De Europese Raad heeft zijn algemene oriëntatie over de richtlijn duurzaamheidsclaims vastgesteld. Deze aanpak zal de basis vormen voor de onderhandelingen met het Europees Parlement over de definitieve vorm van een richtlijn die consumenten moet beschermen tegen greenwashing. Wat betekent dit?
Bezoek een willekeurige beurs en je zult zien dat exposanten zich tot het uiterste inspannen om bezoekers ervan te overtuigen dat deze voor hun product of dienst moet kiezen. Sommige methodes om het publiek te overtuigen zijn ronduit opportuun en gemakkelijk te bevestigen of te weerleggen, andere zijn subtieler of moeilijker te valideren. Met name claims met betrekking tot milieuvriendelijkheid worden een bron van zorg, aangezien deze voor de consument vaak moeilijk te verifiëren zijn. Dat opent de mogelijkheid tot overdrijving of zelfs het maken van valse claims. De praktijk van valse, misleidende of overdreven beweringen over de milieuvoordelen, duurzaamheid of milieuvriendelijkheid van een product, dienst of bedrijf wordt “greenwashing” genoemd. Bij gebrek aan specifieke regels voor claims met betrekking tot het “groene” karakter van producten, heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend voor een richtlijn inzake groene claims. De voorgestelde richtlijn moet bedrijven gaan verplichten om de vrijwillige groene claims die zij maken richting de consument, te onderbouwen door te voldoen aan een aantal vereisten met betrekking tot hun beoordeling.
Aangezien de regelgeving voor groene claims momenteel van lidstaat tot lidstaat verschilt, leidt dit tot inconsistenties en potentiële belemmeringen voor de interne markt. De richtlijn heeft tot doel uniforme regels in de hele EU vast te stellen waardoor de naleving voor bedrijven die in meerdere landen actief zijn, wordt vereenvoudigd. Er worden strenge sancties voorgesteld voor niet-naleving, waaronder boetes van ten minste 4% van de jaaromzet.
Verplichte LCA’s
Volgens de voorgestelde richtlijn wordt van bedrijven verwacht dat ze zich houden aan strikte richtlijnen bij het maken van milieuclaims om transparantie, betrouwbaarheid en verantwoording te waarborgen. Belangrijke vereisten zijn onder meer de noodzaak van een wetenschappelijke basis voor claims die gebaseerd zijn op verifieerbaar en wetenschappelijk verantwoord bewijsmateriaa, en de noodzaak om een levenscyclusanalyse (LCA) of een gelijkwaardige analyse uit te voeren om claims te onderbouwen. Van een dergelijke LCA wordt verwacht dat rekening wordt gehouden met de volledige impact van een product of dienst op het milieu. Nu de Product Environmental Footprint Category Rules (PEFCR) in de praktijk worden gebracht, beschikt de kunstgrasindustrie over een tool die kunstgrastoplagen over de hele linie kan valideren.
Duidelijke en precieze taal
De richtlijn streeft er ook naar dat claims specifiek, duidelijk en zonder vage of dubbelzinnige termen als “milieuvriendelijk” of “duurzaam” worden gebruikt. Elke claim, of deze nu tekstueel, picturaal, grafisch of symbolisch is, moet voor de consument gemakkelijk te begrijpen zijn en technisch jargon vermijden. Er is al een begin gemaakt met het opstellen van regels voor een specifieke productgroepen, op basis van de ecologische voetafdruk.
Doorzichtigheid
Van bedrijven wordt verwacht dat ze relevante informatie ter ondersteuning van hun claims, zoals methodologieën, gegevensbronnen en eventuele beperkingen of onzekerheden van de beoordeling, openbaar maken. Het bewijs achter claims moet openbaar toegankelijk zijn.
Er is ook voorgesteld dat milieuclaims onafhankelijk moeten worden geverifieerd door geaccrediteerde derde organisaties voordat ze aan het publiek worden meegedeeld. Deze certificeringsschema’s moeten, indien gebruikt, voldoen aan door de EU goedgekeurde normen.
Vergelijkende aanspraken
De praktijk van het maken van vergelijkende claims is al vele jaren een twistpunt. De nieuwe richtlijn verwacht dat bedrijven, wanneer vergelijkende milieuclaims worden gemaakt, deze moeten baseren op gelijkwaardige gegevens en methodologieën voor alle vergeleken producten of diensten.
“De voorgestelde richtlijn verwacht van bedrijven dat zij hun groene claims kunnen onderbouwen”
Europese Raad
Geen weglatingen
Eenmaal aangenomen, moeten bedrijven een volledig beeld geven van de milieu-impact. Van hen wordt verwacht dat ze selectieve openbaarmaking of “cherry-picking” van positieve aspecten vermijden, terwijl ze aanzienlijke negatieve effecten negeren.
Digitale gereedschap en etiketten
In de toekomst krijgen consumenten toegang tot QR-codes of digitale labels die gedetailleerde informatie geven over de milieuvriendelijkheid van het product. In voorkomend geval mogen alleen gestandaardiseerde, door de EU goedgekeurde milieukeuren worden gebruikt om verwarring bij de consument te voorkomen.
Regelmatige updates
Afgezien van de regels wordt er een kader ontwikkeld om ervoor te zorgen dat claims regelmatig kunnen worden beoordeeld en bijgewerkt. Dit is om ervoor te zorgen dat ze nauwkeurig en relevant blijven naarmate producten, diensten of wetenschappelijk inzicht evolueren.
Huidige stand van zaken
Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie onderhandelen momenteel over de EU-richtlijn inzake groene claims. In maart 2024 nam het Europees Parlement diens standpunt over de richtlijn aan. In juni 2024 stelde de Raad diens algemene oriëntatie vast, ter ondersteuning van de doelstellingen van de richtlijn om greenwashing aan te pakken en consumenten te helpen bij het nemen van weloverwogen beslissingen. Het standpunt van de Raad bevat bepalingen inzake de voorafgaande verificatie van milieuclaims en voert een vereenvoudigde procedure in voor bepaalde soorten aanspraken.
Wat gaat er nog komen?
Verwacht wordt dat de onderhandelingen tussen het Europees Parlement en de Raad zullen worden voortgezet om de tekst van de richtlijn af te ronden. De definitieve tekst van de richtlijn zal naar verwachting begin tot medio 2025 worden overeengekomen en aangenomen. Na de aanneming ervan zullen de lidstaten waarschijnlijk een omzettingsperiode van 18 tot 24 maanden hebben om de richtlijn in nationaal recht om te zetten. Dit suggereert dat de richtlijn tussen eind 2026 en begin 2027 in werking zou kunnen treden in de Europese Unie.
