Duurzaamheidslabel voor kunstgras een feit
Met ingang van 1 januari 2026 gaat een label kopers van kunstgrassystemen helpen de duurzaamheid van de diverse aangeboden systemen, te onderscheiden. Hoe ziet dat label er straks uit?
Nu de Europese Commisie de Product Environmental Footprint Category Rules (PEFCR) voor kunstgras heeft goedgekeurd, beschikt de sector nu over één enkel instrument om de ecologische voetafdruk van een kunstgrasproduct te identificeren. Onlangs introduceerde de koepelorganisatie voor de Europese kunstgrassector, de EMEA Synthetic Turf Council (ESTC), een online tool dat kan helpen die afdruk te identificeren. De PEFCR bieden het voordeel dat er één enkele en algemeen aanvaarde berekeningsmethode wordt gebruikt ter vervanging van een verscheidenheid aan verschillende methoden die in individuele landen, bestuursorganen of zelfs bedrijven worden gebruikt. De PEFCR bespaart dus tijd, geld en middelen omdat producenten niet langer voor elk land hoeven te investeren in het produceren van nieuwe op maat gemaakte datasets en gebruikers niet langer hoeven vast te stellen welke methode relevant of superieur is.
Vanuit de Routekaart Duurzame Sport heeft een projectteam nu een duurzaamheidslabel ontwikkeld om de identificatie van duurzame producten te vereenvoudigen. Het team bestond uit vertegenwoordigers vanuit het Kwaliteitszorgsysteem, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Kenniscentrum Sport en Bewegen; beleidsmakers en organisaties in bijvoorbeeld verduurzaming en vertegenwoordigers van diverse bedrijven in de kunstgrassector.
Verschillende etiketten
“Het concept is vergelijkbaar met wat wordt gebruikt in de witgoed, thermische isolatie of autoverkoop om de duurzaamheid van een product te communiceren,” zo legt Bob Thomassen van NOC*NSF uit. Thomassen leidde het project. “De berekeningsmethode om de duurzaamheid van het kunstgras, de performance infill of de shockpad vast te stellen, ligt nu vast. “We gaan een aantal categorieën hebben maar de voorwaarden voor die categorieën zijn flexibel. Zodra we vaststellen dat meer dan 5% van de producten in de hoogste categorie, categorie A, terechtkomt, zullen we de methodiek aanscherpen om de producenten uit te dagen om de duurzaamheid van hun product verder aan te scherpen.” Aangezien de samenstelling van een traditioneel kunstgrassysteem voor ongeveer 58% uit zand, 30% uit performance infill, terwijl de backing voor 4% en het garen slechts voor 6% telt, worden de componenten dienovereenkomstig gewogen.
Een vliegwiel voor de wereld
Met jaarlijks zo’n 1.000 renovaties of installaties van kunstgrasvelden voor voetbal, hockey, tennis, padel, korfbal en rugby tezamen, gelooft Thomassen dat Nederland de schaalgrootte heeft om de industrie uit te dagen. “Er zijn tal van initiatieven die kunnen helpen bij, of financiering kunnen verstrekken om nieuwe innovaties op gang te brengen om producten duurzamer te maken,” zo benadrukt hij. Dit, zo beweert hij, betekent dat er geen excuus kan zijn voor producenten om geen poging te doen om duurzaam te worden. Daarnaast kan bij projecten zoals Scale-Up Amsterdam en Haarlem de prikkel om producten te verduurzamen, nog hoger zijn. “De gemeente Amsterdam is samen met de gemeente Haarlem van plan om de komende 10 jaar zo’n 200 kunstgrasvelden in hun gemeenten te renoveren of aan te leggen. Zij willen labelmethodiek graag gebruiken om de duurzaamheid van de aangeboden producten in kaart te brengen. Elk bedrijf dat aan de Scale-Up wil meedoen, zal zich moeten aanpassen. Stel je eens voor wat dit kan betekenen voor de rest van Europa of daarbuiten wanneer producenten zich echt gaan aanpassen.”
