EC infill besluit nog geen uitgemaakte zaak

Het besluit van de Europese Commissie om het voorgestelde verbod op de verkoop van polymerisch infill over te nemen en het advies om risicobeheersmaatregelen verplicht te stellen, te negeren, is nog niet definitief.

Microplasticvervuiling door kunstgras

Het besluit van de Europese Commissie om het voorgestelde verbod op de verkoop van polymerisch infill over te nemen en het advies om risicobeheersmaatregelen verplicht te stellen, te negeren, is nog niet definitief.

De aanbeveling moet nog worden goedgekeurd door de Raad van Europa en het Europees Parlement voordat deze in het wetboek kan worden opgenomen. Eenmaal geaccepteerd, heeft ook de Wereldhandelsorganisatie een stem.

Op het eerste gezicht lijkt het besluit van de Europese Commissie om een ​​overgangsperiode van zes jaar te hanteren voordat het op de markt brengen van microplastics wordt verboden, in tegenspraak met het beoogde doel van het voorgestelde verbod. Zeker gezien de vooruitgang die de sport- en kunstgrasindustrie de afgelopen jaren heeft geboekt.

Hoewel bonden zoals FIFA en World Rugby niet het wettelijke kader hebben om de installatie van risicobeheersmaatregelen af ​​te dwingen, doen beide partijen aanzienlijke inspanningen om hun markten en leden voor te lichten over het belang van deze interventies. Beheersmaatregelen zijn tegenwoordig een standaard onderdeel in het FIFA-handboek met testmethoden.

Op het eerste gezicht lijkt het besluit van de Europese Commissie om een ​​overgangsperiode van zes jaar te hanteren voordat het op de markt brengen van microplastics wordt verboden, in tegenspraak met het beoogde doel van het voorgestelde verbod.

Hetzelfde geldt voor brancheorganisaties zoals de EMEA Synthetic Council, SAPCA in het VK of de BSNC in Nederland. Het moet dus gezegd worden dat de industrie de problematiek van microplasticvervuiling heeft geaccepteerd en proactief aan de slag is gegaan om dit te verhinderen. Ondanks alle inspanningen besluit de EC nu echter om het advies voor gebruik van dit soort maatregelen, te negeren.

Oorlog tegen microplastics

De EC wil de komende 15 jaar de vervuiling door 400k ton microplastics verhinderen. Volgens hen komt dat met name door rubberingestrooide kunstgrasvelden die ergens tussen de 500 kg/veld en 2000 kg/veld polymerische infill per jaar verliezen. Europa kent zo’n 30.000 kunstgrasvelden die zijn voorzien van infill. Volgens de Europese Commissie zijn kunstgrasvelden zelfs de grootste vervuiler van alle producten waaraan opzettelijk microplastics worden toegevoegd. Deze kleine, vaste polymeerstukjes met een afmeting van tussen 1nm≤x≤5mm doen er jaren over om af te breken en eindigen vaak in de voedselketen. Juist daarom zouden ze verboden moeten worden, zo meent de EC.

Op verzoek van de Europese Commissie kwam het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) in december vorig jaar met een paar adviezen. Een daarvan was een verbod op het op de markt brengen van microplastics na een overgangsperiode van zes jaar of deze periode te verlengen tot acht jaar, mits de onmiddellijke plaatsing van risicobeheersmaatregelen. Dit zouden kantplanken, roosters, borstels en speciale afvoeren kunnen zijn die de deeltjes opvangen voordat ze in het milieu terechtkomen.

Gaat pas vanaf 2029 (op z’n vroegste) in

De keuze van de EC om nu te gaan voor de meest rigide optie die tevens een zware druk op de kunstgrasindustrie legt, roept veel vraagtekens op. “Hoe leg ik mijn klant uit dat hij in ieder geval het komende decennium het milieu zogenaamd kan blijven vervuilen?” vraagt een insider uit de branche zich openlijk af als deze benaderd wordt door Sportvelden.info. Let wel: het voorgestelde verbod wordt pas zes jaar van kracht vanaf het moment dat het verbod wordt aanvaard. Dat is in het beste geval pas in 2023. Dit omdat het nu aan de Raad van Europa en het Europees Parlement is om het plan ook goed te keuren voordat het wettelijk kan worden opgenomen. En ook dan moet ook de Wereldhandelsorganisatie (WTO) eerst haar goedkeuring verlenen. Dat proces dat kent gewoonlijk een beoordelingsperiode van ten minste zes maanden.

