Investering betaalt zich uit in VVCS Veldencompetitie

fotobron: VVCS

De stadionvelden van SC Cambuur en ADO Den Haag zijn gedeelde winnaars van de VVCS Veldencompetitie. Uit een analyse van de cijfers blijkt dat de mogelijkheid om ‘te sturen’ allesbepalend was voor het resultaat aan het einde van de tweede seizoenshelft.

Nagenoeg alle gras/hybridevelden in de Keuken Kampioen Divisie werden de laatste vijf maanden lager beoordeeld dan in de eerste competitiehelft. Alleen de velden van SC Cambuur en Helmond Sport scoorden hoger. Daarbij moet worden opgemerkt dat Helmond Sport in maart is overgestapt van kunstgras naar gras.

SC Cambuur ging van een 4,50 naar de 4,53 score. ADO Den Haag ervaarde een kleine terugslag: van een 4,55 bij de winterstop naar de 4,53.

Eerder dit jaar vertelde groundsman Luuk van den Breemer van SG Groen over de diverse systemen die hij kan inzetten bij het onderhoud van het stadionveld. Daar lijkt hij nu van te hebben geprofiteerd.

Licht en warmte

Van den Breemer treft het bij SC Cambuur dat hij de beschikking heeft over, onder meer, grasgroeilampen. Naast extra licht in donkere tijden, brengen die ook warmte in de bodem. Hoewel SC Cambuur ook beschikt over een veldverwarming, is deze pas onlangs aangesloten.

Het voorjaar was uitzonderlijk gunstig qua aantal zonuren. Dat kan echter niet gesteld worden voor wat betreft de (ideale) temperatuur voor grasgroei. Ondanks een aantal mooie dagen vroeg in het jaar, is de nachttemperatuur lange tijd dicht bij het vriespunt gebleven. Het doorzaaien kan daardoor mogelijk niet maximaal hebben kunnen renderen. Daarnaast is het sinds maart uitzonderlijk droog.

Gesteld kan dus worden dat de omstandigheden deze seizoenshelft daarom allesbehalve gunstig zijn geweest voor goede grasgroei.

De mogelijkheid om zelf warmte in de bodem te brengen, in combinatie met de juiste activiteiten op het juiste moment en volgens een correctie uitvoering, kan dan het verschil betekenen.

Subjectief

De groundsmannen van de Eerste Divisie hebben, op dit moment, nog niet de luxe van financiële ondersteuning en erkenning zoals die het geval is in de Eredivisie. Bij veel clubs blijft het dus roeien met de riemen die men heeft. Stadionveldbeheer wordt niet overal voldoende gewaardeerd waardoor niet elke groundsman in de luxe situatie verkeerd zoals Van den Breemer.

De cijfers van de afgelopen twee seizoenen (bron: Sportvelden.Info Research Desk)

Ook zijn de VVCS-cijfers op basis van de subjectieve beoordeling van de aanvoerder van de bezoekende club en die van de wedstrijdofficials. Daarbij is niet gewogen hoe intens een veld wordt gebruikt. Het veld van ADO Den Haag werd kort na de winterstop al intensief bespeeld. Dat was niet het geval voor het veld in Leeuwarden.

De uiteindelijke cijfers zeggen daarom niets over de kwaliteit of inzet van de diverse groundsmannen. Wel lijken ze te reflecteren dat toegang tot voldoende (technische) middelen, een positief verschil kunnen maken.

Geef een reactie