Mark de Jong: “Goede projectleiding schiet er te vaak bij in”
6 maanden ago Guy Oldenkotte
De kunstgrassector is uitgesprokener dan ooit: het bouwen of renoveren van kunstgrasvelden moet meer over het jaar gespreid worden want zo kunnen ze niet langer door. Mark de Jong van Malsen Sport en Civiel plaatst daar een paar kanttekeningen bij en meent dat de sector het probleem ook deels over zichzelf afroept.
Als we de kunstgrassector mogen geloven dan is de rek eruit. Het bouwen van kunstgrasvelden en renoveren van kunstgrastoplagen moet van hen voortaan gescheiden worden. Door renoveren voortaan in het voorjaar of najaar te plannen kunnen de nieuwbouwprojecten ’s zomers worden gedaan. Dan is er meer tijd om hier de gewenste aandacht aan te besteden, om eventuele leveringsvertragingen te compenseren of te acteren wanneer weeromstandigheden ervoor zorgen dat er tijdelijk niet gewerkt kan worden. Het platslaan van de zomerse piek die zij al jarenlang ervaren zal hen ook helpen om personeel te behouden. Wordt die piek niet aangepakt, zo waarschuwen zij, dan wordt het installatiepersoneel gillend gek en stapt gekwalificeerd personeel over naar een andere sector, met alle gevolgen van dien.
Mark de Jong van Malsen Sport en Civiel noemt de oproep terecht maar plaatst er, tegelijkertijd, een kritische kanttekening bij. “Het klopt dat het steeds hectischer wordt op kunstgrasprojecten maar is de piek die we nu ‘s zomers ervaren zoveel groter of juist anders dan de piek die we zo rond 2010 hadden?” In die tijd steeg het aantal nieuwbouwprojecten naar een recordhoogte van zo’n 250 per jaar. Tegenwoordig zijn het meer renovatieprojecten waarbij alleen de toplaag wordt aangepakt. “Volgens mij heeft het te maken met de organisatie van de projectleider op het project. Vroeger had je zowel een projectleider, voorman als uitvoerder op een project. Maar de projectleiders zijn tegenwoordig meer veredelde voormannen. Onder druk van de concurrentiestrijd is het prijspeil bij de aannemers dermate ver gezakt waardoor alles zo goedkoop mogelijk moet. Dan begint het idee te leven dat de projectleider het er wel even bij kan doen. Dat gaat ten kostte van diens andere taken. Daardoor zie je ook de faalkosten stijgen.” Behalve die extra kosten, betekent dat ook dat aannemers vaker op een project terug moeten komen om dingen te herstellen.
“Het klopt dat het steeds hectischer wordt op kunstgrasprojecten maar is de piek die we nu ‘s zomers ervaren zoveel groter of juist anders dan de piek die we zo rond 2010 hadden?”
Mark de Jong, Malsen Sport en Civiel
Verschillende soorten aannemers
De Jong ziet een verschil tussen de verschillende achtergronden van de aannemers en de problemen die ze ervaren. “Je hebt de aannemers die nog een familiebedrijf zijn of daaruit voortkomen. Een tweede groep is de groep aannemers die deel zijn van een organisatie die grote of ook andere infrastructurele projecten doen. En als laatste heb je nog de aannemers die onderdeel zijn van de kunstgraskolom.” Met name die laatste groep laat zich, zo zegt De Jong, leiden door de verkoop van zoveel mogelijk vierkante meter kunstgras. Alle aanvullende activiteiten zijn voor hen, vanuit dat oogpunt, secundair. “Daardoor schrijven ze op elke aanbesteding heel scherp in wat tot gevolg kan hebben dan ze ’s zomers heel veel werk hebben.” ‘Heel veel’ is hierbij een eufemisme voor ‘teveel’, zeker wanneer een project meer omhelst dan alleen ‘meters maken’ qua kunstgrasinstallaties. “Bij familiebedrijven zie je, eigenlijk in elke branche wel, dat die veel meer bezig zijn met iets op de langere termijn: goed werk opleveren zodat ze niet onnodig terug hoeven te keren.
