Onlangs stelde het gerechtshof van Den Haag Domo Sports Grass in het ongelijk in een dispuut met de Gemeente Noordwijk. Het draaide daarbij om een subtiel maar cruciaal verschil. Uit deze casus valt een aantal belangrijke lessen te trekken.
De zaak draaide om een project waarvan de gemeente Noordwijk stelde dat Domo Sports Grass een kunstgras toplaag wilde leveren die niet conform de uitvraag was. Domo Sports Grass meende echter dat het recht had op gunning van het project omdat het ingeschreven met de laagste prijs van alle inschrijvers. De voorzieningenrechter houdt de aanbestedende
dienst strak aan het gelijkheids- en transparantiebeginsel, en de inschrijver aan een strikte invulling van de gestelde eisen. De uitspraak laat zien dat in het speelveld van het
aanbestedingsrecht de bal niet alleen rond moet zijn, maar ook exact het juiste label moet dragen.
Casus in vogelvlucht
Domo had ingeschreven met een product onder de naam ‘Domo Duraforce XT Combi 45m kurk’. Op de Sportproductenlijst komt echter geen kunstgrassysteem met deze naam voor. In plaats daarvan bevatte die lijst soortgelijke benamingen, waaronder ‘Domo Duraforce XT Combi Natuurlijke infill’, met testrapporten waarin andere technische kenmerken zoals een vezellengte van 47 mm werden vermeld. Domo stelde dat het feitelijk om hetzelfde product ging, en dat de toevoeging ‘45m kurk’ slechts bedoeld was om aan te geven dat werd voldaan aan de bestekeisen. De Gemeente accepteerde deze uitleg niet en verklaarde de inschrijving ongeldig op basis van artikel 7.21.1 ARW 2016.
Analyse: tussen technische marges en juridische precisie
De rechter toetst de kwestie aan de hand van het transparantie- en gelijkheidsbeginsel zoals ontwikkeld in Europese jurisprudentie, met name het arrest Succhi di Frutta (HvJ EU 29 april 2004,
ECLI:EU:C:2004:236). Daarbij wordt de bekende CAO-norm (HR 20 januari 2004, DSM/Fox) toegepast voor de uitleg van aanbestedingsdocumenten: objectieve uitleg, in het licht van de gehele tekst, is leidend. Niet wat de inschrijver bedoelde, maar wat hij moest begrijpen is bepalend.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het formulier expliciet vroeg om de “naamgeving sportproductenlijst sportinfrastructuur”, en dat die term strikt moet worden opgevat als een exacte
verwijzing naar een productnaam op die lijst. De toevoeging ‘45m kurk’ week daarvan af en leidde tot verwarring.
Ook inhoudelijk kloppen de aangeleverde testrapporten niet met het opgegeven product. Technische verschillen, zoals vezellengte (45 vs. 47-49 mm), Dtex en garendikte, zijn niet
verklaarbaar vanuit variaties in ondergrond of toepassing. De rechter acht dan ook niet bewezen dat Domo daadwerkelijk heeft aangeboden wat zij beweerde. De Gemeente mocht en moest de inschrijving daarom ongeldig verklaren.
Praktijkimplicaties
Deze uitspraak heeft verstrekkende gevolgen voor zowel inschrijvende partijen als aanbestedende diensten:
Voor inschrijvers:
- Er is geen ruimte voor interpretatie of toevoegingen in productomschrijvingen. Een extra specificatie (‘45m kurk’) – ook al is die goedbedoeld – kan de inschrijving fataal maken;
- De inschrijving moet volledig verifieerbaar en herleidbaar zijn aan de hand van de gevraagde documentatie. Vage verwijzingen of gedeeltelijke testrapporten zijn onvoldoende;
- Vertrouwen op goedkeuring ‘achteraf’ is risicovol. Wat op het moment van inschrijving niet aantoonbaar voldoet, valt af.
Voor aanbestedende diensten:
- De uitspraak bevestigt dat zij niet de ruimte hebben om soepel om te gaan met vormfouten indien dat ten koste gaat van de transparantie of het gelijkheidsbeginsel;
- Het hanteren van een uiterst strikt regime voorkomt niet alleen juridische risico’s, maar is ook noodzakelijk om de belangen van andere inschrijvers te beschermen;
- Een louter feitelijke beoordeling (“het product voldoet toch?”) mag niet leidend zijn als de formele eisen niet zijn gehaald.
