Sportvelden

Waar sport, innovatie en maatschappelijke

infrastructuur samenkomen

Onderwaardering vakmanschap kent altijd een prijs

Copyright: Chivista, https://de.m.wikipedia.org/wiki/Datei:FC_Br%C3%BCgge_Choreografie_2011.JPG

In navolging van Nederland ondergaat nu óók het Belgische voetbal een transitie. Maar waar in Nederland de kwaliteit van de stadionvelden nadrukkelijk werd meegenomen in een route ‘naar boven’, is dat niet het geval in België. Met alle gevolgen van dien.

De afgelopen maanden waren stadionvelden in België veelvuldig negatief in het nieuws. Dat leidde ertoe dat de stadionvelden van Beerschot en Anderlecht afgelopen winterstop noodgedwongen vervangen werden én tegen een hele hoge prijs. Het leidde ook tot een soap rondom het Europa League duel van Union Sint-Gillis tegen Ajax. Dat laatste valt deels ook UEFA aan te rekenen.

Na het teleurstellend resultaat op het WK 2022, het ontbreken in de Nations League van 2023 en de povere verrichtingen op het EK van 2024 ondergaat het Belgisch voetbal momenteel een transitie. Een nieuwe bondscoach en frisse, nieuwe spelers moeten De gouden generatie die tot april 2024 stevig op plek drie van de FIFA-ranking bivakkeerde, doen vergeten. Afgelopen december stonden de Rode Duivels op plek acht van die ranking.

Nederland kende in 2018 een vergelijkbare situatie. Het ontbrak op het EK van 2016 en WK van 2018 en nam afscheid van een Oranje waarvan lang werd gedacht dat die de Wereldtitel zouden winnen. Voetbalminnend Nederland kwam vervolgens tezamen en schreef het manifest ‘Winnaars van morgen’. Daarin werd óók afgesproken om voortaan goede stadionvelden na te streven die het belang van de sport dienen. Ook committeerde men zich om dat vanuit de Eredivisie CV (ECV) te faciliteren. De eerste stap was de introductie van een kwaliteitsstandaard waaraan velden tegenwoordig worden getoetst. Vervolgens kwam er een beloningssysteem voor velden die voldoen.

De Belgische Pro League, de tegenhanger van de ECV, heeft het plan ‘Football First’. Het hoofddoel van dat plan is om de financiële duurzaamheid en competitieve balans binnen het Belgische professionele voetbal te verbeteren. De stadionvelden worden in dat plan echter niet genoemd. Wel sloot de Pro League zich onlangs aan bij een groep spelers, clubs en andere competities die bij de Europese Commissie een klacht hebben ingediend tegen de FIFA. Het collectief wenst minder druk op spelers en medewerkers als gevolg van een (over)volle voetbalagenda.

Slecht tot zeer slecht

Eddy van Endert, groundsman bij lijstaanvoerder KRC Genk, verbijt zich al jaren over het gebrek aan respect voor de Belgische stadionvelden en het benodigde vakmanschap. “De Pro League moet pro-actiever zijn,” zo merkt hij op. “Een paar jaar geleden is er getracht om de groundsmannen van de clubs te organiseren maar daar is door de League geen opvolging aan gegeven. Eind vorig seizoen hebben we met een paar collega’s een pitch protection plan voorgesteld om onze velden enigszins in bescherming te nemen maar het wachten is nog altijd op hun akkoord.” En dus kijken hij en zijn collega’s nog steeds lijdzaam toe hoe de warming-up van keepers in het doelgebied afgewerkt wordt. Voor de Pro League is juist het plaatje op TV allesbeslissend. Obstructie daarvan kan in theorie leiden tot een boete, hoewel de praktijk anders is.

