Je hebt net een balletje geslagen op de tennisbaan, je staat te douchen en ziet op het mededelingenbord: “Nieuw! Twee padelbanen, vanaf € 8,- per uur voor leden”. Een paar straten verderop, bij de commerciële padelhal, betaal je voor hetzelfde uurtje al snel het drievoudige. Is dit toeval? Nee. Achter dit prijsverschil schuilt een stuk geïmplementeerd recht wat bij weinig mensen bekend is, maar het zet de sportmarkt in zijn geheel behoorlijk op zijn kop. We hebben het over het DAEB
besluit.
Door Björn de Smit, BDS Advocatuur
DAEB staat voor Dienst van Algemeen Economisch Belang. Het is een begrip voor diensten die de markt niet, of niet onder redelijke voorwaarden, uit zichzelf zou aanbieden, terwijl de overheid vindt dat deze diensten er wel zouden moeten zijn. Denk aan een buslijn naar een klein dorpje in de achterhoek die nooit rendabel zou zijn.
De overheid wil dit toch in stand houden omdat deze bewoners anders geïsoleerd kunnen raken. Voor dit soort diensten mag de overheid een organisatie compenseren voor kosten die niet kostendekkend zijn, zonder dat het als verboden staatssteun wordt gezien. Normaal gesproken is het geven van overheidsgeld aan een onderneming namelijk aan strenge regels gebonden om de vrije markt zoals we die kennen zo eerlijk mogelijk te houden en concurrentie niet te vervalsen.
Als een gemeente een activiteit officieel aanwijst als DAEB, dan mag zij geld bijleggen voor deze activiteit, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Denk hierbij aan
objectieve en transparante paramaters voor de berekening van de compensatie en een maximum zodat er geen overcompensatie plaats kan vinden.
Waarom sport?
Sport bij lokale verenigingen wordt in Nederland veelvuldig als DAEB aangewezen. De gedachte hierachter is dat sportverenigingen een maatschappelijke functie vervullen. Ze houden de buurt gezond, bevorderen sociale cohesie, bieden kinderen een zinsvolle vrijetijdsbesteding en worden vaak draaiende gehouden door vrijwilligers. Zonder een bijdrage van de overheid zouden veel clubs het simpelweg niet overleven, of de contributie zodanig moeten verhogen dat sporten onbetaalbaar wordt voor een deel van de bevolking. Om deze reden mogen gemeenten sportaccommodaties ondersteunen bij onder andere: de aanleg van een kunstgrasveld, een nieuwe kantine of een paar gloednieuwe padelbanen naast de bestaande tennisbanen. Die investering wordt dan (grotendeels) gefinancierd met gemeenschapsgeld, terwijl de vereniging als eigenaar of exploitant fungeert.
De negatieve gevolgen van het DAEB besluit voor de concurrerende ondernemer Het compenseren van sportclubs lijkt op het eerste gezicht een goed initiatief, maar bij
nadere beschouwing brengt het ook een aantal nadelen met zich mee voor ondernemers in de sportmarkt. Deze nadelen kunnen we dan ook terugzien in de praktijk: De tennisclub met gesubsidieerde padelbanen concurreert rechtstreeks met de commerciële padelhal verderop, die zijn banen volledig uit eigen zak heeft moeten financieren.
Tekst gaat hieronder verder
Lees ook:
Dit voelt oneerlijk en dit gevoel is ook niet geheel onterecht. Er zitten namelijk een aantal knelpunten aan het DAEB-besluit die we aan de hand van het voorbeeld zullen illustreren.
Ongelijke concurrentie
De particuliere ondernemer moet de integrale kostprijs van zijn investeringen terugverdienen via de huurprijs. De vereniging hoeft dat niet, omdat een deel van de investering door de gemeente is betaald. Het gevolg hiervan is dat consumenten veel eerder voor de goedkopere, gesubsidieerde optie kiezen.Dit maak het erg onaantrekkelijk voor de particuliere ondernemer om deze markt te betreden.
