Vanaf 1 januari 2026 kunnen kopers van kunstgras sportvelden terugvallen op een label bij het vaststellen van de duurzaamheid van die toplaag. Zowel de kunstgrasfabrikanten, adviseurs als sportveldenbouwers zijn hier inmiddels uitvoerig over geïnformeerd. Sportvelden.info woonde de diverse bijeenkomsten bij en noteerde het volgende.
Het duurzaamheidslabel vloeit voort uit de wens voor duurzame sportinfrastructuur zoals die in het Sportakkoord en de Routekaart Verduurzaming Sport is vastgelegd. Zowel NOC*NSF, de sportbonden, de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) als de branchevereniging BSNC hebben deze akkoorden ondertekend. Daarmee hebben zij zich ook gecommitteerd aan het realiseren en het omarmen van zo’n label.
Uitgangspunt blijft dat sport betaalbaar moeten blijven. Maar het label beoogt ook om, op de langere termijn, sportaccommodaties verder te verduurzamen. Het label moet opdrachtgevers helpen om bewuste keuzes te maken bij die verduurzaming. Omdat op Nederlands en Europees niveau de afgelopen jaren hard is gewerkt aan regels waarmee de milieu-footprint van kunstgrasproducten kan worden vastgesteld, is ervoor gekozen om eerst een label voor kunstgras toplagen te introduceren. De ambitie is echter om voor alle productgroepen die vanuit het Kwaliteitszorgsysteem moeten worden gecertificeerd, een dergelijk labelsysteem te introduceren.
Met ingang van 1 januari 2026 is zo’n label voor alle kunstgrastoplagen die aan de Sportproductenlijst moeten worden toegevoegd, verplicht. Kunstgrastoplagen die nu al in die lijst zijn opgenomen, moeten uiterlijk 1 januari 2027 van een label zijn voorzien.
De beoordelingsmethode
Het label is bovenal een aanvulling en baseert zich op een Life-Cycle Analysis (LCA) van producten en systemen. De fabrikanten van zowel de kunstgrasmat, infill (zowel het stabilisatiezand als performance infill) als shockpad worden geacht die LCA voor hun product uit te werken. Het label stelt verplicht dat die gegevens aan de Nationale Milieudatabase (NMD) worden toegevoegd. Bij die berekening wordt voor de kunstgrasmat en infill een levensduur van acht jaar gehanteerd. Aangezien de Europese norm voor shockpads stelt dat deze gedurende tenminste tweemaal de levensduur van de kunstgrasmat mee moeten kunnen, wordt voor shockpads een levensduur van 16 jaar aangehouden. Op deze manier kunnen producten onderling objectief worden vergeleken. Hoe de kennis uit de NMD benut kan worden voor het samenstellen van een toplaag, wordt in dit artikel besproken.
"Parallel aan de materiaal technische- en sporttechnische toetsing voor de betreffende kunstgrassysteem dat aan de Sportproductenlijst moeten worden toegevoegd, wordt voortaan ook die LCA onderzocht."
Parallel aan de materiaal technische- en sporttechnische toetsing voor de betreffende kunstgrassysteem dat aan de Sportproductenlijst moeten worden toegevoegd, wordt voortaan ook die LCA onderzocht. Benadrukt wordt dat de sporttechnische kwaliteit van het product leidend blijft en dat het label aanvullend is. De impact van die toplaag op het milieu wordt met behulp van een Milieukosten Indicator (MKI) berekend. Omdat de MKI-methode als kwantificering van de kosten van de milieueffecten van een product in Nederland wettelijk geborgd is, geniet deze op dit moment de voorkeur. In het geval van een dispuut, kan hier dan namelijk naar worden teruggegrepen. Zodra ook de Product Environmental Footprint (PEF) in Europa geborgd is, zal de MKI berekeningsmethode vervangen worden door de berekeningsmethode voor de PEF.
De gegeneerde waarde uit de som van de MKI-optelling van de shockpad, kunstgras en infill, wordt gecorreleerd aan het labelsysteem. Zo wordt aan het product een label toegekend. Voordat het kunstgrassysteem in de Sportproductenlijst wordt opgenomen, wordt eerst nog bekeken of de betreffende componenten zijn opgenomen in de Nationale Milieudatabase (NMD). Mocht dat niet zo zijn, dan wordt de toplaag niet voor de Sportproductenlijst geaccepteerd. Mocht de MKI berusten op zogenaamde categorie 3 data in plaats van product specifieke LCA-data (categorie 1), dan zal een negatieve herwaardering van drie label stappen ten opzichte van het MKI-basisbedrag worden gerekend. Eenzelfde negatieve herwaardering zal ook plaatsvinden wanneer er polymerische infill wordt gebruikt.
Als laatste stap wordt de declaratie in relatie tot de vermelding in de NMD door een derde, onafhankelijke en erkende partij gecontroleerd. Pas als alles klopt wordt het product aan de Sportproductenlijst toegevoegd.