Van Endert merkt op dat de competitieorganisator alleen verlangt dat velden ‘altijd bespeelbaar zijn’. Dat is een zeer rekbaar begrip. Volgens hem is een veldverwarming niet verplicht. Een oud-bestuurder, die niet met naam genoemd wil worden ter voorkoming van het stempel ‘bemoeizuchtige schoonmoeder’, stelt weer dat de licentievoorwaarden voor de clubs voorschrijven dat er een drainage én veldverwarming aanwezig moeten. Over de kwaliteit of de inzet ervan zou niets worden gezegd. Yves de Cocker, een Belgische consultant op het gebied van gras sportvelden die over de hele wereld werkt, merkt weer op dat “het veldmanagementprotocol van de Pro League verplicht dat, als er geen veldverwarming is, dat er met doeken wordt gewerkt om toch de doorgang van de wedstrijd te kunnen garanderen.” Daarvan is bewezen dat dat niet voldoende is. Michel van Uffelen, die voor Natural Grass het grounds team leidt dat onder toezicht van grounds manager Jonathan Calderwood het trainingscomplex van het Franse Paris Saint-Germain onderhoudt, is tevens portefeuillehouder Voetbal bij de Greenkeepers Association of Belgium (GAB). Hij meent juist dat de enige eis is dat ‘de bal moet kunnen rollen’. Maar het ‘hoe’ is volgens hem niet gedefinieerd. Kortom: er is verwarring alom en daar is niemand bij gediend.

Drie essentiële zaken

Van Uffelen merkt op dat de Belgische grasmeesters eigenlijk beter zijn dan wat de recente beelden doen denken. “Als je ziet wat ze presteren ondanks het beperkte budget en de beperkte middelen, dan mogen we daar veel respect voor hebben. Het wringt ergens anders.” Kijkend naar de cijfers kan geconcludeerd worden dat clubs in de Pro League en de Nederlandse Eredivisie gemiddeld evenveel kijkers trekken. “Uiteindelijk werken wij voor de clubs. Anno 2025 is de kennis en het geld voorhanden dus zijn er geen excuses. Maar door het uitblijven van duidelijke regelgeving vanuit de bonden weigeren sommige clubs te investeren in hun velden. Als de huidige kwaliteit voor die clubs en de bonden voldoende is: prima voor mij.” Hij ziet daarbij ook een rol voor de UEFA weggelegd.

“De Pro League moet pro-actiever zijn"

Volgens De Cocker vereist een goed stadionveld drie financiële investeringen en twee aanpassingen van mindsets. “Het is noodzakelijk om te investeren in grasgroeiverlichting, een hybrideveld en een veldverwarming. Zo heb je altijd grasgroei, een maximale bescherming tegen speelschade en kun je het veld vorstvrij houden en de optimale grasgroei condities realiseren. Daarnaast dient men een goede en ervaren groundsman aan te stellen én als club bereid te zijn deze toestemming te geven voor de activiteiten of middelen die deze wil inzetten.” Waar dat toe kan leiden is ook in België te vinden. “Kortrijk had jarenlang een dramatisch veld totdat deze Brecht Descheemaker overnam van KV Oostende nadat die club failliet ging.” In aanvulling daarop roemt Michel van Uffelen Axel Geerinck en zijn grasteam van het Jan Breydelstadion in Brugge. “Op basis van kwaliteit versus speeldruk behoort dit veld tot de beste van Europa. Hier spelen zowel Club Brugge als Cercle Brugge. Naast de drukke competitie, inclusief play-offs, zijn beiden nog actief in Europa. Zelfs het grasteam van het San Siro stadion in Milaan kent niet langer zo’n hoge druk nu AC Milaan is uitgeschakeld. En zij hebben in het najaar hun mat reeds vervangen.” Volgens hem vloeit die aandacht voor het veld voort uit de spelwijze die Club Brugge hanteert. “Een goed team heeft baat bij een goed veld.”

Maar ook de voorbeelden van clubs waar nog heel veel kan worden bereikt, komen vlot. “In Gent is alles aanwezig maar geeft de club de groundsman niet de toestemming voor de inzet omdat dat te duur zou zijn,” zo wordt opgemerkt. En Anderlecht betaalt nu de prijs voor het besluit van vijf jaar geleden toen het voor het goedkoopste koos. “En dus zijn er nu halsoverkop graszoden vanuit Italië geïmporteerd die bovenop de onderbouw mét hybridevezels zijn gelegd waarna de mat opnieuw is geïnjecteerd. Komende zomer wordt dat hele veld, ditmaal inclusief de onderbouw, volledig gerenoveerd. Dit alles kost de club tonnen.”

Hulp van elders?