Of juist duurzaam werken omdat dat beter is voor het milieu en de toekomst van de samenleving maar vooral ook voor die van hun eigen kinderen en kleinkinderen.” Bedrijven die onderdeel zijn van grotere organisaties willen juist, zo meent hij, vanuit hun expertise degelijk werk willen opleveren terwijl aannemers die onderdeel zijn van de kunstgraskolom vooral veel expertise hebben in het leggen of verleggen van de kunstgrasmat.Een ongezonde focus op de kunstgrasmat kan te vaak tot slordig werk leiden; niet zozeer qua mat maar meer voor wat betreft de werkzaamheden eromheen. “Dan krijg je een situatie waarbij aannemers de sleuven met kabels voor de sportveldverlichting weer vullen voordat die kabels getest zijn of waardoor niemand meer precies weet waar de lichtmast moet komen.” Het belang van óók die werkzaamheden wordt dan vaak onderschat, zo’n benadrukt hij.
Dat de aannemers tegenwoordig nauwelijks nog over eigen materieel beschikken, helpt de situatie ook niet. “Dan ben je dus altijd afhankelijk van onderaannemers die weer hun eigen uitdagingen of problemen kennen en die vaak op meerdere projecten tegelijkertijd werken.” Dat er op een project samengewerkt moet worden met meerdere onderaannemers maakt het er niet gemakkelijker op. Zeker niet wanneer de projectleider onvoldoende tijd heeft om het project daadwerkelijk te leiden.
Doe juiste investeringen
De Jong steunt de oproep dat gemeenten eerder moeten aanbesteden. Ook begrijpt hij de wens vanuit de sportveldenbouwers dat de club flexibeler moet zijn en meer mee moet werken aan het idee om een veld nog tijdens de competitie te vervangen. “Maar we weten allemaal ook dat de leden van de club potentiële stemmers zijn voor de wethouder. En tegenwoordig is iedereen makkelijker te benaderen. Zeker in kleinere gemeenten. Als een groep leden of een bestuurslid zich nadrukkelijk uitspreekt, dan is zo’n ambtenaar of wethouder snel geneigd om deze toch tevreden te houden.” De adviseur uit Geldermalsen meent dat met goede communicatie al veel kan worden bereikt. “Informeer iedereen duidelijk over de gevolgen van een bepaalde keuze.”
Daarnaast, zo meent hij, moeten we ook elders in de kunstgrasketen kijken om te begrijpen wat de gevolgen kunnen zijn. Daarbij breekt hij een lans voor de pogingen om werknemers voor de sector te behouden en juist te enthousiasmeren. “Ik pleit ervoor dat de projectleider ook strikt de projectleider is en dat deze de ruimte krijgt om een project goed te begeleiden.” Ook is hij van mening dat er meer geïnvesteerd moet worden in personeel. “De grondbeginselen voor infrastructureel werk zijn niet vreemd maar in onze sector gaat alles nog veel preciezer. Een afwijking van een paar millimeter of onvoldoende vlakheid kunnen wij niet accepteren. Mensen moeten wel de ruimte krijgen om het in de praktijk te leren en dienen daarvoor goed begeleid te worden.” Naast die investering in kennis en kunde, meent De Jong dat de sector er baat bij heeft wanneer het personeel ook veel meer getraind wordt in randzaken die kunnen spelen bij de aanleg van sportvelden. “Het is heel belangrijk
“Ik pleit ervoor dat de projectleider ook strikt de projectleider is en dat deze de ruimte krijgt om een project goed te begeleiden.”
Mark de Jong, Malsen Sport en Civiel
dat mensen affiniteit hebben met het werk want behalve die hogere nauwkeurigheid krijgen ze ook te maken met veel meer stakeholders.Iedereen vindt sport geweldig of heeft er een mening over. Zodra er een sportveld wordt gebouwd dan groeit de groep betrokkenen. Dat zorgt voor veel druk bij de werknemers en is iets dat ze er niet bij kunnen hebben tijdens de drukke periode. Als we willen voorkomen dat mensen afhaken in onze sector dan moeten ze, naast een betere begeleiding voor zowel het personeel als het project, ook weerbaarder worden gemaakt tegen die ontzettend hoge druk van de deadline voor de oplevering en de betrokkenheid of bemoeizucht van heel veel betrokkenen.”