Beperking van het aantal exoten
Nederlandse kopers van kunstgrasvelden kunnen alleen producten selecteren die zijn goedgekeurd en geregistreerd. Op dit moment bevat de Sportproductenlijst zo’n 500 kunstgras voetbalsystemen. Dat terwijl er in ons land ongeveer 2.500 kunstgrasvelden liggen. Veel producten zijn het resultaat van consultants of bestekschrijvers die proberen het aantal inschrijvers te beperken of indruk willen maken op hun werk- of opdrachtgever door specificaties te detailleren voor een product dat ze echt willen. Vaker niet dan wel zijn deze details gerechtvaardigd. “We hopen dat het nieuwe label de noodzaak voor het detailleren van specificaties overbodig zal maken’, alleen omdat iemand op de een of andere manier indruk wil maken op anderen,” zegt Thomassen. Dat verklaart ook waarom ervoor is gekozen om eerst de producenten en kopers te informeren over de werking van het etiketteringssysteem, voordat elke andere partij in de sector een rol gaat spelen. “Het etiketteringssysteem wordt vanaf 2026 geactiveerd. Zo kunnen we 2025 gebruiken om het concept uit te leggen en de stakeholders te informeren.” Een handleiding voor het gebruik van het systeem zal in februari worden gepubliceerd.
Nationale Milieudatabase
Hoewel de PEFCR inmiddels draait, is besloten dat het keurmerk voorlopig gebruik zal maken van gegevens die de producenten van kunstgrascomponenten hebben aangeleverd bij de Nationale Milieudatabase (NMD). Deze database bevat informatie over de milieueffecten van alle bouwmaterialen en -producten die in Nederland worden gebruikt. “Op dit moment worden de PEF-gegevens gegenereerd door de producenten. De verificatie van de resultaten van de ingediende gegevens is nog niet wettelijk geborgd. Ook is er op dit moment maar één bedrijf geaccrediteerd om de input te valideren”, zei Rik van Kraaij van de RVO vorig jaar in dit artikel. Hij wijst erop dat dit gemeenten belemmert om te voldoen aan de Europese aanbestedingseisen. “De validatie van Life Cycle Analysis (LCA)-data en bijbehorende milieukostenindicatoren die voor de NMD worden gebruikt, zijn in Nederland wettelijk geborgd.” Het projectteam is momenteel in gesprek met degenen die de database beheren, om enkele aanpassingen te door te voeren die in het belang zijn van kunstgras. “Op dit moment kunnen bedrijven elk hun eigen claim maken op het gebied van de levensduur van hun producten. We hebben de managers gevraagd om dit te beperken tot maximaal acht jaar voor componenten die worden gebruikt in kunstgrasvelden aangezien dit de levensduur is die de industrie zelf voor haar producten hanteert.” Na voltooiing zullen de gepubliceerde gegevens per m² en voor een periode van acht jaar zijn.
Toch zou ik Bob wel eens willen spreken over zijn “exoten en zijn aversie tegen het specificeren”. Ik zie niet wat er mis is om te specificeren binnen de gangbare goedgekeurde producten.
Je koopt een duur product en dan (als je er voldoende vanaf weet) wil je toch wel weten wat je (exact) krijgt voor die hele hoop geld. Vaak, altijd moet ik stellen, is het kunstgras zelf niet het duurste van wat je aanschaft voor die 7 ton tot 1,3 miljoen. Het is wel een van de meest besproken en becommentarieerde items van een veld en tevens ook het belangrijkste voor de levensduur van je veld.
Het label voegt niets toe aan de kwaliteit van het kunstgrasgaren, terwijl daar nog echt wel wat op/in te winnen valt. Ik ben bang dat deze hele opgetuigde boom de markt nog verder verschraalt en de opdrachtgevers nog meer zijn “overgeleverd” aan 3-4 grote marktpartijen cq leveranciers die de markt nu al domineren maar dan de buit nog verder gaan verdelen onder elkaar.
Duurzaamheid en duurzaamheid in levensduur van het product moeten hand in hand gaan….. maar daar gaat het nu net niet over is mijns inziens.
Ik vrees met grote vrezen….
Gerrit de Koe