Zowel Van Uffelen als De Cocker als Van Endert kijken naar andere partijen in de hoop de impasse te doorbreken. “Ondanks een aan positieve uitzonderingen verwacht ik eerder dat we het moeten hebben van buitenlandse investeerders,” stelt Michel van Uffelen. Zijn werkgever Natural Grass onderhoudt ook de trainingsvelden van Cercle Brugge. “Sinds AS Monaco de club heeft overgenomen, ervaren we meer respect voor het onderhoud en het benodigde budget.” Alle drie noemen ook OH Leuven als voorbeeld. “Nu deze eigendom is van King Power International, dezelfde investeringsgroep dat ook Leicester City bezit, zie je ook in Leuven meer erkenning voor het gras,” zo verwoordt De Cocker. De voetbalclub uit de Engelse Premier League is tevens grondlegger van een heuse sports turf academy.

Een uitverkiezing van ‘De greenkeeper van het jaar’ vanuit de Pro League is op verzoek van een aantal groundsmannen geparkeerd. “De punten daarvoor werden uitgedeeld door de aanvoerder van de bezoekende club, de scheidsrechter en de wedstrijdofficial,” stelt Van Endert. Dat is ook het principe in veel andere competities. “Maar nadat teams ruiterlijk toegaven dat het wedstrijdresultaat een rol speelde in hun beoordeling, hebben we gezegd dat het dan maar beter is ermee te stoppen. De uitgedeelde punten zijn dan namelijk geen goede reflectie van het werk van de groundsman.”

Meer groundsmanager

Eddy van Endert zou graag zien dat de groundsman meer een groundsmanager wordt. “We moeten onze boodschap beter verkopen aan het bestuur.” Zelf gebruikt hij data om zowel zijn onderhoud te sturen als zijn verzoeken te motiveren. “We hebben eigen testapparatuur die automatisch een dashboard vult waaruit we conclusies kunnen trekken.” Ook Michel van Uffelen werkt met dergelijke technieken. “Maar de Greenkeepers Association of Belgium heeft onlangs ook een tweedaagse communicatiecursus georganiseerd om deelnemers wat handvatten te geven om hun boodschap beter naar andere stakeholders over te brengen.” Hij meent dat zo’n 90% van alle grasmeesters van de Pro League lid zijn van de GAB. “Door regelmatig ontmoetingen te organiseren proberen we het kennisniveau zoveel mogelijk omhoog te trekken.” Want hoewel hij relatief berustend kijkt naar wat er België gebeurt, al dan niet ingegeven vanuit de luxepositie waarin hij bij PSG verkeert, voorziet hij wel een ander groot probleem wanneer de huidige situatie niet door partijen zoals de Pro League worden gekeerd. “Het beeld dat we op televisie zien is niet aantrekkelijk. Misschien dat de Pro League zich bij de situatie neerlegt en dat de fans niet beter weten, maar op deze manier wordt het wel heel lastig om mensen te enthousiasmeren voor het vak van groundsman. Dan bestaat de kans dat we in de toekomst helemaal niemand meer kunnen vinden om de sportvelden in België nog enigszins te prepareren.”

Reactie Pro League

In een reactie wijst de Pro League erop dat de kwaliteit voor een stadionveld weldegelijk is vastgelegd. “Deze normen zijn vastgelegd in het licentiereglement van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB), waaraan alle clubs in de Pro League moeten voldoen om een licentie te verkrijgen en te behouden. Dit reglement bevat specifieke criteria voor de kwaliteit en het onderhoud van de speelvelden, waaronder eisen met betrekking tot de grasmat, drainage, verlichting en andere faciliteiten,” zo zegt een woordvoerder van de Pro League.

Deze standaarden omvatten criteria zoals de kwaliteit van de grasmat, drainage, verlichting en andere faciliteiten.

Beheerders van de velden, zoals groundsmanagers, kunnen deze standaarden raadplegen door het licentiereglement te bestuderen.

“Artikel B6.37 in het bondsreglement geeft aan dat de naleving van deze standaarden wordt geborgd door regelmatige inspecties en evaluaties van terreinen en installaties, uitgevoerd door de KBVB. Clubs zijn verplicht om eventuele gebreken of tekortkomingen tijdig aan te pakken om hun licentie te behouden en deelname aan de competitie te waarborgen.”

De woordvoerder vult aan dat achter de schermen gewerkt wordt aan een uitgebreide handleiding, die in samenspraak met de groundsmanagers wordt opgesteld. “Hierover communiceren we, zodra deze wordt voorgesteld.” 

De verkiezing ‘Greenkeeper van het Jaar’ zal niet worden geheractiveerd. “Als Pro League zullen we op andere manieren inzetten op meer waardering en visibiliteit voor groundsmanagers binnen en buiten de clubs.”

Gelabeld:

Laat een reactie achter