Waar sport, innovatie en maatschappelijke infrastructuur samenkomen

Nederland staat op een enorm kruispunt waarbij, ongeacht de keuze die wordt gemaakt, de gekozen richting onomkeerbaar is. Kan, en indien zo, wat kan de sportveldensector hierin betekenen?

In 2022 gaven de Nederlandse gemeenten nog in totaal 1,7 miljard euro uit aan sport. Wat er sindsdien is uitgegeven wordt pas vanaf volgend jaar bekend. Als we de geluiden echter mogen geloven, dan zou dat voor de komende jaren wel eens langzaamaan minder kunnen gaan worden. Althans, als we sport alleen als sport blijven zien en plekken waar we kunnen sporten of bewegen, niet meer zijn dan…. precies dat; een plek om te sporten of te bewegen. Er zijn echter voldoende voorbeelden dat dat niet de situatie hoeft te zijn. Maar als Mark de Jong van Malsen Sport en Civiel wordt gevraagd of we voldoende innoveren om hierop te acteren, reageert hij met een duidelijke “nee”. Dat is even schrikken. “Op dit moment gebeurt er nog wel wat in het non-infill deel, maar daaromheen is het stil,” zo is hij van mening. “Ongetwijfeld zullen de prijzen meewerken waardoor men minder geneigd is om in innovaties te investeren.” Elders in deze editie klagen de sportveldbouwers ook dat de procedures voor innovaties complex en veeleisend zijn waardoor ze niet graag meer grote risico’s nemen.

De Jong ziet dat gemeenten vooral bezig zijn om hun sportvelden beter in meerjaarse onderhoudplanningen te zetten. “Zo krijgen zij beter inzicht in waar zijn hun geld aan besteden en kunnen ze eerder anticiperen.” Voor wat betreft de sport-overstijgende rol van sportvelden is hij van mening dat men beter moet na gaan denken over hoe ze dat willen positioneren. “Het zijn wel vraagstukken waar we steeds meer mee te maken krijgen alleen moeten we daar wel de doordachte keuzes in maken. Voor mijn gevoel komen we soms in zo’n hype terecht van ‘we moeten naar een energie-opwekkend veld. Maar is dat nou doordacht? Ik weet ook wel dat onderzoeken tijd kosten maar als we het toch willen doen, laten we het dan op een goede manier doen. Liggen de sportvelden niet op zo’n areaal dat ik wel woningen in de buurt heb maar dat daar mijn energie niet naar toe kan omdat daarvoor eerst de hele woonwijk gerenoveerd moet worden?” Als het aan hem ligt, moeten gemeenten meer kijken naar nut en noodzaak en kansen voor ze besluiten hoe ze hun geld besteden.

Volop in beweging

Sander Akkerman van PLANN Ingenieurs ziet echter wel veel beweging. “Misschien zijn de innovaties nu niet meer zo goed zichtbaar maar je kunt zeker niet zeggen dat men stil staat,” zegt hij doelend op de aannemers en leveranciers. Die mindere zichtbaarheid wijt hij deels aan de verstoorde houding in de driehoek kopers, leveranciers en de allesomvattende sportkoepel waardoor de branche wat uit het zicht is geraakt. “Als actief lid van de branchevereniging BSNC zou ik graag willen zien dat de verstandhoudingen zo snel mogelijk wordt hersteld. Wat het ook is, het hoofdstuk is voorbij. We kunnen niet tegenover elkaar blijven staan. Er moet iets worden gedaan om het op te lossen want het is gewoon niet handig.” Volgens Akkerman raakt dit vooral de koper. “Producenten blijven door innoveren maar zijn hun plekje aan de tafel kwijtgeraakt. Het probleem is dat de koper niet meer weet wat er allemaal mogelijk en waar deze staat.” Dat wekt wrevel verder in de hand maar, zo voegt hij toe: “kribbigheid is ook een deel van de huidige tijdsgeest. Het hoort ook een beetje bij alle abstracte thema’s waar we mee zitten. Het is allemaal zo politiek. De thema’s zoals Routekaart Verduurzaming of de LCA waar al 12 jaar over gesproken wordt; het is allemaal niet meer zo van het vak. Er wordt meer gepraat dan dat er actie is. Als je een goed idee hebt, doe het dan gewoon! Leg het aan. Vroeger zat je met een aantal bloedgroepen bij elkaar en dan had je het over het vak. Maar ik merk steeds meer, ook bij anderen, dat het steeds minder leuk wordt in de branche. Tegenwoordig moet alles zo worden voor-gemasseerd.” Daarbij stipt hij aan dat dit niet uniek voor de sport is.

