Methodiek om sportparken en golfbanen all-incluser te maken
2 dagen ago Guy Oldenkotte
Methodiek om sportparken en golfbanen all-incluser te maken
Waardering biodiversiteitsverbetering vaak nog gehinderd door ontbreken meetmethodiek
Golfbanen maar ook sportparken kunnen een belangrijke rol spelen bij het handhaven of verbeteren van de biodiversiteit. Echter, het ontbreken van een methodiek om dat resultaat inzichtelijk te maken maakt dat die rol onvoldoende op waarde worden geschat. Dat probleem wordt nu opgepakt.
Tegenwoordig is het streven om de sport meer een onderdeel van de leefomgeving te maken. De term ‘sportaccommodatie’ is in de ban gegaan want liever spreken we voortaan van een ‘sportpark’: een locatie waar sporten en bewegen centraal staat maar waar dat niet per se hoeft te worden gedaan in een georganiseerd verband. En waar naast de eigen inwoners ook alle ruimte wordt gegeven aan flora en fauna. Maar de exacte invulling van de aanpak daarvoor is voor velen echter nog een zoektocht. “Er wordt her en der al best veel gedaan maar het ontbreekt nog aan voldoende beleid voor een goede, integrale aanpak,” zegt Peter Prins van adviesbureau BAS Sport. Met biodiversiteit als passie volgt Prins de ontwikkelingen aandachtig. “In principe maakt het niet uit hoeveel ruimte er is om iets mee te doen ten behoeve van de flora en fauna. Er valt overal wel wat winst te behalen. Maar het vergt wel een mindset en een acceptatie van de consequenties van zo’n besluit.” Doorgaans worden die vooral vanuit kostenaspect benaderd. “Dan blijkt het opeens te kostbaar te zijn om wat extra bomen of andere vegetatie te planten waardoor het uiteindelijk vaak beperkt blijft tot alleen een ander type maaibeheer voor de niet-sportveldgrassen.”
Beleid, integratie en management
Prins stipt aan dat het voor een succesvol resultaat, om een aantal zaken gaat. “Men moet een beleid voeren, de lokale omstandigheden nadrukkelijk overwegen en aan verwachtingsmanagement doen.” Zijn advies is om een koppeling met lokale groencorridors te maken en plaatselijke natuurverenigingen te betrekken voor een meer geïntegreerde en breder gedragen resultaat.
Waar ambtelijke beleidsmakers nog zoekende zijn in wijze van aanpak voor de sportparken, heeft de golfsport natuurinclusie al eind jaren ’90 opgepakt. Destijds introduceerde de toenmalige Nederlandse Golf Federatie (NGF), samen met Europese partners, het programma Committed to Green dat gericht was op afstemming van golfbaanbeheer met natuur- en milieuaspecten. Anno 2026 concludeert men echter dat de geboekte vooruitgang en de resultaten nog onvoldoende bij de buitenwacht zijn geland. “Jullie doen het als sector beter dan wat mensen denken maar nog niet zo goed als gehoopt. Wel neemt de druk vanuit de milieubeweging toe en de samenleving verwacht ook verduurzaming,” zo herinnerde transitiedeskundige Jan Rotmans zijn toehoorders tijdens het Nationaal Golfcongres eerder dit jaar. Rotmans wees erop dat teveel mensen hardnekkig een verkeerd beeld hebben van golf.
“Het beeld van golf is dat het een milieuvervelende sport is die veel water en pesticiden gebruikt. Tweederde van de niet-golfers vindt dat golfbanen op het gebied van duurzaamheid niet goed bezig zijn.” De realiteit is echter dat van de ongeveer 250 golfbanen in ons land, meer dan honderd beschikt over het GEO-duurzaamheidscertificaat. Nederland is daarmee wereldwijd koploper qua omarming van dat certificatieprogramma. Het GEO-certificaat van de GEO Stichting voor duurzame golf erkent dat een golfbaan aantoonbaar duurzaam wordt ontworpen, beheerd en gebruikt, met aandacht voor natuur, milieu én maatschappelijke verantwoordelijkheid. De beoordeling wordt onafhankelijke vastgesteld.
“Men moet een beleid voeren, de lokale omstandigheden nadrukkelijk overwegen en aan verwachtingsmanagement doen.”
Peter Prins, Adviesburo BAS
















