Het consortium EnergieVeld van contractant Finovi bundelt veel ervaring op het gebied van sportvelden en energievraagstukken. In de Scale Up toekomstbestendige kunstgrasvelden wil het daar op voortbouwen, net als op haar kennis en ervaring voor wat betreft de problematiek omtrent water en de opwarming van de stedelijke omgeving.
Om de stedelijke problemen het hoofd te bieden die de Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden wil gaan aanpakken, heeft sportveldenbouwer Finovi zich omringd met kunstgrasfabrikant Edel Grass, de firma Oostendorp Nederland en ACE Global. Christianne van der Zouw van Finovi benoemt de synergie als de kracht achter dit consortium. “De partijen zijn echt complementair aan elkaar qua expertise en hebben een gedeelde visie op het gebied van duurzaamheid. Wij zijn ervan overtuigd dat we elkaar echt versterken en zo het sportveld van de toekomst kunnen realiseren.”
Het consortium zet in op actief gestuurde en ‘intelligente’ kunstgrasvelden. “Velden die anticiperen op de ontwikkelingen qua temperatuur, neerslag maar ook de energiebehoefte vanuit de omgeving.” Maar Van de Zouw benadrukt dat het consortium ook de wensen voor circulariteit en ‘schoon werken’ (waarbij ook de gekozen werkwijze de kleinst mogelijke footprint nastreeft) hoog aanslaat. “Wat me in de Scale Up ook erg aanspreekt is dat het nastreeft dat de betrokken partijen niet alleen binnen het eigen consortium, maar ook met de partijen van de andere consortiums samenwerken.” Daarbij kan gedacht worden aan het delen van machines of materialen in plaats van dat elke aannemer zijn eigen middelen meeneemt naar haar eigen locatie. “Dat is best wel nieuw in onze sector, maar ik denk dat deze filosofie alle spelers veel zal gaan opleveren. Waarom zou een andere aannemer een machine van buiten de gemeente laten aanrukken wanneer die van jou, een paar kilometer verderop, op het punt staat van inpakken omdat het klaar is met de taak op jouw project?”
Gelaagde constructie
Een innovatie die het consortium EnergieVeld voor ogen heeft is een tafelconstructie die sportvelden letterlijk verhoogt of verheft, zo legt Erwin Mulder van ACE Global het concept namens het consortium uit. “ACE Global ontwikkelt en stimuleert duurzame concepten en producten die technische innovatie verbinden met maatschappelijke waarde,” zo omschrijft hij zijn organisatie. Het EnergieVeld stapelt functionaliteiten zoals koeling, waterberging, energieopwekking én opslag in hetzelfde kunstgrasveld dat voor sport wordt benut. “Bovenop blijft het sportveld optimaal intact en bruikbaar, maar daaronder kan een deel van de ruimte worden gebruikt als een modulair systeem voor warmte- en energieopslag en distributie.” Mulder wil daarvoor een combinatie van vliegwielen, lithium-, zand- en luchtbatterijen gaan toepassen.
“Wat me in de Scale Up ook erg aanspreekt is dat het nastreeft dat de betrokken partijen niet alleen binnen het eigen consortium, maar ook met de partijen van de andere consortiums samenwerken”
Christianne van der Zouw, Finovi
Omdat het consortium haar innovatie als een Living Lab beschouwt, blijft er ook ruimte voor samenwerking met andere innovatieve partners met innovatieve producten of kennisinstanties en universiteiten.
Slim management
Voor de monitoring van het EnergieVeld zal het consortium straks voortbouwen op het Ralph Smart City Managementsysteem, dat Oostendorp al gebruikt voor de aansturing van de slimme sportveldverlichting rondom zo’n 1.100 sportvelden in ons land. Het systeem maakt prestaties inzichtelijk met de mogelijkheid om functies slim aan te sturen. Oostendorp noemt dit ‘het sportpark van de toekomst’. Eerder dit jaar lichtte Roel Wassenberg van Oostendorp dit als volgt toe: “Het sportpark van de toekomst is zowel multifunctioneel als inclusief en biedt een combinatie van sporten en recreatie. Het is een sportpark dat breed toegankelijk is en duurzaam en circulair van karakter is. Daarnaast is het flexibel en modulair waardoor het dynamisch gebruikt kan worden en ondersteunt het het belang van gezondheid en beleving.” Voor de velden die het consortium gaat bouwen zal het Ralph Smart City Systeem de data van de verschillende technologieën die op het sportpark zijn toegepast, verzamelen en analyseren. Op basis van die analyses zal de inzet van de verschillende technieken dan verder worden geoptimaliseerd.