Scale-up

Wouter Stuive vertegenwoordigt zo’n opdrachtgever. Hij adviseert binnen het project Scale Up Toekomstbestendige Kunstgrasvelden de gemeentes Amsterdam en Haarlem bij hun plan om de komende 10 jaar ruim 200 kunstgrasvelden te renoveren en tegelijkertijd de gemeente toekomstbestendig te maken. Hij ziet het positiever. “Zeker de afgelopen twee jaar heb ik een kentering waargenomen. Er komen heel wat innovaties, zowel kleinschalig als grootschalig. Beiden heb je eigenlijk nodig.” Volgens hem schort het niet zozeer aan de innovatiekracht van de branche, maar meer aan het implementeren ervan. “Het is

[pms-restrict subscription_plans=”1946, 4891″]

juist moeilijk om het geïmplementeerd te krijgen. Opdrachtgevers en adviesbureaus kunnen nog wel eens conservatief of traditioneel zijn. Dat wil nog wel eens conflicteren. Juist adviesbureaus spelen een belangrijke rol. Die hebben vaak een sterke positie bij de gemeente. Zo’n adviseur moet vooral breder durven denken dan een bestekje voor het uitrollen van een kunstgrasveld. Durf brutaal te zijn en eigenwijs te zijn en durf te vragen; heb je hier wel over nagedacht?” is zijn advies. Om een innovatie een kans te geven, moet men echt afstappen van het aanbesteden met een bestek of gunnen op laagste prijs. “Ik snap ook wel dat dat best moeilijk is want iedereen weet hoe we het altijd deden. Dat is de makkelijke weg. Maar op die manier heb je sowieso geen ruimte voor innovatie. Als je wat anders wil, dan moet je ook een andere vraag stellen. Niet precies gaan voorschrijven of appels met peren gaan vergelijken omdat dat de makkelijke weg is. Want zo blijven we bezig elkaar het leven wat zuur te maken. Zo stimuleer je niet de innovatie, het innoveren of anders zijn of andere ideeën hebben. Dan word je meer afgestraft. Je moet de vraag opener stellen en durven los te laten en het vertrouwen ook weg kunnen geven aan een ander.” Qua contractvorm kom je, volgens hem, dan meer in de EMVI-achtige constructies waarbij niet alleen de prijs, maar ook kwalitatieve criteria een rol spelen. “Uiteindelijk gaat het erom dat er een bepaald kader is want je wilt ook een probleem oplossen.”

Ambassadeurs zoeken

Scale Up heeft de ambitie om kunstgrasvelden straks volledig circulair aan te leggen en, bijvoorbeeld, ook te benutten om energie op te wekken en water te bergen. Dat raakt ook andere competenties binnen de gemeente. “Je moet met een goed verhaal komen om de andere afdelingen om te krijgen en ze warm te krijgen om eraan te laten bijdragen. Je moet wel met een win-win komen. Uiteindelijk gaat het om mensen die ambassadeur zijn van disciplines zoals sport en welzijn, onderwijs, openbare werken die je mee moet krijgen.” Stuive adviseert daarom voortaan verder vooruit te kijken voor wat betreft de toekomst van een kunstgrasveld. “Als je op tijd bent, en dan bedoel ik anderhalf tot twee jaar voordat het kunstgras eruit gaat, dan kan de politiek daar ook wat mee. Dit is natuurlijk ook wel een onderwerp dat de politiek aanspreekt op het moment dat je ambities hebt qua duurzaamheid. Maar wanneer je het balletje opwerpt aan de vooravond van de renovatie, dan is er vaak geen tijd en geen geld meer om daar wat mee te doen. Uiteindelijk komt het er op neer dat we elkaar de kansen gaan geven. Daar heeft iedereen wel wat tijd voor nodig.”

Durf samen te werken Om het toepassen van innovaties verder vlot te trekken heeft Stuive wel een advies naar zowel de markt als de leveranciers. “Met elkaar samenwerken kan, in sommige gevallen, ook betekenen dat men kennis moet delen,” zo zegt hij over de aanpak die de Scale Up hanteert. “De markt is klein en overzichtelijk qua spelers maar dat maakt kennis en informatie delen nog wel eens moeilijk. Dat moet veranderen.” Gemeenten zouden, zo meent hij, ook minder terughoudend moeten zijn. “Aan innovaties zijn risico’s verbonden en er is een kans dat het mis gaat. Dat is een feit. En daar zit ook een beetje de crux…men wil niet de eerste zijn als het fout gaat. Maar het komt er op neer dat we elkaar juist wel die kansen moeten gaan geven.”

[/pms-restrict]

Geef een reactie