Kwaliteitzorgsysteem krijgt nieuwe impuls

Het fundament voor de kwaliteit van de Nederlandse sportaccommodaties ondergaat momenteel een forse upgrade. De hoge kwaliteit blijft nog altijd het uitgangspunt, maar de regels en informatievoorziening daaromtrent worden nu versterkt. Sportsfields.info sprak met NOC*NSF projectleider Bob Thomassen en zijn collega Wilko Zuidema over dit project.

Jaarlijks wordt er zo’n 1,2 miljard euro in Nederlandse sportaccommodaties geïnvesteerd. Dat is een fors bedrag maar het resultaat laat zich, dankzij de vele internationale ranglijsten, eenvoudig meten. Onze nationale voetbal-, hockey- en honkbalteams behoren vrijwel altijd tot de favorieten en ook menig individuele Nederlandse atleet kan zich met de wereldtop meten. Dat we in Nederland een afschrijvingsperiodes van 10-13 jaar hanteren is eveneens het bewijs dat de kwaliteit van onze sportaccommodaties hoog is.

Toch gaat het systeem dat daaraan ten grondslag ligt, het Kwaliteitszorgsysteem, op de schop. Bob Thomassen legt uit. “Het Kwaliteitszorgsysteem is een privaat certificeringssysteem dat al 50 jaar bestaat. Door de jaren heen is dat uitgedijd en zijn er onvolkomenheden in geslopen. Ook bleek dat de technische infrastructuur inmiddels de randen van haar technische capaciteiten had bereikt”, zegt Thomassen.

Daarnaast is er vanuit de overheid de wens om voortaan ook de duurzaamheid van een sportaccommodatie te registreren. “Ze zijn bereid was om die registratie plus de verbetering van het kwaliteitszorgsysteem met een subsidie te stimuleren. Daarom is besloten om het hele systeem onder de loep te nemen om zo aan alle voorwaarden te voldoen.”

Nieuwe informatiebron

De grootste verandering voor eigenaren van sportaccommodaties is dat alle relevante informatie straks op één plek te vinden is. “Het doel is om informatie juist beter en sneller toegankelijk te maken en het proces tot certificering te versnellen. Eén van de knelpunten is dat alle informatie nu nog over de verschillende actoren, en in verschillende vormen, verspreid is.” Als voorbeeld noemt hij de diverse handboeken van de verschillende sportbonden die momenteel worden gedigitaliseerd. “De informatie daarvoor ligt bij de 77 bonden en dat is niet handig omdat de informatie daardoor nooit actueel is. Wij verzamelen dat nu op één plek van waaruit we verder gaan werken.” Die plek is voortaan www.sportinfrastructuur.nl. Op termijn zal deze website de alom bekende Sportvloerenlijst gaan vervangen.

Taalgebruik harmoniseren

Behalve het centraliseren, wordt ook het taalgebruik geharmoniseerd, vult Wilko Zuidema aan. “Definities werden op de diverse plekken op verschillende manieren gehanteerd. Voortaan hebben we alleen nog maar ‘voorschriften’ die men verplicht is op te volgen, ‘richtlijnen’ voor zaken waarbij, op basis van een motivatie, mag worden afwijken en ‘aanbevelingen’ waarbij aangenomen mag worden dat de gedane aanbeveling een positieve uitwerking heeft.”

Eén van de meest opmerkelijke aankondigingen is het idee om straks de onderbouw of fundatie van de toplaag in de normering te scheiden. Die komen voortaan op een aparte lijst als richtlijn. Zuidema: “Nu wordt dat als geheel gecertificeerd terwijl die onderbouw niets van doen heeft met performance of veiligheid van het systeem.” Aannemers zullen dus meer ruimte krijgen om te innoveren. “Zo kan er flexibeler worden ingespeeld op de lokale omstandigheden of de invloeden die het klimaat heeft,” zo is de logische gedachte.

Dat zal echter ook z’n weerslag op zowel de ambtenaren als adviseurs hebben. Die worden straks geacht anders tegen projecten aan te kijken. “Die zullen dan veel meer een ingenieur moeten zijn. In plaats van krampachtig vast te houden aan de huidige constructienormen en vast te stellen of er ook daadwerkelijk volgens die wijze wordt gerealiseerd, zullen ze veel meer aan de slag moeten met nieuwe technische ontwikkelingen en kijken wat er mogelijk is. Het mooie is echter dat die misschien wel betere oplossingen bieden,” aldus Zuidema.

