Martin Brummel: “Werken met de natuur is het mooiste dat er is!”

Gras goed onderhouden vereist ervaring

Martin Brummel: “Werken met de natuur is het mooiste dat er is!”

De afgelopen 30 jaar groeide Martin Brummel uit van prepareerder van een golfbaan in de jongste provincie van Nederland tot adviseur voor mening stadionveld in binnen- en buitenland en zelfs, namens de KNVB, voor diverse WK en EK-trainingsvelden. Gedurende die periode heeft hij veel gezien en meegemaakt, maar is één ding in die periode niet veranderd: zijn passie voor gras.

Welk evenement omtrent gras je ook bezoekt of bijwoont in binnen- of buitenland, de kans dat je Martin Brummel treft is groot. “Werken met de natuur is het mooiste dat er is, zeker omdat gras een belangrijke rol kan spelen die heel mooi aansluit op de rest van de natuur. Gelukkig zien we tegenwoordig steeds meer in dat dat niet beperkt hoeft te blijven tot golfbanen maar dat dat ook voor die 7.500 vierkante meter voor een voetbalveld kan gelden. Omdat gras overal groeit en heel goed tegen verdroging of verzuipen kan, heb je met gras een prachtig middel om een verschil te maken. Zowel voor de sporters als voor de omgeving. Maar dat vraagt wel kennis van zaken en het hebben van de juiste grassen. Zeker nu er meer expertise van de groundsman of greenkeeper wordt verlangd terwijl, tegelijkertijd, middelen zoals geld en water, schaarser worden. Vandaar dat ik me blijf verdiepen in nieuwe ontwikkelingen.”

Grasonderhoud is ervaringswerk

De laatste jaren komen er steeds meer technologieën op de markt die beheerders helpt bij het grasonderhoud. Brummel volgt die aandachtig. “Veel technologieën zoals sensor- en cameratechnieken hebben zich al bewezen in andere sectoren zoals de glastuinbouw en de precisielandbouw. Die worden nu ook voor het sportveldenbeheer omarmt. Het gevolg is dat de techniek de laatste jaren steeds harder gaat en dat we steeds meer data uit gras kunnen halen. Maar qua opleiding staan we eigenlijk nog maar aan het begin. De opleidingsinstituten moeten, wat mij betreft, die kant meer omarmen.” Toch waarschuwt hij dat we het daadwerkelijk onderhouden van gras niet moeten onderschatten of, erger, uit het oog moeten verliezen. “Grasonderhoud is ervaringswerk en vereist dat je je eerst een paar jaar ervaring moet hebben opgedaan voordat je je kunt gaan verdiepen. Daarna kan men in mijn ogen twee kanten op gaan; je kunt je verder ontwikkelen in het uitvoeren van de taak op basis van waar de grasplant om ‘vraagt’. Of je bekwamen in het analyseren van data en het afstemmen van de verschillende tools die bij het onderhouden van het gras van pas kunnen komen. 

Maar uiteindelijk kan het één niet zonder het ander. Ik verwacht dat de functie inhoudelijk er steeds meer als een operator uit gaat zien. Goede managers kunnen niet zonder een uitvoerder die de vertaalslag maakt tussen de verzamelde data of het afstemmen van allerlei technologieën met het uitvoeren van de daadwerkelijke activiteit van het onderhoud. En een goede groundsman of greenkeeper die graag bezig is met het gras zelf, kan een groot verschil maken wanneer hij kennis en hulp uit andere bronnen daarbij omarmt. Wat we vooral niet moeten doen is al die tools en hulpmiddelen als een bedreiging gaan ervaren maar juist meer als een beslissingsondersteunend systeem. Het realiseren van een goede grasmat blijft, uiteindelijk, altijd mensenwerk.”

“Het is best bijzonder dat we ons als sportgrasprofessional bij dik-betaalde sportevenementen geacht worden ons op vrijwillige basis beschikbaar te stellen.”

Wilt u verder lezen?

of registreer hier

 

Geef een reactie