Dit betekent dat, zelfs als alle bureaucratische processen soepel verlopen, het verbod pas op zijn vroegst in 2029 zal worden ingevoerd. Belangrijker is dat het verbod alleen betrekking heeft op het op de markt brengen van opzettelijk toegevoegde microplastics. Het heeft geen invloed op de beschikbaarheid van polymeerinfill dat is opgeslagen door de eigenaar van kunstgrasvelden, noch op het infill dat zich bevindt in velden die nog in gebruik zijn op het moment dat het verbod van kacht wordt. Theoretisch gesproken kan infill uit kunstgrasvelden die worden gerenoveerd, worden gebruikt als aanvulling op en verlenging van de levensduur van recentelijk geïnstalleerde velden waardoor de vermeende milieuvervuiling nog vele jaren na de goedkeuring van het verbod kan voortduren.

Het heeft geen invloed op de beschikbaarheid van polymeerinfill dat is opgeslagen door de eigenaar van kunstgrasvelden, noch op het infill dat zich bevindt in velden die nog in gebruik zijn op het moment dat het verbod wordt ingevoerd

Een groter plaatje

Onafhankelijke consultants uit Scandinavië hebben in 2020 vastgesteld dat de hoeveelheid polymerische infillvervuiling die ECHA claimt, onjuist is. Dezelfde adviseurs hebben ook een onderzoek gedaan naar de effectiviteit van verschillende risicobeheersmaatregelen (RMMs). Zij kwamen tot de conclusie dat door het implementeren van de verschillende RMM’s de verspreiding van infill naar het milieu onmiddellijk met 97% per veld per jaar kon worden verminderd. Met andere woorden: van minimaal 1.000 kg per veld per jaar (volgens ECHA) tot minder dan 50 kg per veld per jaar. Vermenigvuldig dat met de 30.000 derde generatie kunstgrasvelden die Europa heeft en de besparing die kan worden bereikt door de verschillende maatregelen te nemen, kan zeker aanzienlijk zijn.

Het probleem is dat de Europese Commissie beweert dat het gebruik van dergelijke maatregelen niet kan afdwingen. De EC verwijst hier niet per se naar kunstgras, maar naar het feit dat het voorgestelde verbod bedoeld is om de verkoop van opzettelijk toegevoegde microplastics op welke markt dan ook te verbieden. Dit omvat, maar is niet beperkt tot, de industrie voor bouwproducten, de cosmetica-industrie of de industrie voor verzorgingsproducten. Microplastics worden toegevoegd aan duizenden producten, waaronder verf, make-up en tandpasta. Hoewel de risicobeheersmaatregelen om milieuvervuiling door kunstgras te beperken zeer effectief kunnen zijn, is het de afdwingbaarheid of moeilijkheid om in andere industrieën vergelijkbare maatregelen te implementeren die de EC heeft doen besluiten om het meest rigide voorstel te adopteren.

Afzien van RMM’s? Echt niet!

Hoewel het besluit van de EC kan worden uitgelegd als een dat de investering in RMM’s overbodig maakt, is het raadzaam om niet in die verleiding te komen. Eigenaren van kunstgras hebben namelijk nog altijd een zorgplicht. Dit rechtsinstrument verplicht ons om al het nodige te doen om schade (aan mens of milieu) te voorkomen. Hoewel elk (Europees) land zijn eigen wettelijk kader heeft en een andere betekenis hecht aan de zorgplicht, kan men er zeker van zijn dat elk wettelijk kader ergens, op de een of andere manier, een paragraaf zal hebben waarin dit (in het belang van de mensen van nu en van toekomstige generaties) is vastgelegd. Publieke belangengroepen in verschillende landen zijn deze paragraaf gaan gebruiken om eigenaren van sportvelden te dwingen te investeren in RMM’s. Het percedent hiervoor is zelfs in Nederland gezet toen de gemeente Enschede een boete van 10.000 euro kreeg wegens het niet nakomen van de opdracht om maatregelen te treffen. Tegenwoordig kan elke gemeente die weigert of vergeet om in maatregelen te investeren, een brief tegemoet zien van deze belangenvereniging. Daar zal het huidige EC besluit, geen verandering in brengen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.