Meer dan Collectorveld
Een andere slimme techniek die sportaccommodaties kan helpen zijn warmtepompen voor de verwarming en koeling van de accommodatie. Zo’n systeem is een duurzaam alternatief voor aardgas waarvan het überhaupt de bedoeling is dat we daar vanaf stappen. Collectorveld heeft Finovi al een kunstgrassysteem dat die wens kan beantwoorden. Toch benadrukt Van der Zouw dat elk project straks om een eigen oplossing vraagt. “Onze innovatie is modulair. De oplossingen die wij met ons kunstgras EnergieVeld willen gaan bieden kunnen, in feite, naar wens op elkaar gestapeld worden.
In plaats van alleen een kunstgras sportveld, zoals nu vaak het geval is, heb je straks een kunstgrasveld dat ook nog eens de omgeving koelt, water buffert, energie opwekt én opslaat binnen dezelfde footprint. Onze benadering daarbij is dat het sportveld een wijkgerichte oplossing zal moeten gaan bieden. Dat kan betekenen dat we ergens het Collectorveld gaan bouwen of het Climate Control Veld, maar het is ook goed mogelijk dat er een integratie gebouwd wordt van deze systemen. Dat hangt af van de betreffende locatie.”
Dat de diverse consortia vanuit de Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden de ruimte krijgen om te innoveren en die verder uit te werken, vindt ze veel waard. “We hebben met het Collectorveld gezien hoeveel tijd het vergt om iets te ontwikkelen en van elke installatie de lessen te leren zodat we dat systeem met elk project een beetje beter en efficiënter kunnen maken.” Elders in deze editie gaan wij dieper in op de ontwikkelingen omtrent kunstgrasvelden die warmte-energie opwekken, de problemen die de ontwikkelaars daarbij (hebben) ervaren en de lessen die daaruit zijn getrokken.
“Het kunstgrastapijt is aan het einde van haar levensduur, beter en in z’n geheel recyclebaar doordat we onze kunstgrasproducten met materialen uit één polymeerfamilie maken”
Gijs Peters, Edel Grass
Maximale circulariteit
Met Edel Grass heeft het consortium haar eigen kunstgraspartner. De kunstgrasfabrikant uit Genemuiden was één van de eersten die erin slaagde een mineraalgevuld kunstgrasveld te realiseren dat voldeed aan de eisen die destijds aan dergelijke innovaties werden gesteld waardoor het op de Sportproductenlijst werd toegelaten.
Toevallig ligt dat veld in Amsterdam. “Dat hebben we al in 2022 bij AFC IJburg gebouwd,” zegt Gijs Peters van Edel Grass daar over. “Sindsdien hebben we bij de ontwikkeling van onze kunstgrasproducten ook nadrukkelijk nagedacht over circulariteit.” De vezels voor haar kunstgras voor voetbal bestaan voor tenminste de helft uit post-consumer recycled plastic. Het kunstgrastapijt is afgewerkt met een coating die voor bijna 50% uit end-of-life kunstgras bestaat. Die substantie wordt in poedervorm aangeleverd. “De verwerking ervan vraagt aanzienlijk minder water en energie dan wat noodzakelijk is voor een afwerking met het latex dat nog steeds gangbaar is. Bovendien is het kunstgrastapijt aan het einde van haar levensduur, beter en in z’n geheel recyclebaar doordat we onze kunstgrasproducten met materialen uit één polymeerfamilie maken.” Edel Grass heeft er daarom veel vertrouwen in dat haar product straks ook een hoog duurzaamheidslabel scoort zodra het Kwaliteitszorgsysteem dat concept invoert.
Behalve een kunstgrasmat voor voetbal dat nu al voorsorteert op het verbod op de handel in polymere infill dat in oktober 2031 in gaat, test Edel Grass momenteel ook een kunstgrasmat voor hockey die wel de best mogelijke spelervaring geeft, maar daarvoor niet afhankelijk is van water. Deze ontwikkeling wordt elders in deze editie besproken.
Het consortium EnergieVeld is klaar om de uitdaging aan te gaan. “De Scale Up heeft een aanbestedingsvorm gekozen die helemaal nieuw is voor de markt. Dat maakt het best wel spannend maar ook uitdagend,” stelt Christianne van der Zouw. Het consortium hoopt vanaf voorjaar 2026 met de realisatie van haar prototypes aan de slag te gaan.

