De herwaardering toegelicht
Een LCA is de analyse van de onttrekkingen uit het milieu en de emissies naar het milieu voor een product. LCA kwantificeert de milieueffecten gedurende de hele levenscyclus, dus van de grondstofwinning tot en met het hergebruik of vernietiging van de gebruikte producten. In deze methodiek is het toch mogelijk dat bepaalde producten op basis van een LCA, wat betreft milieukosten, goed scoren terwijl deze vanuit maatschappelijk oogpunt, minder gewenst zijn. Denk bijvoorbeeld aan kunststof infill zoals SBR infill dat een product is van gerecyclede autobanden maar waarvan men tot de conclusie is gekomen dat deze, buiten het veld, vervuilend is voor het milieu. Omdat de Europese Commissie de verkoop van SBR, net als van alle andere polymere infills, vanaf oktober 2031 heeft verboden, wil men het gebruik ervan nu al te ontmoedigen.
Zo’n herwaardering kan in de toekomst breder benut gaan worden. Zo wordt er al gewerkt aan een visie om ook directief duurzame maatregelen voor te stellen voor de wens voor géén latex, PU of glasvezel in backings of juist om het gebruik van één polymeer voor de hele kunstgras toplaag te stimuleren. Hetzelfde geldt mogelijk ook voor maatschappelijke thema’s zoals geur, hitte-stress of het klimaat-adaptief vermogen van een product.
Meerdere maar vaste categorieën
Het label kent straks zeven categorieën. De 5% meest duurzame kunstgras toplagen zullen daarbij een label A krijgen. Dat zijn de kunstgras toplagen waarvan de MKI uitkomt op maximaal vier euro de vierkante meter. Producten waarvan de MKI hoger ligt, krijgen een label dat gekoppeld is aan één van de andere categorieën. (zie kader).
De kunstgrassystemen op de Sportproductenlijst worden jaarlijks in oktober geijkt. Als blijkt dat een nieuw product beter scoort, dan is het aannemelijk dat van een bestaand product met een minder goede score het label aangepast wordt naar een minder duurzaam label. Op die manier wordt de industrie uitgedaagd om de duurzaamheid van hun producten voortdurend te blijven verbeteren. Dit is dezelfde methode die gehanteerd wordt voor de vermelding van grassen in de Grasgids. Die (herziene) categorisering wordt vanaf 1 januari erna, actief.
"Het label is puur informatief. Het is geen projectgebonden benadering maar betreft een productlabel. Opdrachtgevers kunnen het gebruiken om duurzaamheidsprestaties in aanbestedingen van sportaccommodaties te integreren"
Uitvraag op basis van label
Het label is puur informatief. Het is geen projectgebonden benadering maar betreft een productlabel. Opdrachtgevers kunnen het gebruiken om duurzaamheidsprestaties in aanbestedingen van sportaccommodaties te integreren. De hoop is dat kopers voortaan een maximaal label in hun uitvraag gaan eisen en sportaccommodaties op die manier te verduurzamen. De hoop is ook dat het label de wens of vermeende noodzaak vanuit de koper of diens vertegenwoordiger voor een klant specifiek product, overbodig zal maken. De hele aanvraag voor opname in de NMD vergt de nodige inspanning van de producenten en kan drie tot vijf maanden duren. Met de milieu-impact nu in één oogopslag duidelijk, zou bij de uitvraag de focus weer op de sporttechnische prestaties van de kunstgras toplaag moeten komen liggen. Het is daarom aannemelijk dat het aantal kunstgras toplagen dat nu in de Sportproductenlijst is opgenomen (zo’n 400 stuks) straks beduidend minder, en de lijst daarmee overzichtelijker, gaat worden.
Het label geldt alleen voor de kunstgras toplaag. Die bestaat uit een kunstgrasmat en eventuele infill (stabilisatie zand en performance infill) en shockpad. De duurzaamheid van de onderbouw wordt niet getoetst. Wel wijst men erop dat de afzonderlijke LCA-data van materialen zoals lava, óók in de Nationale Milieudatabase terug te vinden zijn. Kopers kunnen die data benutten bij het uitrekenen van de MKI van de totaaloplossing die zij voor ogen hebben.
Werk in uitvoering
Het hele concept is uitgewerkt door een werkgroep met vertegenwoordigers uit de hele kunstgrassector. Toch wordt benadrukt dat het nog steeds ‘werk in uitvoering’ is. Zo wordt de wijze van verankering van de verschillende kunstgrasstukken, bijvoorbeeld door verlijming, naaien of verhitting, nu nog niet gewogen. Mogelijke aandachtspunten voor toevoeging of verdere uitwerking, zullen bepaald worden door de Werkgroep Duurzaamheidslabel van de Routekaart Verduurzaming Sport, geleid door NOC*NSF.
Vanuit de kunstgrasbedrijven is opgemerkt dat sommige MKI-waardes die de NMD hanteert sterk kunnen afwijken van die in de PEF. Dat laatste is mogelijk omdat de milieu-impact berekening van een product op Europees niveau, anders kan zijn dan in Nederland.
Enig idee voor het gebruik van goedkopere grondstoffen of het aanbieden van minder robuuste kunstgrasproducten moet gelogenstraft gaan worden door de eis voor 6.000 cycli op de Lisport-XL. Dat geldt nu al voor de vaststelling van de sporttechnische duurzaamheid van een product.
De afgelopen periode is er veel tijd gestopt in het informeren van de kunstgrasproducenten, sportveldenbouwers en adviseurs. Kopers, met name de gemeenten, zullen de komende maanden worden geïnformeerd. De Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) speelt hierbij een belangrijke rol. Op de website www.sportinfrastructuur.nl zal een handleiding beschikbaar komen.
