Sportvelden

Waar sport, innovatie en maatschappelijke

infrastructuur samenkomen

Maak ons je favoriet

“Vergemakkelijk de regelgeving omtrent gras sportvelden”

Bert Klein

De start van de metrologische herfst op 24 september zal in Amsterdam dubbel zo hard worden gevoeld. Na ruim 21 jaar dag in dag uit betere sportvelden te hebben nagestreefd, is Bert Klein vanaf die dag met pensioen. “Ik sta niet graag op de voorgrond” was vaak zijn excuus om voor interviews de boot af te houden. Maar wie zaait, die mag uiteindelijk ook oogsten.

Door: Guy Oldenkotte

Maak ons je favoriet

Als projectmanager én werkvoorbereider buitensportaccommodaties is Klein de afgelopen jaren betrokken geweest bij de aanleg, renovatie en het onderhoud van mening sportveld in onze hoofdstad. Met name de laatste jaren is de aandacht daarbij verschoven van gras naar kunstgras. “Verdeeld over 38 sportparken heeft de stad zo’n 632 sportvelden waarvan 252 kunstgrasvelden. Het aantal grasvelden is dus beperkt en wordt steeds beperkter,” zegt hij als hij gevraagd wordt de omvang van zijn portfolio. Hoewel de techniek rondom kunstgras hem intrigeerde, ligt zijn hart toch bij gras. “Ik blijf van mening dat sportvelden gras als toplaag moeten hebben tenzij het niet anders kan.” Toch heeft hij moeten aanzien hoe de lat voor ‘tenzij’ tegenwoordig, op veel plekken, wel erg laag ligt. “Begrijp me niet verkeerd: ik weet heel goed voor welke opgaves steden als Amsterdam staan en waarom de gemeente de Scale Up toekomstbestendige kunstgrasvelden is gestart. Er is een verplichting voor óók de realisatie van vierkante meters aan sport bij elk nieuwbouwproject en het is dus fijn wanneer een vastgoedondernemer bereid is mee te denken of zelfs een donatie doet ten behoeve van een sportpark…….met een kunstgrasveld. Dan kunnen zij vastgoed bouwen voor vier of vijf keer zoveel huishoudens.” Amsterdam heeft berekend dat het in de komende jaren zo’n 3 miljoen vierkante meter tekortkomt om de inwoners van alle benodigde voorzieningen te bedienen. “Maar ook de natuur en groen hebben een plek in de stad. Sterker nog: bij mijn opleiding, zo’n 20 jaar geleden, werd ons geleerd dat één gras voetbalveld net zoveel zuurstof oplevert als 5 hectare bos en daarnaast ook nog eens CO2 vastlegt. Als sportveldbeheerders hetzelfde bedrag dat nu op veel plekken nog wordt vrijgemaakt voor een kunstgrasveld, óók zouden mogen besteden aan de aanleg of het onderhoud van een grasveld, dan zou de situatie op heel veel plekken héél veel anders kunnen zijn.” Met de zeven ton die al snel voor een standaard kunstgras voetbalveld wordt neergeteld zou hij, net als menig andere sportveldbeheerder, een prima grasmat kunnen realiseren én onderhouden. “En ook voor een periode die de levensduur van heel wat kunstgrasvelden overstijgt.”

"bij mijn opleiding, zo’n 20 jaar geleden, werd ons geleerd dat één gras voetbalveld net zoveel zuurstof oplevert als 5 hectare bos en daarnaast ook nog eens CO2 vastlegt"

Als sportveldbeheerders hetzelfde bedrag dat nu op veel plekken nog wordt vrijgemaakt voor een kunstgrasveld, óók zouden mogen besteden aan de aanleg of het onderhoud van een grasveld, dan zou de situatie op heel veel plekken héél veel anders kunnen zijn.” Met de zeven ton die al snel voor een standaard kunstgras voetbalveld wordt neergeteld zou hij, net als menig andere sportveldbeheerder, een prima grasmat kunnen realiseren én onderhouden. “En ook voor een periode die de levensduur van heel wat kunstgrasvelden overstijgt.”

Tegenwerkende regelgeving

Klein is nog altijd verbaasd met welk gemak gemeenten naar kunstgras kunnen grijpen in een tijd waarin duurzaamheid en milieuvriendelijkheid steeds meer centraal staat. “Het is eigenlijk best wel opmerkelijk dat een kunstgrasveld vrijwel ongehinderd kunt aanleggen en onderhouden maar dat je voor gras allerlei vergunningen nodig hebt.” In al z’n jaren heeft hij regelmatig met de omgevingsdienst te maken gehad wat hem er toe zette om daar een goede band mee op te bouwen. “Dat begon met de aanleg van onze O2-velden waarvoor lava door de toplaag was gemengd. De omgevingsdienst zette daar toen vraagtekens bij.” Met die les in het achterhoofd heeft Klein de betrokkenheid van de omgevingsdienst, door de jaren heen, verder naar voren getrokken. 

