelden.Magazine kunt u lezen hoe, bijvoorbeeld, de gemeenten Amsterdam en Haarlem daar mee om willen gaan. Maar bovenal blijft daarmee de onduidelijkheid bestaan over wie de branchevereniging juist vertegenwoordigd: de (indirect) kopende of juist verkopende partijen?
Noodzaak van ‘verbinden’
Wat het extra lastig maakt is dat de branche, net als de maatschappij, de afgelopen paar jaar steeds verder is gepolariseerd. Die nieuwe voorzitter zal dan ook de nodige persoonlijke kritiek/kritische benadering ondergaan. Sportvelden.Magazine heeft de afgelopen periode veel mensen over mogelijke kandidaten gesproken. Elk had z’n voorstanders maar ook, nagenoeg, evenveel potentiële tegenstemmers. Veel van de genoemde argumenten waren vaak naar commerciële belangen óf juist naar oud (en persoonlijk) zeer terug te voeren. Wie er uiteindelijk ook gekozen wordt; diens activiteiten en meningen zullen nog nadrukkelijker dan ooit, onder een vergrootglas worden geplaatst.
Wel kan het echter juist een voordeel zijn dat de genoemde kandidaten allemaal uit de sector zelf komen. Zeker met het oog op het aankomende ‘ravijnjaar’, waarbij de nationale overheid steeds meer taken aan de lokale politiek gaat overlaten. Dat doet het terwijl het die lokale politiek, vanaf volgend jaar, jaarlijks minder geld gaat krijgen. De Eerste Kamer spreekt daarbij van een bedrag van 2,5 miljard euro. Een voorzitter van een brancheverenging met gedegen kennis van zaken en ervaring uit de sector zelf, kan dan wel eens een goede gesprekspartner zijn voor de partij(en) ‘aan de andere kant van de tafel’. Zeker wanneer de achterban van die gesprekspartner bij de gemeenteraadsverkiezingen van woensdag 18 maart zelf naar de stembus gaat. Want ook dan geldt; elk volk krijgt de leider die het verdient.
Aanvulling 10 november
De uiteindelijke overwinning voor de Tweede Kamerverkiezing is, op een verrassende wijze, naar D66 gegaan. Maar het verschil met nummer twee, de PVV, is marginaal. Bovendien heeft het rechterdeel van de Tweede Kamer gezamenlijk aanzienlijk meer stemmen ontvangen dan de partijen aan de linkerkant. D66 mag dus gaan formeren maar ziet zich daarbij voor de uitdaging gesteld om straks ook het grote aantal conservatieve stemmers tevreden te houden.
Vanuit de branchevereniging is Ties Joosten als voorzitter voorgedragen. Die voordracht moet bij de ALV in het aankomend voorjaar worden bekrachtigd. Tot die tijd neemt de huidige voorzitter, Edward van der Geest, de voorzitterstaken waar.



