Zie ook
• HvJ EU 29 april 2004, Succhi di Frutta, ECLI:EU:C:2004:236 – Transparantiebeginsel: alle voorwaarden moeten ondubbelzinnig zijn.
• HR 20 januari 2004, DSM/Fox, ECLI:NL:HR:2004:AO1427 – Objectieve uitleg van contractsbepalingen (CAO norm), ook van toepassing op aanbestedingen.
• Rb. Midden-Nederland 5 juni 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2662 – Nu de inschrijving van eiseres ten aanzien van de uitwerking van vraag 1d in het Plan van
Aanpak niet-besteksconform is, heeft RMN de inschrijving van eiseres terecht van verdere deelname uitgesloten.
Zie anders
• Rb. Arnhem 10 juni 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BM9566 –Aanbestedende dienst heeft in strijd met eigen bestekseisen en met schending van het gelijkheids- en transparantiebeginsel de partij aan wie voorlopig is gegund willen bevoordelen boven eisende partij.
• Rb. Rotterdam 30 maart 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL9458 – Aanbestedingsrecht, herstel kennelijke verschrijving/onbedoelde ommissie in inschrijving na gunning toegestaan.
Juridische duiding
Deze uitspraak bevestigt dat het aanbestedingsrecht geen materieel recht is, maar procedureel recht bij uitstek. De exacte naam van een kunstgrasmat is geen detail, maar een fundamenteel onderdeel van de inschrijving. Het “formele” is hier inhoudelijk. Zelfs al zou het product feitelijk geschikt zijn, dan nog mag een inschrijving niet gehonoreerd worden als die formeel afwijkt van de eisen. Dit ligt in lijn met de jurisprudentie waarin het belang van objectieve en controleerbare inschrijvingen wordt benadrukt. De rechter schuift het beroep van Domo op gewekt vertrouwen resoluut terzijde. Terecht: het gelijkheidsbeginsel prevaleert boven het vertrouwensbeginsel, zeker in de context van een lopende aanbestedingsprocedure.
Conclusie
Deze uitspraak onderstreept opnieuw hoezeer in het aanbestedingsrecht de juridische vormvastheid en
technische nauwkeurigheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zeker bij technisch gespecificeerde opdrachten – zoals de aanleg van kunstgrasvelden – wordt van inschrijvers verwacht dat zij niet alleen inhoudelijk passende producten aanbieden, maar dit ook juridisch sluitend en controleerbaar onderbouwen. Elke afwijking van de formele eisen, hoe klein ook, kan fataal zijn voor de geldigheid van de inschrijving.
De grens tussen een ‘vergissing’ en een ‘ongeldige inschrijving’ blijkt in dit soort gevallen uiterst dun en juridisch hard. Die grens loopt niet langs de mate waarin het aangeboden product functioneel geschikt is, maar langs de formele en objectieve criteria die in de aanbestedingsstukken zijn geformuleerd. Of een product op een lijst staat, of een naam letterlijk overeenkomt met de gevraagde aanduiding, of een testrapport de juiste productvariant beschrijft – dit zijn geen administratieve details, maar juridische toetsstenen die de hele inschrijving kunnen maken of breken.
Voor zowel inschrijvers als aanbestedende diensten betekent dit dat de voorbereiding van een inschrijving een bijna forensisch niveau van precisie vereist. Het is niet voldoende dat het product op het veld voldoet; het moet op papier kloppen tot op het laatste teken. Iedere toevoeging of aanpassing aan een productbenaming – hoe functioneel of verduidelijkend ook bedoeld –
kan worden uitgelegd als een afwijking van de gestelde eisen. En die ruimte voor interpretatie laat het aanbestedingsrecht
nadrukkelijk niet toe.
Met andere woorden: in dit speelveld geldt niet alleen dat de bal rond moet zijn, maar dat hij exact volgens de spelregels moet worden aangereikt. De bal ligt in deze context niet op het veld, maar op het formulier – en moet daar precies in het juiste vakje rollen, met de juiste stempel erop. Alleen dan komt men in aanmerking voor de volgende ronde.
Over
Björn de Smit van BDS Advocatuur is in hoge mate gespecialiseerd in het aanbestedingsrecht, contractenrecht en vastgoedrecht.
Hij schrijft zijn bijdrages voor Sportvelden.Magazine op eigen titel.
