“In plaats van door hen geconfronteerd te worden tijdens de aanlegfase hebben we ze een gesprekspartner gemaakt in de planningsfase.” Zo is diverse malen voorkomen dat de gemeente zich een fors buil zou vallen temeer omdat hij voortdurend is blijven rondkijken naar oplossingen voor grasvelden die een hogere bespeelintensiteit aankunnen. “Mijn ideale grasveld is een dichte, vochtregulerende en stabiele mat. We hebben een tijdje gewerkt aan een proef met het inprikken van een biologisch afbreekbare kunstgrasvezel die je, bij de renovatie van een grasveld zou kunnen verschredden opdat die vezels, vervolgens, in de bodem zouden vergaan. Uiteindelijk slaagde we er niet in om bij de omgevingsdienst alle zorgen weg te nemen. Maar een proef waarbij we een steenachtig additief door de toplaag hebben gemengd, heeft het wel gehaald. Inmiddels hebben dit in een pilot op vier velden gedaan. Dat veld ligt er nog altijd prima bij ondanks de hoge frequentie van gebruik en er wordt gewerkt aan toestemming van de omgevingsdienst om dit nog breder te gaan toepassen. De lessen die we uit dat project trekken kunnen in de toekomst elders worden toegepast.”

Tekst gaat hieronder verder

Lees ook:

Betere afstemming

Vanwege de nabijheid van het Noordzeekanaal is de omgevingsdienst van Amsterdam extra voorzichtig. Maar elders in het land mogen omgevingsdiensten op de diverse thema’s een hele andere zienswijze erop nahouden. “Elke omgeving is uniek waardoor ze allemaal elk thema op hun eigen wijze moeten beoordelen. Maar die diversiteit aan visies maakt het ook wel heel erg lastig voor de grasveldensector. Een oplossing die zich op de ene plek misschien wel heeft bewezen kan door een omgevingsdienst elders misschien toch worden tegengehouden. Op deze manier kan de grassector zich niet echt hard maken. Als we de handen niet méér ineenslaan, dan wordt de toekomst voor gras sportvelden heel moeilijk.”

Een trend die hij in Amsterdam wel heeft kunnen ombuigen is het steeds verder verkorten van de zomerstop om zo de clubs tevreden te houden. “Vroeger duurde die zomerstop altijd 12 weken maar dat is door de jaren heen steeds korter geworden. Er waren zelfs contracten waarin 44 weken ‘gebruik’ is vastgelegd. Die worden nu gelukkig langzaamaan herzien, soms tot ontevredenheid verzet vanuit de verenigingen. Maar als wij met onze kennis niet langer gehoord worden dan wordt het wel erg lastig om goede grasvelden te handhaven.” Klein’s afscheidsboodschap luidt dan ook dat er meer focus moet komen op de kwaliteit van grasvelden en meer begrip voor wat dat allemaal vraagt. “Het kan prima als je de daarvoor beschikbare technieken omarmt.” Zo wordt momenteel onderzocht of dataverzamelaar Hipster gekoppeld kan worden aan Spot On, een online tool waarmee ze het beheer en onderhoud van sportvelden kunnen managen. 

kilveren Sportpark Ookmeer

“De bedoeling is om data gestuurd te gaan werken. Zo kunnen de meet en monitoringsystemen, apps, sensortechnologie enzovoort in een centraal dashboard van Amsterdam worden ingezet om de kwaliteit van de sportvelden een boost te geven. Denk daarbij aan tags op voertuigen zodat je automatisch kunt vastleggen welke onderhoudsactiviteit je wanneer en gedurende hoelang hebt gedaan of het gebruiken van slimme camera’s of radars die registeren welk deel van een veld op welke wijze wordt belast. Daar kun je dan je onderhoud op afstemmen en besluiten of voor bepaalde werkzaamheden wel- of niet het hele veld zult aanpakken.”

Niet Klein te krijgen

Na zo’n 40 dienstjaren, waarvan 21 met een focus op (gras) sportvelden, breekt medio september voor Bert Klein dus het pensioen aan. “Mijn ambitie is om wel bij sportvelden betrokken te blijven. Misschien als parttimer of consultant maar dat zien we straks allemaal wel.” Voor wat betreft de competenties van zijn opvolger maakt hij zich weinig zorgen. Waar Bert Klein ooit via z’n zwager met openbaar groen en grasvelden kennismaakte, geeft hij op 23 september het stokje door aan zoon Lars. “Dat is toevallig zo uitgepakt. De afgelopen jaren heeft hij al veel kennis opgedaan als werkvoorbereider en bestekschrijver bij een adviesbureau maar omdat hij meer met de praktijk wilde werken heeft hij gereageerd op de vacature die was opgesteld voor de zoektocht naar mijn vervanger. Die kennis en ervaring én zijn ambities rondom sportvelden maakte hem blijkbaar de juiste kandidaat.”

De gemeente Amsterdam was altijd al groots bezig met haar sportvelden en heeft, gezien de opgaves waar het voor staat, nog grotere plannen. Die waren en blijven bij Klein in goede handen. Bert Klein zaaide en mocht toch ook oogsten maar het doorzaaien gaat nu gedaan worden door de andere.   

Ontvang het laatste nieuws in je inbox

How useful was this post?

Click on a star to rate it!

Average rating 0 / 5. Vote count: 0

No votes so far! Be the first to rate this post.

We are sorry that this post was not useful for you!

Let us improve this post!

Tell us how we can improve this post?

Gelabeld:

Laat een reactie achter