Een te ruime uitleg van het DAEB begrip
Een DAEB moet zijn toegesneden op een taak die de markt niet oppakt. De padelmarkt wordt daarentegen wél door private partijen opgepakt. Dat roept de vraag op of het verhuren van padelbanen aan willekeurige consumenten nog wel onder de DAEB-omschrijving valt, of dat de gemeente hier eigenlijk een “gewone” economische activiteit subsidieert.
Wet Markt & Overheid
In Nederland speelt ook de Wet Markt en Overheid (M&O) een rol. Deze wet verplicht overheden om voor economische activiteiten ten minste de integrale kostprijs in rekening te brengen. Het doel hiervan is juist om dit soort marktverstoringen te voorkomen. Als een vereniging via een gemeentelijke bijdrage toch onder die kostprijs kan blijven zitten, ontstaat er spanning tussen de twee regelingen.
Bezwaar maken is lastig en gaat ten koste van de particuliere ondernemer. Een individuele ondernemer die zich benadeeld voelt, moet zelf het initiatief nemen om er
iets aan te doen. Dat kost tijd, geld en juridische kennis, terwijl de vereniging gewoon doordraait.
De andere kant van de medaille
Zoals eerder benoemd zitten er dus een aantal mindere kanten aan de DAEB-regeling. Het zou echter te makkelijk zijn om deze regeling weg te zetten als een vorm van oneerlijke concurrentie, zonder de achterliggende gedachte te erkennen.
De toegankelijkheid van sport
Zonder financiële bijdrage zouden veel verenigingen geen nieuwe faciliteiten kunnen
aanleggen. Daarnaast is padel bijvoorbeeld erg populair, en juist doordat verenigingen het kunnen aanbieden tegen een lage prijs, kunnen ook mensen met een kleinere portemonnee meedoen.
Vrijwilligerswerk en de sociale functie
Een sportvereniging is meer dan een verhuurbedrijf voor banen. Leden runnen de bar, organiseren toernooien en bouwen een gemeenschap op. Dit is natuurlijk van hoge maatschappelijke waarde die de wetgever ook zeker heeft meegewogen. Als sportclubs zonder financiering van de overheid het niet zouden overleven, zou dit een
negatieve impact op de (lokale) gemeenschap hebben.
De vrijheid voor lokale afweging
Gemeenten hebben relatief veel vrijheid om zelf te bepalen wat zij als DAEB aanwijzen. Dat is bewust zo geregeld omdat lokale overheden hun eigen sportinfrastructuur en de
behoeften van hun burgers het beste kennen.
Conclusie: Het is een lastige balans
Het DAEB-besluit is geen truc om sportverenigingen te bevoordelen, maar een serieus juridisch instrument met een maatschappelijk doel: sport toegankelijk en betaalbaar houden. Het probleem ontstaat wanneer een vereniging zich begeeft op een terrein waar een gezonde, private markt al bestaat, zoals de verhuur van padelbanen aan
iedereen die maar wil boeken.
Dit maakt het dat het DAEB-besluit een mooi voorbeeld is van hoe lastig het is om goede bedoelingen en een eerlijke markt met elkaar te verenigen. In de praktijk is dit verschil dan ook flinterdun: waar houdt de maatschappelijke taak van de club op, en waar begint de “gewone” concurrentie met de buurman die zijn padelbanen uit eigen zak heeft betaald?
Over de auteur
Björn de Smit van BDS Advocatuur is in hoge mate gespecialiseerd in het aanbestedingsrecht, contractenrecht en vastgoedrecht.
Ontvang het laatste nieuws in je inbox
How useful was this post?
Click on a star to rate it!
Average rating 0 / 5. Vote count: 0
No votes so far! Be the first to rate this post.
We are sorry that this post was not useful for you!
Let us improve this post!
Tell us how we can improve this post?



















