Sportvelden

Waar sport, innovatie en maatschappelijke

infrastructuur samenkomen

Microplastics onder de loep

Na het aanpakken van de mogelijke vervuiling door microplastics van infill, wil de industrie nu doorpakken met oplossingen tegen vervuiling die het gevolg kan zijn van vezelslijtage. Op dit moment werkt men hard aan het inventariseren van de omvang van het probleem, maar ook aan oplossingen wordt al gewerkt.

De kunstgrassector heeft de afgelopen jaren een harde les geleerd toen het niet in staat bleek om de autoriteiten onderbouwd en afdoende te kunnen informeren over thema’s of aspecten waar tegenstanders van plastic over struikelen. Tegen de tijd dat men dacht voldoende gegevens te hebben om de claim van de Europese autoriteiten te weerleggen dat ‘elk kunstgrasveld in Europa jaarlijks met honderden kilo’s bijdraagt aan milieuvervuiling door polymere infill die uit een kunstgrasmat migreert’, was het kwaad al geschiedt. Op dat moment was het Europees Chemisch Agentschap (ECHA) al op volle stoom en vond deze de aangeleverde bewijzen onvoldoende wetenschappelijk ondersteunt om haar mening te herzien. “De autoriteiten willen vooral wetenschappelijk onderbouwd bewijs. Hoe meer hoe beter,” verklaart de voorzitter van de branchevereniging voor de kunstgrasindustrie in Europa, het Midden-Oosten en Afrika (ESTC), Stefan Diderich.

Opbouwen database

Met het oog op mogelijke discussies in de toekomst, is de kunstgrasindustrie nu begonnen met het aanleggen van haar eigen dataset. “ECHA is nu bezig met het onderzoeken van milieuvervuiling door slijtage van producten die gemaakt zijn van een polymeer. Gelukkig is ons al medegedeeld dat ze kunstgras ditmaal bij lange na niet zien als een grote bijdrager vergeleken met, bijvoorbeeld, autobanden of kleding. Maar dat weerhoudt ons er niet van om zaken in kaart te brengen,” zo vervolgt Diderich. ESTC heeft daarom de Universiteit van Osnabrück gevraagd om door heel Europa monsters te nemen van verschillende kunstgrassystemen. “Dat doen ze zowel in Scandinavië als onze omgeving en in Zuid-Europa.” Die laatste regio is extra interessant omdat Uv-stralen in zonlicht een grote invloed hebben op het verweringsproces van producten. “De eerste resultaten laten zien dat vezelslijtage na vijf of zes jaar gebruik van het veld, zichtbaar begint te worden. De druk-bespeelde delen van het veld, zoals de penaltystip, verliezen dan jaarlijks 0,5-2% aan vezels. De plekken die minder intensief bespeeld worden, zoals de zijkanten van het veld en bij de hoekvlaggen, verliezen 0,1-0,6% aan vezels per jaar.” Hij stipt aan dat de gegevens enerzijds wat vertekend zijn. “De vaststelling van de Milieudoelstellingen door de Verenigde Naties heeft ook de kunstgrasindustrie ertoe gezet om op een andere manier naar kunstgras en het slijtgedrag van kunstgrasvezels te kijken. De vezels die men tegenwoordig produceert zijn in vele opzichten beter dan de vezels die, pak en beet, tien jaar geleden werden gemaakt. De komende jaren zou de hoeveelheid slijtage moeten afnemen maar vooralsnog hebben we te maken met kunstgrasmatten die er al een paar jaar liggen.” Volgens hem komen de cijfers overeen met de conclusies van een eerder onderzoek van de Universiteit van Osnabrück. Dat onderzoek is opgenomen in de bibliotheek op www.sportvelden.info.

Kunstgras stofzuigen?

Nieuwsgierig naar hoeveel vuil er uit een kunstgrasmat komt, nam testinstituut Sports Labs begin dit jaar de proef op de som. Het liet een machine die vooral bekendheid geniet als stofzuiger voor atletiekbanen en kunstgras hockeyvelden, een deel van een indoor kunstgrasveld schoonmaken. Dat veld was zes jaar oud. “Eén van onze conclusies was dat een filter van 6 micron ook op kunstgras bijzonder effectief is om vuil eruit te filteren,” zo merkt Eric O’Donnell van Sports Labs op. O’Donnell refereert naar deze specifieke filter omdat deze door de Europese autoriteiten is goedgekeurd als methode om vervuiling door textielproducten terug te dringen. Het zijn textiel- en met name fleece producten, die in de discussie over vezelslijtage beschouwd worden als grootste bijdrager aan de milieuvervuiling. Door toe te zeggen dat alle wasmachines voortaan standaard worden voorzien van een dergelijke filter, heeft de textielbranche bij de Europese autoriteiten een derogatie afgedwongen.

[pms-restrict subscription_plans=”1946, 4891″]

Ondanks de positieve uitkomst, plaatst O’Donnell nog wel een kanttekening bij z’n eigen onderzoek. “Het betrof hier een veld in een indooromgeving terwijl kunstgrasvelden veelal buiten en in vochtige omstandigheden liggen.” Vandaar dat ook Sports Labs haar onderzoek voort zet.

Onderhoud is belangrijk

De verschillende machinefabrikanten borduren zelf op dat onderzoek voort. Onlangs presenteerde SMG haar eerste bevindingen. “Het beste moment om een veld grondig schoon te maken is wanneer het droog is omdat onder natte omstandigheden de vezelrestjes aan andere vezels blijven plakken,” zo erkent ook Alex Bobeica. Hij wijst erop dat onderhoud een proces is dat voortdurend evolueert. “Ons advies is om elk kunstgrasveld tenminste twee keer per jaar te onderwerpen aan een deepclean waarbij de infill uit de mat wordt gezogen en wordt gezeefd voordat het terug op het veld wordt aangebracht. De beste momenten daarvoor zijn dan het voorjaar en het najaar, op voorwaarde dat het droog is.” Het is een methode die ook Jan-Willem Kraaijeveld van GKB Machines adviseert. “Microplastics van vezelslijtage mogen dan misschien niet zo sterk migreren als microplastics van infill, toch wil je ze gewoon niet in je mat hebben. Op den duur kunnen ze namelijk ook de drainagecapaciteit van de mat beïnvloeden waardoor water blijft staan en algen of mos de kans krijgen zich te vestigen.” Een eenvoudige methode om vast te stellen of een kunstgrasmat inmiddels zoveel slijtage ervaart dat het raadzaam is het om het te ‘stofzuigen’ is door een ijzeren staaf over het veld te trekken. Stukjes vezels zullen zich dan aan de staaf hechten. Beide geven aan dat de sector binnenkort een advies tegemoet kan zien over hoe het het beste kunstgrasvelden kan onderhouden en ontdoen van microplastics die het gevolg zijn van vezelslijtage. De werkgroep Onderhoud van de ESTC zou intern al een eerste versie hebben gedeeld. Dat document wordt op dit moment bekeken en beoordeeld door andere specialisten. De verwachting is dat een eindversie van dit document dit najaar of begin 2025 wordt gepubliceerd.

[/pms-restrict]

Gelabeld:

Laat een reactie achter