Uitbreiding met keuringsportaal

De website www.sportinfrastructuur.nl staat inmiddels al boordevol informatie. In de toekomst wordt dit met een keuringsportaal uitgebreid. “Dat doen we om een level-playing field te introduceren. Dat is op dit moment onvoldoende het geval. Niet alle werkmethodes zijn er en de methoden die er zijn, zijn soms zelfs voor ons onvoldoende toegankelijk. Vandaar dat we met de vier keuringsinstanties Kiwa ISA Sport, SGS Intron, Sports Labs en Ercat om de tafel gaan om nieuwe methodes en handleidingen op te stellen,” zo merkt Bob Thomassen op. Het beheer van die werkmethoden zal straks ook niet langer bij Kiwa ISA-Sport liggen, maar wordt ondergebracht bij de stichting die wordt opgericht. Aan die stichting nemen naast NOC*NSF ook de Vereniging Sport en Gemeenten en de branchevereniging BSNC deel.

Zodra die methoden zijn uitgewerkt, zal de volgende stap zijn om een Round-Robin te introduceren. Daarin kunnen de verschillende keurmeesters aantonen dat ze in staat zijn om een veld op de juiste manier te beoordelen. “Op dit moment is het de Raad voor Accreditatie (RVA) die de performance van keuringsinstanties toetst. Wat ontbreekt is dat er gedurende het jaar geen willekeurig veld wordt bekeken om te kijken of men ook daadwerkelijk zo heeft gewerkt. Een Round-robin moet daar verandering in brengen en daarbij zullen we rekening houden met bestaande round-robins”, aldus Zuidema.

Onderlinge performance beter vergelijkbaar

Hoe belangrijk een level-playing field is, bleek uit de voorbereiding voor dit artikel. Verschillende partijen wezen Sportsfields.info erop dat sommige keuringsinstanties de infillhoogte niet op de juiste manier meten. Een onvolkomenheid die killing kan zijn in het geval van een dispuut. Wilko Zuidema ziet echter nog een ander voordeel. “Behalve dat dit keuringsportal meer transparantie moet creëren, is zo’n portal ook de beste garantie dat alles op dezelfde manier wordt ingevuld.” De meerwaarde daarvan is dat, op termijn, de resultaten van velden onderling beter kunnen worden vergeleken, stelt hij. “Nu moet je steeds afzonderlijke keuringsrapporten raadplegen wanneer je bepaalde informatie wilt hebben. Straks kunnen we met één druk op de knop zien hoe bijvoorbeeld de shockabsorptie van een veld zich verhoudt ten opzichte van andere, vergelijkbare velden.”

Duurzaamheidspaspoort

De laatste grote stap is dat van alle Nederlandse sportaccommodaties ook de duurzaamheid wordt vastgelegd. “Het paspoort brengt de duurzaamheid van een accommodatie in kaart, zoals het energieverbruik of het gebruik van sportproducten zoals kunstgrasvelden”, zegt Thomassen. “Samen met de VSG en de BSNC werken we nu aan een Milieukostenindicator (MKI) voor sportproducten. Dat is de uitkomst van een Life-Cycle-Analysis (LCA). Wij willen juist aan die MKI-waarde maatschappelijke thema’s koppelen om zo één duurzaamheidslabel te creëren welke eerlijker is.”

Het uiteindelijke doel is een systeem met labels dat vergelijkbaar is met de labels die worden gebruikt om de duurzaamheid van witgoed en auto’s aan te geven. “De verschillende kleuren maken dan in één oogopslag duidelijk hoe duurzaam een product is. Als je dan toch voor de goedkoopste prijs kiest, dan weet je gelijk dat het product, en dus je accommodatie, minder duurzaam is.”

Het Kwaliteitszorgsysteem garandeert al 50 jaar dat Nederlandse sportaccommodaties van topkwaliteit zijn. Om dat te kunnen blijven garanderen, wordt het hele systeem nu toekomstbestendig gemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.