Inconsistentie in rotatieweerstand testresultaten hindert data-analyse

Zowel op internationaal niveau als in Nederland zijn de ontwikkelingen van kunstgrassystemen voor tophockey die niet afhankelijk zijn van water, onlangs (tussentijds) geëvalueerd. Waar de producenten en installateurs inmiddels aardig weten hoe ze met de verwachtingen moeten omgaan en hun systemen daar op zouden kunnen aanpassen, blijkt dat er ook nog ruimte is voor verbetering aan de kant van het testen en de testinstituten. 

Na een, aanvankelijk, vliegende start lijkt het rumoer omtrent kunstgrassystemen voor (top)hockey die niet afhankelijk zijn van water, wat te zijn verstomd. Wat inmiddels wel vast staat is dat de KNHB en de Programmaraad van het Kwaliteitszorgsysteem zo’n veld voortaan een ‘droogveld’ willen gaan noemen. De vermeende stilte is echter bedrieglijk. In feite loopt het onderzoek naar de ondergrond gewoon door. Omdat het een volledig nieuw concept betreft moet de scope voor deze toplaag namelijk opnieuw worden gedefinieerd. Dat vereist input van de diverse kunstgrasfabrikanten. “Wij zijn twee jaar geleden gestart met de aanleg van de pilotvelden waarvoor we toestemming hadden gekregen. Daarna zijn er ook andere leveranciers met een droogveldproduct gekomen die eerst allemaal gedurende een heel seizoen gemonitord moeten worden. Nu is het wachten op voldoende data om de scope nader uit te werken,” zo verklaart Matthijs Verhoef van CSC Sport de relatieve rust rondom de innovatie.

De verschillende fabrikanten voor droogvelden lijken allemaal een eigen koers te varen. Zo heeft Greenfields gekozen voor een lusjesconcept. Edel Grass lijkt in te zetten op een extremere texturatie van de vezels in haar Aero mat. “Je krijgt daardoor een dichtere mat. Vanwege die extreme kroezing bevat ons droogveld juist minder filamenten dan ons waterveld,” zo zegt Gijs Peters namens Edel Grass. “Je moet namelijk de ideale balans vinden tussen de shock absorptie, balstuit en rotatie,” zo voegt hij daar aan toe. Andere kunstgrasfabrikanten hebben er weer voor gekozen om op bestaande ideeën voor kunstgras voor hockey voort te borduren. “Vergeleken met de kunstgrasmatten voor een waterkunstgrasveld zijn de vezels voor een droogveld-mat wat korter en worden er meer vezels per vierkante meter getuft,” zo stelt Joop van Krimpen van Condor Grass.

Die brede variatie in alle gevolgde filosofieën zal het definiëren van de scope lastig maken. Bovendien komt er uit een eerste analyse van de meetgegevens die internationaal zijn verzameld, een nare discrepantie naar boven. De internationale hockeybond FIH staat namelijk toe dat er twee verschillende testmethodieken worden gebruikt bij het vaststellen van de rotatieweerstand. “Het blijkt dat er verschillende waardes worden gemeten en dat de marges nogal uiteenlopen. Wellicht komt dat door de interpretatie, verschillende meetapparaten die worden gebruikt of de wijze waarop die worden gebruikt. Dit werkt niet echt verhelderend,” zo beklaagd Van Krimpen zich. Jan-Willem Boon van Polytan en ook Matthijs Verhoeven delen die observatie. Gijs Peters stelt echter dit probleem niet te ervaren.

Wilt u verder lezen?

of registreer hier

 

Geef een reactie